Afbeelding

Plechtige herdenking in Oude-Tonge na 80 jaar vrijheid

Algemeen 467 keer gelezen

OUDE-TONGE - De dodenherdenking in Oude-Tonge werd afgelopen zondag zeer druk bezocht. Het thema dit jaar was: 80 Jaar vrijheid. Vrijheid, waarvoor velen de hoogste prijs hebben betaald. 

Door Mirjam Terhoeve

Na twee minuten stilte en het signaal Taptoe door muziekvereniging Vooruit, benadrukte Wim Harteveld dit laatste nog maar eens. “De vrijheid om te denken, te zeggen, te doen, te zijn en te geloven wie je bent is niet vanzelfsprekend”, zo sprak hij. “Daar hebben velen hun leven voor gegeven. De grote erebegraafplaatsen, waar soms wel duizenden slachtoffers liggen begraven, en de vele kleinere begraafplaatsen zijn daar het trieste bewijs van. Het is niet alleen indrukwekkend, maar laat ons inzien hoe zinloos oorlog is. Dit mag nooit meer gebeuren, en dus moeten we dit doorgeven aan volgende generaties. Het is dan ook fijn dat, ondanks de schoolvakantie, vanavond een groot aantal kinderen aanwezig is. Aan Julian de eer om een zelfgemaakt gedicht voor te lezen.”

Diepe sporen

Burgemeester Ada Grootenboer-Dubbeldam was ook aanwezig in Oude-Tonge. Ze legde, samen met haar man, een krans namens de gemeente. Voorafgaand vertelde ze over de bevrijding in 1945. Over het bericht van militair commandant Fopma, die in ferme taal in alle dorpen op het eiland aankondigde dat de onderdrukking voorbij was. Niet iedereen hoorde die boodschap: vele eilanders waren elders vanwege de inundatie. Maar de opluchting dat het voorbij was, overheerste overal. De oorlog had zoveel leed veroorzaakt: deportatie, marteling, moord, maar ook werden mensen hun huis uitgejaagd, bezittingen in beslag genomen, het land onder water gezet, het vee afgenomen. En zelfs op hun evacuatieadres bleken mensen niet veilig te zijn, zoals de dorpsgenoten die omkwamen door een bom in Kaatsheuvel. Mannen werden gedwongen om in de wapenindustrie te werken. Sommigen kwamen ziek, ondervoed en getekend terug. Anderen kwamen nooit meer thuis, zoals Jeremias de Vos, die na een meningsverschil een klap kreeg van een Duitse soldaat en terugsloeg. Dat leverde hem deportatie op naar Mauthausen, vanwaar hij nooit meer terugkeerde. De oorlog liet diepe sporen na, zowel fysiek als mentaal. Het gaat echter niet om de aantallen of om gedenkstenen. Ieder slachtoffer kent een eigen verhaal, een eigen verdriet”, zei de burgemeester. Ze vertelde verder nog over haar recente bezoek aan kamp Westerbork, samen met zeventig scholieren. “Dat was heel indrukwekkend en kwam echt binnen. Het is goed dat ook de jeugd hierbij wordt betrokken. Nog steeds is er oorlog in de wereld. En daarom moeten we er elke dag aan werken om onze verschillen te overbruggen en onze democratie te beschermen.”

Joodse gemeenschap

Archivaris Jan Both was aanwezig om wat te vertellen over de verdwenen Joodse gemeenschap op Goeree-Overflakkee. Hij vertelde dat de Joden tot de oorlog onderdeel waren van het eiland. “Heel gewone mensen, die een winkeltje hadden, lid waren van verenigingen en de kinderen speelden met elkaar. Na het begin van de oorlog werden hun vrijheden steeds meer ingeperkt tot ze uiteindelijk werden opgepakt en gedeporteerd naar kampen. Van de 63 eilandelijke Joden overleefden slechts zes de oorlog, onder hen Jacob Cohen uit Oude-Tonge. Nu herinneren alleen nog Stolpersteine ons aan de Joodse mensen die hier leefden. In 1947 werd de Joodse gemeente op Goeree-Overflakkee officieel opgeheven. De synagoge in Middelharnis werd verbouwd tot horecagelegenheid en later zelfs tot discotheek. De Joden die de oorlog hadden overleefd, werden niet echt met open armen ontvangen. Integendeel, er was in de eerste jaren na de oorlog weinig aandacht voor hen. Pas in 1966 werden ook de Joodse slachtoffers herdacht tijdens de Dodenherdenking.” Wim Harteveld voegde eraan toe dat de Stolpersteine in Oude-Tonge tegenwoordig goed worden onderhouden door particulieren. Ze worden regelmatig gepoetst en er worden volgens Joodse traditie steentjes omheen gelegd. Een mooi initiatief.

Na al deze woorden werden er door diverse instanties en verenigingen bloemen gelegd bij het monument voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Nederlands-Indië. De herdenking werd afgesloten met het zingen van het Wilhelmus.

Toespraak

Helaas was de toespraak van Jan Both slecht te verstaan omdat de versterker niet meer werkte. Hieronder daarom alsnog de volledige toespraak:

“Tot eind dit jaar is er een expositie te zien in het Streekmuseum over het Joods leven op Goeree-Overflakkee met als titel: Vervolgd en Vermoord. Toch gaat het niet alleen over de oorlog. Er wordt ook voldoende aandacht besteed aan de tijd dat de Joden nog deel uitmaakten van de Flakkeese bevolking, als onze dorpsgenoten. Kinderen zaten bij elkaar in de klas, speelden samen op het schoolplein en daarbuiten. De meeste jongeren maakten deel uit van het verenigingsleven. Isaäk Mesritz was 1919 in Oude-Tonge een van de oprichters van de ijsclub en Henri Haagens in 1920 in Middelharnis-Sommelsdijk van voetbalvereniging Flakkee. Slager Cohen, gezusters Cohensius met hun winkeltje in manufacturen en handelaar in lompen en metalen De Winter, zij allen maakten deel uit van de dorpsgemeenschap van Oude-Tonge. Slechts de Stolpersteine, ter hoogte van hun woning, herinneren aan hen.

Uit Oude-Tonge wist door onderduik alleen Jacob Cohen te overleven. Hij is één van de weinigen op het eiland die terugkeerden. Van de 63 weggevoerde Joden overleefden er slechts zes, 57 van hen keerden nimmer terug. Zij hebben geen graf, alleen de Stolpersteine en foto’s, als die er zijn, houden hun herinnering levend. In opdracht van de gemeente is door Betsy Biemond een onderzoek uitgevoerd naar het rechtsherstel van de Joodse burgers en hun bezittingen tijdens en na de oorlog. Het rapport schetst geen fraai beeld, bijvoorbeeld over slager Meijer Cohen uit Oude-Tonge, het eerste Joodse slachtoffer op Goeree-Overflakkee.

Teruggekeerde Joden werden in de meeste gemeenten in Nederland niet bepaald met open armen ontvangen. Ze moesten vaak alles in het werk stellen om hun eigendommen terug te krijgen. In Amsterdam kregen ze een naheffing van het aantal jaar niet betaalde erfpacht, plus een boete omdat ze niet op tijd hadden betaald… Overigens bij de dodenherdenkingen was in de eerste twintig jaar alleen aandacht voor de gevallen strijders, militairen en leden van het verzet. Eerst vanaf 1966 worden, weliswaar na kritiek van de Joodse gemeenschap, bij de Nationale dodenherdenking ook de ruim 100.000 Joodse slachtoffers herdacht… De vervolging van de Joden ging op geraffineerde wijze met de afkondiging van steeds nieuwe maatregelen. Door het op een rij zetten van alle anti-Joodse maatregelen wordt duidelijk dat het net rond de Joodse eilandbewoners in de eerste twee oorlogsjaren steeds strakker werd gesloten. Een aantal van deze maatregelen wil ik noemen.

De eerste stap was het in kaart brengen van de Joden met de verplichte registratie begin 1941. Bij de gemeenten waren registratieformulieren verkrijgbaar. Tegen betaling van één gulden per persoon. De gemeenten stelden daarna een lijst met namen en adressen op en de ingeleverde formulieren werden doorgestuurd naar Den Haag. Zij stonden nu geregistreerd en hadden in hun persoonsbewijs een grote J staan. Met ingang van 3 mei 1942 moest vanaf de leeftijd van 6 jaar een gele Davidster worden gedragen, de zogenaamde Jodenster. Na de registratie begon de verdere isolatie, zoals: Het verbod bezoeken van openbare gelegenheden. Dat werd duidelijk gemaakt met borden: Voor Joden verboden. En dat ze geen lid meer mochten zijn van verenigingen waar ook niet-Joden lid van waren. De 22-jarige Eva Mesritz, geboren in Oude-Tonge, schrijft in 1941 dat ze ‘door bijzondere omstandigheden’ tot haar spijt het lidmaatschap op moest zeggen van de zwemclub in Middelharnis…

Naast het verder isoleren was ook het proces van roof van eigendommen op gang gekomen. Net als bij de registratie en uitsluiting verliep dit proces fasegewijs en volgens een vooropgezet plan. Eerst werden de Joden werkloos gemaakt door hun winkels en daarmee hun broodwinning af te pakken. Spaartegoeden moesten worden ondergebracht bij een door de Duitsers opgezette schijnbank Liro. Hun woningen werden bijna allemaal verkocht aan NSB-ers. Na de wegvoering van de Joodse dorpsgenoten was de weg vrij om al hun eigendommen in te pikken, van objecten uit de synagoge tot huisraad en andere waardevolle voorwerpen.

In 1947 werd de Joodse gemeente Goeree-Overflakkee opgeheven. De synagoge werd verkocht en kreeg toen een horecafunctie en later zelfs discotheek. Overlevende Debora Rood zei hierover: ‘Ik kon dat niet begrijpen’. Verhalen over hen moeten we blijven vertellen. Opdat zij niet worden vergeten.”

Gedicht

Ook het gedicht van Julian Burghoorn, bijna 12 jaar en leerling van OBS Het Startblok, was helaas nauwelijks te verstaan. Hieronder het gedicht:

Vanavond staan we even stil, voor de oorlogsslachtoffers van alle jaren.
Vanavond laten we onze diepste emoties ervaren.
2 minuten stilte maar.
Voor zoveel verdriet, het weegt zwaar.
Het is niet veel voor zoveel doden, van nu en toen.
Voor hen die ik liever geen doden, maar helden noem.
Daarom herdenken wij.
Zij aan zij.
Want aan onze vrijheid zit een verhaal.
Het verhaal van al deze helden.
Twee minuten ben ik hiervoor stil.
Geen geluid, geen gegil.
Ik denk aan al deze mensen, groot en klein,
Die niet meer bij ons kunnen zijn.

Uit de krant