
Hoogleraar Ronald Meester fileert ‘onwetenschappelijke modelwerkelijkheid’ van AERIUS
Algemeen 932 keer gelezenMIDDELHARNIS - Het Nederlandse stikstofbeleid leunt te zwaar op rekenwerk dat niet zo precies is als de overheid nu doet voorkomen. Daardoor lopen niet alleen boeren vast met hun vergunningen, maar ook een fors deel van de nieuwbouw. “We zijn blind modeluitkomsten aan het volgen, zonder de mogelijkheid te hebben om te controleren waar we mee bezig zijn.”
Door Gert Klok
Dat is de strekking van het rapport ‘De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid’ van Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsberekening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het rapport is onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin fileert Meester de huidige manier waarop boeren én woningbouwplannen langs de meetlat van AERIUS worden gelegd.
Waar boeren op verschillende plekken steeds verder in de knel komen, waarschuwen provincies en de bouwsector dat ruim een derde van de geplande nieuwbouw stil dreigt te vallen door stikstofregels: zo’n 244.000 van de 631.000 woningen tot 2030 staan “op slot”, en sommige provincies spreken zelfs over een half miljoen woningen die in de knel komen. Dat komt vooral omdat veel bouwlocaties binnen vijf kilometer van stikstofgevoelige natuur liggen en staat los van andere bottlenecks, zoals het volle stroomnet.
Twee wankele pijlers
Ronald Meester richt zijn pijlen op twee pijlers waar zowel agrariërs als bouwers mee te maken hebben. De eerste is de Kritische depositiewaarden (KDW’s) - de stikstofgrens waarboven natuur “schade” zou ondervinden. Ook neemt hij AERIUS/OPS onder de loep - het verplichte rekeninstrument waarmee overheid en adviseurs uitrekenen hoeveel stikstof op een Natura 2000-gebied neerkomt.
Over die KDW’s is Meester heel duidelijk: die zijn in de ecologie nooit bedoeld als één exact getal. Het zijn volgens hem bandbreedtes, maar in Nederlandse vergunningen worden ze tóch als een harde drempel gebruikt. Als de berekening er net boven komt, mag iets niet. Meester noemt dat “onwetenschappelijk” en “ondeugdelijk” als je er zware besluiten aan koppelt. Dat raakt boeren die willen uitbreiden, maar het geldt net zo goed voor een woonwijk aan de rand van een natuurgebied.
Blind volgen
De tweede pijler is AERIUS. In Nederland is het wettelijk verplicht om voor vergunningen altijd de meest recente versie van AERIUS te gebruiken. Dit jaar is die op 7 oktober weer geactualiseerd, en sindsdien móét versie 2025 worden gebruikt. Dat betekent dat een project soms opnieuw moet worden doorgerekend en dat de uitkomst kan veranderen, zonder dat het project zelf verandert.
Precies daar plaatst Meester een grote kanttekening bij. Hij schrijft dat stikstofdepositie “niet zélf wordt gemeten” en dat we dus afhankelijk zijn van aannames in het model. Op fijnmazig niveau - het niveau waarop boerderijen en woonwijken worden beoordeeld - worden die onzekerheden volgens hem zó groot dat je niet kunt doen alsof het model de werkelijkheid is. “We zijn blind modeluitkomsten aan het volgen”, is de hoogleraar bijzonder kritisch. En: als je niet kunt meten of het echt zo is, is het “onbevredigend en onduldbaar” om er zulke grote gevolgen aan te verbinden.
Ook andere kritische analyses van het OPS-rekenhart laten al langer zien dat de nauwkeurigheid op kleine schaal beperkt is. Die kritiek komt dus zeker niet alleen uit de landbouwhoek.
Boer en bouwer de klos
Het rapport is in meerdere opzichten relevant. Een plan voor een nieuwe stal die volgens AERIUS een minieme overschrijding veroorzaakt, kan niet worden gebouwd, ook al ziet de natuurbeheerder in het veld geen verslechtering. En een woonwijk van 300 huizen kan in de praktijk niet gebouwd worden omdat de berekende depositie nét boven een KDW uitkomt.
Een belangrijk punt uit Meesters rapport is dat dit niet allemaal uit de koker van ‘Brussel’ komt. Hij laat zien dat andere EU-landen ruimer omgaan met kleine depositiebijdragen of meer kijken naar de staat van de natuur. Nederland heeft er zelf voor gekozen om elk project door de rekenmolen te halen en elk verschil - hoe klein ook - serieus te nemen. En die minieme ondergrens - 0,005 mol - staat ook al langer ter discussie. Het RIVM gaf eerder al aan dat zo’n kleine bijdrage niet is te meten, en het ministerie werkt aan een ondergrens om dit soort ruis eruit te halen. Meester adviseert om terug te gaan naar de basis: meten.
Onevenredig zwaar
Dan komt Meester bij het bestuursrecht uit. Hij vindt het niet evenredig dat een “zeer geringe berekende overschrijding” zulke grote gevolgen krijgt voor een bedrijf of een bouwplan. Dat raakt precies de pijn die bijvoorbeeld in de agrarische sector al jaren wordt gevoeld: het gaat niet meer over zichtbare natuurkwaliteit, maar over getallen achter de komma.
Meester is overigens absoluut geen ‘stikstofontkenner’. “Het is evident dat er te veel stikstofdepositie kan zijn, voor elke redelijk criterium, om de simpele reden dat van alles te veel kan zijn”, schrijft hij in zijn rapport. “Echter, ik heb geen enkele wetenschapper gesproken die vanuit die wetenschap een unieke (exacte) waarde verdedigt. Er zijn wel wetenschappers die unieke waardes propageren omdat de politiek en de rechterlijke macht deze accepteert of zelfs eist. Dat heeft echter niets met wetenschap te maken; wetenschappers zouden een dergelijke verleiding moeten weerstaan.”
Wat moet er dan gebeuren?
Meester doet in zijn rapport een paar concrete voorstellen die landbouw én woningbouw lucht kunnen geven. Zo adviseert de hoogleraar om modellen weer dienend te maken. “Gebruik ze om inzicht te krijgen, maar laat het niet automatisch beslissen.” Ook is het goed als de bestaande onzekerheid wordt erkend en gepubliceerd. “Zeg erbij hoe groot de bandbreedte is; doe niet alsof één uitkomst de enige waarheid is.” Een ander advies is om te kijken hoe andere landen dit aanpakken en de ruimte te gebruiken die er vanuit Europa wel degelijk is. En misschien wel de belangrijkste: de vraag of een boer mag uitbreiden of juist weg moet, of ‘mag deze woonwijk gebouwd worden’ moet weer een politieke afweging worden, geen rekenvraag.
Dit artikel stond op dinsdag 18 november 2025 in de Agrarische bijlage van Eilanden-Nieuws.