Afbeelding

Bijbelvertaalwerk belandt in stroomversnelling

Kerk & Geloof 406 keer gelezen

DRIEBERGEN-RIJSENBURG - Vorig jaar is er wereldwijd in ruim tweehonderd talen een Bijbelvertaalproject gestart. Dat is een recordaantal. Bram van Grootheest, directeur van Wycliffe Bijbelvertalers Nederland, denkt dat het Bijbelvertaalwerk in een stroomversnelling is beland. “Ik zeg dat met verwondering.”

Door Geertje Bikker-Otten

Tweehonderd nieuwe vertaalprojecten in een jaar: dat is heel veel. In eerdere jaren bleef de teller rond de honderddertig steken. Van Grootheest, sinds 2007 directeur van Wycliffe Bijbelvertalers, ziet die sterke toename vooral als vrucht van veranderingen in de manier van werken.

“Toen ik bij Wycliffe Bijbelvertalers begon, hadden we het over Bijbelvertaalwerk, nu noemen we het liever de Bijbelvertaalbeweging”, zegt Van Grootheest, om dat verschil duidelijk te maken. “In die tijd waren medewerkers van onze organisatie bij 80 procent van de wereldwijde vertaalprojecten betrokken. Dat is nu niet meer zo. Het Bijbelvertaalwerk is een veel bredere beweging geworden, met veel lokale betrokkenheid en lokaal eigenaarschap. Kerken in Afrika nemen bijvoorbeeld zelf initiatieven om in hun eigen taalgebied de Bijbel te gaan vertalen. De grenzen zijn vloeiender geworden. Lokale afdelingen van organisaties als Jeugd met een Opdracht en Agapè zijn nu ook betrokken bij het vertalen van de Bijbel. Wycliffe Bijbelvertalers werkt daarin met hen samen. Dat heeft gevolgen voor hoe we werken.”

Als voorbeeld daarvan noemt Van Grootheest een initiatief in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo, waar in drie jaar tijd vijftig nieuwe Bijbelvertaalprojecten zijn gestart. “Het is echt een wonder wat daar gebeurt. Lokale kerken besloten samen met evangelisten van Agapè, die in dit gebied werken, om Bijbelverhalen in verschillende lokale talen te gaan vertalen. Wij waren we hier nauw bij betrokken en kregen de vraag of we deze projecten wilden financieren. Maar omdat het allemaal zo snel en spontaan ging, hadden we er in de begroting geen rekening mee gehouden. De vraag was: wat doen we? Stellen we onze bijdrage uit en schuiven we die door naar een volgend jaar? Nee, besloten we: we doen mee. In het vertrouwen dat het goed zou komen als het van God zou zijn. Zo pakte dat ook uit: aan het eind van het jaar was het benodigde geld er.”

Werk gebeurt lokaal
Wycliffe Bijbelvertalers werft al decennialang medewerkers en fondsen voor Bijbelvertaalprojecten. In het verleden lag de nadruk vooral op het eerste: mensen uitzenden. Tegenwoordig is de financiering van projecten de grootste post op de begroting, hoewel ook uitzendingen hard nodig blijven. De verschuiving laat zien hoe de verhoudingen veranderd zijn: het feitelijke Bijbelvertaalwerk (en alles wat daarbij komt kijken) is steeds meer een verantwoordelijkheid van kerken in bijvoorbeeld Afrika en Azië. Wycliffe Bijbelvertalers ondersteunt hen daarbij: financieel, maar ook door specifieke kennis te delen.

Van Grootheest: “Dat heeft gevolgen voor het profiel van de mensen die we uitzenden. De nadruk ligt nu meer op trainen, ondersteunen en faciliteren. Meer dan voorheen is het belangrijk dat iemand ervan houdt om met mensen te werken, om anderen te helpen het werk te doen.”

De recente uitzending van Klaasje Kooiker uit Staphorst is volgens Van Grootheest een mooie illustratie van wat die nieuwe manier van werken praktisch inhoudt. “Klaasje werkte in Nederland als financieel controller. Ze gaat de kerken in de Democratische Republiek Congo helpen om hun administratie beter te organiseren. Dat doet ze onder meer door mensen te trainen. Dat is een verschil met een paar decennia geleden. Toen zou een Nederlander eerder zelf als boekhouder aan de slag zijn gegaan.”

Van Grootheest vindt overigens dat er binnen het Bijbelvertaalwerk nog altijd te weinig lokale mensen worden ingezet. “Dat is en blijft een blinde vlek. In het verleden is er naar mijn idee te weinig energie gestoken in het opleiden van lokale mensen. Maar eigenlijk schieten we als westerse organisaties daarin nog vaak tekort. We vinden regelmatig als westerlingen dat het op onze manier moet en we doen het liefst alles zelf: dat zit diepgeworteld. Dat vind ik een verdrietige constatering en tegelijk zie ik daar nog niet veel in veranderen.”

Digitale middelen
Ook de beschikbaarheid van digitale middelen heeft de manier van werken veranderd en versneld. “Het is veel gemakkelijker geworden om op afstand met mensen samen te werken en documenten te delen. Dat scheelt veel tijd. Je hoeft niet meer altijd naar een team toe te reizen om samen aan een vertaling te werken of een training te geven. Dat kan steeds vaker ook op afstand, dat kan zelfs soms vanuit Nederland. De voorwaarde is wel dat er een goede internetverbinding is; dat is nog weleens een probleem.”

Politieke onrust
De onrust in de wereld gaat Wycliffe Bijbelvertalers niet voorbij. “De oorlog in Oekraïne heeft duidelijk effect op het aantal giften dat we binnenkrijgen. Dat begon eind februari al. Mensen geven nu eerder aan organisaties die ter plaatse noodhulp bieden. Wij hebben ook praktisch kunnen helpen: medewerkers van onze organisatie hebben traumaverwerkingsboekjes in het Oekraïens vertaald”, vertelt Van Grootheest.

Maar politieke onrust hoeft niet per se nadelig te zijn voor de voortgang van het Bijbelvertaalwerk. “Ik sprak pas degene die verantwoordelijk is voor verschillende projecten in Kameroen, waar al een paar jaar een burgeroorlog aan de gang is. Hij vertelde dat verschillende vertaalteams om die reden naar de hoofdstad waren gevlucht, waar ze in twee jaar tijd de vertaling van twaalf Nieuwe Testamenten hebben afgerond. Het werk ging opeens een stuk sneller, omdat de betrokkenen weinig anders om handen hadden.”

Taal van de onderdrukker
Volgens de statistieken van Wycliffe Bijbelvertalers zijn er nog zo’n 1600 talen waarin een Bijbelvertaalproject moet worden gestart. Een groot deel van deze taalgroepen leeft in landen die moeilijk bereikbaar zijn en waar de kerk vaak maar marginaal aanwezig is, wat het complex maakt om een project te beginnen.

“Denk bijvoorbeeld aan gebieden in de voormalige Sovjet-Unie: het noorden van Siberië, de Kaukasus. Er wordt vaak gedacht: die mensen spreken allemaal Russisch, dus die kun je prima benaderen met een Russische Bijbel. Maar dat is niet zo. Ze ervaren Russisch als de taal van de onderdrukker. Het is niet de taal die ze zelf bij voorkeur gebruiken. Daarom is het moeilijk om hen met een Russische Bijbel echt te bereiken. Evangelisten die hier werken, zien ernaar uit dat de Bijbel ook in de talen die deze groepen spreken beschikbaar komt”, weet Van Grootheest uit recente contacten. Omdat de kerk hier klein of zelfs afwezig is, is hulp van buiten daarbij onontbeerlijk. “We willen als Wycliffe Bijbelvertalers graag mensen naar deze gesloten gebieden uitzenden. Maar je moet dan wel van uitdagingen houden.”

Ook in Indonesië neemt de behoefte aan Bijbelvertalingen in lokale talen toe. “Dat had niemand voorzien. De Indonesische kerken dachten jarenlang dat dat niet nodig was. Ze hadden immers de Bijbel in het Indonesisch. Sinds de onafhankelijkheid spreekt en leest iedereen die eenheidstaal, het Bahasa Indonesia. Maar tegelijkertijd blijken de lokale talen nog altijd springlevend te zijn. Ook binnen de Indonesische kerken wordt het belang daarvan steeds meer ingezien. Als God in jouw eigen taal tot je spreekt: dan raakt het je pas echt.”

Rol van de kerk
Van Grootheest vindt het mooi om te zien dat kerken in Afrika, Azië en andere regio’s een steeds grotere rol spelen bij het Bijbelvertaalwerk en zo invulling geven aan hun opdracht om Gods Woord te verspreiden. “Maar de kerk in Nederland heeft daarin ook een taak. Anders, maar net zo belangrijk. Ik denk aan de voorbede, of bijvoorbeeld aan een financiële bijdrage voor het Bijbelvertaalwerk. De kerk is geroepen goed te doen én het Woord te verkondigen – totdat Hij komt.”

Dit artikel stond donderdag 8 december jongstleden in De Waarheidsvriend en is met toestemming overgenomen.

Uit de krant