
Sandra Clark is happy op het eiland: “Wat een mooie mensen wonen hier”
Algemeen 1.117 keer gelezenMIDDELHARNIS - Sandra Clark is sinds ruim tweeënhalf jaar gedetacheerd vanuit de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) als triageverpleegkundige voor de Oekraïense vluchtelingen. In eerste instantie begon ze met de nodige scepsis aan deze functie, maar terugkijkend concludeert ze dat ze in ‘een warm bad’ terecht is gekomen. Sandra vertelt ons een hoopvol en dankbaar verhaal, recht uit haar hart en vanuit de praktijk.
Door Tamara van der Sluijs-Verweij
De van origine Rotterdamse moest wel even wennen aan het idee om op Goeree-Overflakkee te gaan werken, vertelt ze. Ze was werkzaam als SEH-verpleegkundige toen er vanuit de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond werd gezocht naar een triageverpleegkundige voor de Oekraïense vluchtelingen op Goeree-Overflakkee. Omdat Sandra degene uit haar team was die het dichtstbij woonde, werd aan haar de vraag gesteld om deze functie te vervullen. Het zou in eerste instantie voor drie maanden zijn. Vanuit Brielle werken op Goeree-Overflakkee, hier stond zij best wel sceptisch tegenover. “Tjonge, ik werk op de spoedeisende hulp in Rotterdam. Zou ik daar wel kunnen aarden?”, vroeg ik mijzelf af. “Ik woon al zo’n vijftien jaar in Brielle en kende Goeree-Overflakkee eigenlijk niet echt. Ik had, geef ik nu toe, best een vooroordeel over de eilandmentaliteit. Ik was, denk ik, bang voor weerstand, voor stugheid.”
Het tegendeel is gebleken. “Mensen vroegen mij in het begin wel: ‘Joe komt zeker nie van hier?’”, glimlacht Sandra, terugkijkend. “Dit was echter uit interesse, niet vanuit weerstand. Als ik vertelde wat ik kwam doen, waren de reacties echt hartverwarmend.” Sandra vertelt enthousiast over alle medewerking die ze heeft gekregen van diverse partijen, en dat zijn er echt heel veel. “Ik heb gemerkt”, vertelt ze, “dat mensen hier nog echt iets voor elkaar over hebben. De cultuur is verbindend, dat is wat ik heb ervaren.”
Stroomlijnen
De drie maanden zijn inmiddels bijna drie jaar geworden. Dat had Sandra in de verste verte niet kunnen vermoeden toen ze aarzelend ‘ja’ zei tegen de functie. Ze startte met werken op diverse opvanglocaties en heeft haar werkplek inmiddels op het terrein van Langdurige Opvang Oekraïners aan de Oosthavendijk in Middelharnis. Sandra blikt terug: “Toen de mensen uit Oekraïne aankwamen, werden ze verdeeld over diverse plekken op het eiland, ook bij particulieren. Mensen werden bij een huisarts ingeschreven, maar er moest meer gebeuren. Het was ontzettend nodig om de medische zorg te stroomlijnen.” (Tekst loopt door onder de foto)
![]()
Sandra Clark: “Als ik vertelde wat ik kwam doen, waren de reacties echt hartverwarmend.” (Foto: Tamara van der Sluijs-Verweij)
Sandra herinnert zich die beginperiode: “Ik ben begonnen in de Geldershof in Dirksland. Ik reed vandaar met mijn collega naar locaties en deed dan verpleegkundig spreekuur. Ik was de schakel bij alles wat met medische zorg te maken had. Hierbij kwam mijn ervaring en kennis vanuit het werk op de spoedeisende hulp goed van pas. We hadden dit nog nooit eerder bij de hand gehad. Het is dan heel belangrijk dat je als team samenwerkt en zo goed mogelijk deze mensen kunt opvangen. Ik werd als verpleegkundige gedetacheerd ter ondersteuning van de huisarts. Mensen kwamen eerst bij mij, ik voerde triage uit en bepaalde wat er moest gebeuren, of iemand door een huisarts gezien moest worden. Ook moesten er mensen gevaccineerd worden; we zaten nog in het staartje van de coronapandemie. Daarnaast kwamen er mensen aan die ziek waren, daar moest zorg voor geregeld worden.”
Ander systeem
Al met al een pittige opdracht, niet in de laatste plaats omdat de communicatie met de mensen in het begin lastig was. De taal vormde een barrière en de hulpvraag boven water krijgen was soms echt een uitdaging. “De eerste tijd heb ik veel gebruikgemaakt van Google Translate, daarna kreeg ik een Oekraïense collega die vloeiend Engels sprak en kon tolken. Dit was geen overbodige luxe.” Sandra legt uit dat in Oekraïne het zorgsysteem heel anders geregeld is dan in Nederland. Er was bij de mensen veel behoefte aan informatie hierover.
Sandra somt op aan wie ze allemaal dank verschuldigd is: “Ik had dit niet voor elkaar kunnen krijgen zonder de medewerking van de huisartsen en assistentes, specialisten, maatschappelijk werk, alle medewerkers van het Van Weel Bethesda Ziekenhuis en andere ziekenhuizen, apotheken, vrijwilligers en buddy’s van kerken en andere organisaties, Cherity Re Use, kringloopwinkels, verloskundigen, fysiotherapeuten, thuiszorgorganisaties, het CJG en iedereen die een schakel was in de hele keten. Ik vergeet vast nog iemand; het zijn te veel partijen om op te noemen.”
Advies
“Ook door de samenwerking en ondersteuning van het team ‘Opvang Oekraïne’ van de gemeente Goeree-Overflakkee kon ik mijn werk uitvoeren zoals het nu staat”, gaat Sandra verder. “Je hebt elkaar echt nodig, want je komt voor grote uitdagingen te staan. Ook ben ik blij met mijn goede achterban, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, die mij steunt in alles. Dat vind ik ook echt heel belangrijk.” Sandra komt bijna woorden tekort om te omschrijven hoe zij de afgelopen periode heeft ervaren: “Zo ontzettend warm en hulpvaardig was iedereen!”
Zijn er ook negatieve reacties van mensen geweest op het werk voor de Oekraïners? “Ik ben dat zelf niet tegengekomen,” vertelt Sandra. “De projectleider hier krijgt wel dingen over zich heen, maar dat hoef ik allemaal niet te weten. Ik snap het ook ergens wel; mensen maken zich zorgen omdat ze het nog nooit hebben meegemaakt. Het is ook vaak de onwetendheid. Ik heb zelf geen weerstand gemerkt. Ik hoor wel andere verhalen, maar ik probeer me daar buiten te houden.” Sandra heeft nog wel advies voor mensen die kritisch zijn over het verblijf van de Oekraïners op Goeree-Overflakkee: “Ik probeer mezelf altijd voor te houden: ‘Hoe zou je zelf willen opgevangen worden als jij in die situatie bent?’ Je wilt dan toch eigenlijk allemaal dat je warm ontvangen wordt, dat er iemand is. Probeer daarom om geen vooroordeel te hebben, sta er open in.” Dat laatste ziet Sandra ook vooral gebeuren. (Tekst loopt door onder de foto)
![]()
De flexwoningen werden eerder dit jaar officieel geopend. (Archieffoto: Erwin Guijt)
Nog steeds nodig
De toekomst voor de Oekraïense eilandbewoners is onzeker. Er is nog geen zicht op het einde van de oorlog. In het begin zat men in de overlevingsstand. Toen het langer ging duren, kwamen daar voor veel mensen mentale problemen bij, omdat er geen perspectief was op vrede. Het gaat erg lang duren allemaal. Mensen weten niet wat ze te wachten staat; kunnen ze hier blijven, moeten ze op enig moment terug? Dit is allemaal nog onduidelijk. In het begin was er nog geen concrete hulp hiervoor. Ook landelijk zijn de wachtlijsten in de GGZ natuurlijk erg lang. Inmiddels is er gelukkig wel een loket specifiek voor psychosociale ondersteuning van Oekraïners.
Intussen probeert Sandra haar werk elke dag zo goed mogelijk te doen. “Mijn taak is nog steeds om te triageren, om te ervoor te zorgen dat de mensen op de juiste plek terechtkomen voor zorg. Dit houdt ook in dat ik mensen leer waar ze terechtkunnen als ik niet aanwezig ben. Deze baan, in de praktijk ontstaan, is nog steeds nodig.” Het zou voor drie maanden zijn, maar is door de VRR telkens met een half jaar verlengd en inmiddels is Sandra al bijna drie jaar actief onder de Oekraïners. “Het is”, zo omschrijft ze zelf, “een mooie, brede en ook dankbare functie!”
Hoopvol
Hoe kun je hoop houden in deze situatie? Sandra benadrukt dat ze hierin ook veel van de Oekraïense mensen geleerd heeft. Sommigen hebben de oorlog aan den lijve meegemaakt. Ze hebben allemaal hun land verlaten, soms moesten ze familie achterlaten. Er zijn vrouwen die gevlucht zijn zonder hun echtgenoten; er zijn er bij die hun man al bijna drie jaar niet gezien hebben. Toch zijn ze veelal positief ingesteld. Ze zijn vooruitstrevend, ondanks hun moeilijke situatie. Als voorbeeld noemt Sandra dat de meeste mensen vrij snel willen gaan werken en de Nederlandse taal willen leren. Daar heeft ze veel bewondering voor. “Dat je niet onder je dekentje kruipt en dat je, ondanks dat je land is platgebombardeerd en de toekomst onzeker is, toch hoop blijft houden voor de toekomst. Dat je daarom toch ’s ochtends je wekker zet, gaat werken, je sociale leven opbouwt. Dat is bewonderenswaardig!”
Sandra heeft een mooie baan, ze is van betekenis en wil een hoopvol verhaal vertellen. Ze besluit: “Ik ben er trots op om onderdeel te zijn van de hele keten die hulp biedt aan deze mensen die het nodig hebben. Wat een fijne mensen wonen hier op Goeree-Overflakkee! Ik ben zelfs ook een beetje verliefd geworden op het mooie eiland.” Wie had dat kunnen denken…