(Foto: Shutterstock)
(Foto: Shutterstock)

Opnieuw serieuze plannen voor reformatorische basisschool op G-O

Algemeen 4.927 keer gelezen

GOEREE-OVERFLAKKEE - Een groep van acht initiatiefnemers uit reformatorische gezinnen van Goeree-Overflakkee wil een reformatorische basisschool stichten op het eiland. Er is volgens de initiatiefnemers eilandbrede interesse voor een dergelijke streekschool, al liggen er nog wel wat uitdagingen. Met name de 85 ouderverklaringen die voor 29 oktober aanstaande binnen moeten zijn als onderdeel van de aanvraag van de Stichting Reformatorisch Basisonderwijs (RBGO).

Door Gert Klok

Dat laatste heeft volgens Rianne Kooij en Esther Lugtenburg (twee van de acht initiatiefnemers) best nog wat voeten in de aarde. “We moesten ergens op het eiland een postcodegebied kiezen en in een straal van zo’n zes kilometer tellen alleen de ouderverklaringen van ouders met kinderen die 2, 3 of 4 jaar oud zijn. Het feit dat er op het eiland misschien wel meer dan voldoende interesse is, maakt dus niet uit. Het gaat echt om die straal van zes kilometer.” Dat maakt het volgens Kooij en Lugtenburg een stuk lastiger, “maar we hebben er goede hoop op dat het gaat lukken.” (zie ook kader)

Op het eiland verzorgt de protestants-christelijke onderwijskoepel Kindwijs in bijna alle woonkernen christelijk basisonderwijs en bedient een brede achterban. Toch is er de wens vanuit een aantal inwoners voor een reformatorische basisschool op het eiland. “Ouders van verschillende reformatorische kerken op het eiland ervaren geen overeenstemming tussen het pedagogische klimaat van thuis en kerk, tegenover dat van de school waar zij hun kinderen aan toevertrouwen”, zo is te lezen op de flyer van de stichting. “We vinden het belangrijk dat de driehoek thuis, kerk en school overeenkomt”, lichten Lugtenburg en Kooij toe. “Wat de juf zegt is waar, maar als dat niet strookt met wat we thuis vertellen, dan is dat heel lastig voor een kind en levert het soms een spanningsveld op.”

Zorgen over bijbels onderwijs

Persoonlijk hebben de twee vooral positieve reacties gehad, zeggen ze. Zo is er bijvoorbeeld door diverse kerken een zondagsschool opgericht, omdat de ouders bij de kerkenraad zorgen hadden geuit over het bijbels onderwijs op de christelijke basisschool. Die zorgen gaan vooral over de geloofsvisie binnen de scholen. “We ervaren een kloof tussen thuis en kerk aan de ene kant en school aan de andere kant. En die kloof vinden wij wel gegroeid de afgelopen jaren.”

Sommige ouders brengen hun kinderen nu naar Bruinisse. “Dat is voor veel mensen toch te ver”, aldus Kooij en Lugtenburg. Daarom is er de wens voor een centraal gelegen streekschool met een reformatorische grondslag op het eiland. “Zelfs van buiten het eiland krijgen we de vraag waarom zo’n school er op het eiland niet is.” Dankzij leerlingenvervoer kunnen ouders via de gemeente een tegemoetkoming in de reiskosten krijgen. “Ook kunnen ouders onderling de krachten bundelen.”

 “We willen graag een interkerkelijke school oprichten”

Het idee voor een reformatorische basisschool op het eiland is niet nieuw. Ruim 25 jaar geleden strandde de laatste poging om een reformatorische basisschool in Dirksland op te richten. De poging zorgde voor “diepe verdeeldheid” binnen de Gereformeerde Gemeente in Dirksland, zo is te lezen in het herinneringsboek ‘Een gedenksteen in Dirksland’ van H. Hille. Dat verscheen enkele jaren geleden, ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van de kerkelijke gemeente in het dorp.

Kooij en Lugtenburg zijn uiteraard op de hoogte van de geschiedenis. Toch deinzen ze niet terug voor deze uitdaging. “We zijn een nieuwe generatie die dit allemaal niet hebben meegemaakt. We kunnen er ook van leren. Bijvoorbeeld om te proberen verdeeldheid te voorkomen door elkaar vrij te laten in de keuze die we maken voor de basisschool waar we onze kinderen naartoe sturen.” Het is ook niet de bedoeling dat het een school wordt die aan een specifiek kerkgenootschap hangt, benadrukken ze. “We willen graag een interkerkelijke school oprichten.”

Gesprekken met Kindwijs

Terug naar de gesprekken met Kindwijs. Die waren volgens de initiatiefnemers van de stichting ‘heel fijn’. “Zij gaven in eerste instantie aan: kom onder onze koepel. Daar stonden we zeker niet afwijzend tegenover, want dat zou bijvoorbeeld best veel werk schelen.” De wens voor een school met een reformatorische grondslag bleek bij nader inzien toch te specifiek. “Kindwijs heeft laten weten samen de mogelijkheden te willen onderzoeken. Ze lieten in de laatste bijeenkomst merken dat ze begrip hebben voor onze standpunten. Het is heel fijn dat het in goede harmonie gaat, want wij snappen op onze beurt wel dat het niet leuk is voor Kindwijs als ouders niet tevreden zijn en zouden willen overstappen.” Ze hebben dan ook alle begrip voor de keuze van Kindwijs. “De scholen binnen Kindwijs hebben een bredere achterban dan alleen de reformatorische gezindte.”

Waar Kindwijs is aangesloten bij de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), heeft de stichting RBGO gekozen voor de VBSO (Vereniging tot Bevordering van SchoolOnderwijs op gereformeerde grondslag). Dat is een overwogen keuze volgens Kooij en Lugtenburg. “We hebben met de VBSO een gesprek gehad en dat klikte meteen, daarom hebben we voor hen gekozen. Van daaruit delen zij hun ervaring vanuit veel reformatorische basisscholen verspreid over Nederland.”

Onderwijsplan en ouderverklaringen

Een andere reden waarom de stichting RBGO er vertrouwen in heeft dat de school er gaat komen, is dat de wet- en regelgeving rond het oprichten van een nieuwe school veranderd is. Anders gezegd, het is een stuk gemakkelijker dan dertig jaar geleden. “We hebben nu een goed onderwijsplan nodig (dat is inmiddels al klaar, red.) en de ouderverklaringen”, vertellen Lugtenburg en Kooij. “Mochten we dat niet halen, dan zorgt dat voor vertraging, maar niet voor afstel.”

Pas bij groen licht vanuit de Rijksoverheid is de gemeente Goeree-Overflakkee aan de zet. “De gemeente moet voor huisvesting zorgen. Dat is wettelijk zo bepaald”, klinkt het bijna verontschuldigend. “We willen graag meehelpen, maar officieel mag dat niet eens.” Kooij en Lugtenburg kennen de financiële situatie van de gemeente en de uitdagingen die er nu al zijn op het gebied van huisvesting van scholen. “Maar het is niet zo dat daarom onze wens voor een reformatorische school ineens verdwijnt.” De stichting wil ook zeker meedenken en staat open voor het delen van een gebouw, bijvoorbeeld met een kinderopvang en bijvoorbeeld speciaal onderwijs vanuit dezelfde achterban.

Ouderverklaringen

De stichting RBGO heeft voor peildatum 1 november 2024 minimaal 85 ouderverklaringen nodig. Dat gaat op postcodegebied. Ergens op het eiland wordt een postcodegebied gekozen, in dit geval is dat Dirksland, omdat dit dorp heel centraal op Goeree-Overflakkee ligt. Alleen in een cirkel van zes kilometer eromheen tellen de ouderverklaringen mee van kinderen die op dat moment 2, 3 of 4 jaar oud zijn. In de praktijk gaat dat om de inwoners van Dirksland, Herkingen, Melissant, Middelharnis, Nieuwe-Tonge, Sommelsdijk en Stellendam. Zijn er binnen een gezin meerdere kinderen die voldoen aan de voorwaarden, dan telt de ouderverklaring van ieder kind apart mee. Het kan dus zijn dat er twee of drie verklaringen per gezin worden ingediend. Overigens is een ouderverklaring vrijblijvend. Op de flyer van de stichting staat het als volgt: “Eigenlijk zegt u daarmee: als de school er komt, dan overweeg ik om mijn kind(eren) daar aan te melden.”


Kindwijs reageert: ‘Voldoende Kindwijs-scholen vertegenwoordigen nadrukkelijk de reformatorische identiteit’

Kindwijs laat in een reactie weten al in een eerder stadium een aantal goede gesprekken met de werkgroep te hebben gevoerd. “Wij hebben zorgen gehoord en gezocht naar een gezamenlijk pad”, zegt Jankees de Waal, bestuurder van Kindwijs. “Uiteindelijk staat Kindwijs, bij alle diversiteit tussen de scholen, voor de reformatorische achterban. Dat er door de breedte van sommige scholen voor een groep ouders spanningen kunnen ontstaan, begrijpen we. Daar willen we graag het gesprek over voeren, nu en later. In de gesprekken hebben we geprobeerd de verbinding te zoeken. Wel bleek dat het idee van een eigen school al erg had postgevat bij de werkgroep.”

Kindwijs wil niet tegelijkertijd staan voor het onderwijs op de eigen scholen -waaronder scholen met een reformatorische achterban- én voorvechter zijn van een nieuwe specifiek reformatorische school, zegt De Waal. “Wij vinden dat er voldoende Kindwijs-scholen zijn die nadrukkelijk de reformatorische identiteit vertegenwoordigen. Ouders die daarnaar zoeken, hoeven ook nu het eiland niet af. Wij zouden deze scholen met hun teams en adviesraden tekort doen, wanneer we een specifiek reformatorische school zouden gaan oprichten, naast deze bestaande scholen.” 

Een reformatorische basisschool vormt wat Kindwijs betreft dan ook geen aanvulling op het bestaande christelijke basisonderwijs op Goeree-Overflakkee. “Kindwijs vreest polarisatie in de achterban van meerdere scholen en kerken en betreurt het dat de goede samenwerking binnen Kindwijs, waarbij juist ook nu de lokale identiteit van de scholen gewaarborgd is, uit balans zou kunnen raken. Op het eiland wordt al meer dan 100 jaar christelijk onderwijs, met een open Bijbel, gegeven en daarbij hebben de ouders binnen de scholen elkaar altijd gevonden en verdragen. Wat is dat waardevol! Uit de laatste ouderpeiling op het gebied van identiteit bleek grote waardering voor de Kindwijs-scholen. Daarbij staat Kindwijs er meer dan ooit voor open om juist ook het gesprek te voeren met ouders over concrete zorgen die er zijn. Wij denken dat de school die de werkgroep voor ogen staat geen reformatorische school zal zijn zoals die in meerderheid bij de VGS zijn aangesloten, maar een meer strikte variant daarvan. Niet voor niets laat de werkgroep zich bijstaan door de VBSO, een aan de Gereformeerde Gemeente in Nederland gelieerde vereniging.” 

De stichting RBGO spreekt op haar website over ‘een gedeelde zorg over het huidige klimaat van het primair onderwijs (basisschool) op Goeree-Overflakkee’. Hoe kijkt Kindwijs hiernaar? “Kindwijs begrijpt dat ontwikkelingen in kerkelijk Nederland en discussies die daar spelen, ook de achterban van de scholen niet voorbij gaat”, zegt De Waal. “Ook niet de achterban van reformatorische scholen in het land. Daarom is het goed om, zoals dat in de vergaderingen van de Adviesraden van de Kindwijs-scholen in de achterliggende jaren gebeurde, juist ook gesprekken te voeren over de identiteit van de scholen.”

Kindwijs betreurt het dat ouders in verwarring kunnen komen en voor een keuze geplaatst worden. “Als er voldoende handtekeningen zijn, zal de school wel gestart kunnen worden. Dat betekent dat ouders die nu van betekenis (kunnen) zijn voor het christelijk onderwijs op Goeree-Overflakkee, zich daar dan van afwenden en zich richten op de nieuwe school. Dat is inderdaad een keuze, één die ook gevolgen heeft voor de achterblijvers. Wij hopen dat deze ouders zich binnen de scholen, adviesraden en de Raad van Toezicht juist in willen zetten voor het Bijbels, christelijk onderwijs op het eiland, waardoor al zoveel generaties mede gevormd zijn! Daarbij ook nog dit: Laten we voorkomen dat er onrust kan ontstaan op scholen, in kerken, in families en gezinnen. Laten we elkaar vooral vasthouden, elkaar helpen, bemoedigen, en als dat nodig is, aanscherpen om te houden wat we hebben en onze kinderen, de toekomstige generatie, weerbaar en dienstbaar te maken in deze maatschappij vanuit een leven in afhankelijkheid van God.”


‘Gemeente heeft plicht om voor huisvesting te zorgen’

Zodra er een goedgekeurd plan ligt, inclusief voldoende ouderverklaringen, is de gemeente Goeree-Overflakkee -na goedkeuring door de Rijksoverheid- verplicht om voor huisvesting te zorgen voor een nieuwe school. “Als de school binnen de periode die door de rijksoverheid wordt gesteld 85 ouderverklaringen kan overleggen, dan heeft de gemeente vanaf de zomer van 2025 de plicht om in principe binnen een jaar voor passende huisvesting te zorgen. Passende huisvesting betekent overigens niet per definitie de bouw van een nieuwe school”, zegt een woordvoerder.

Financiële uitdagingen mogen daarbij in principe niet leiden tot vertraging. “De gemeente ontvangt jaarlijks in het kader van de algemene uitkering een bedrag dat bedoeld is om te besteden aan onderwijshuisvesting, en vanuit die middelen zou een investering mogelijk moeten zijn. Er zijn andere zaken die een grotere uitdaging vormen in het halen van de termijn van 1 jaar. Als de gemeente niet direct een geschikte locatie in eigendom voorhanden heeft, moet er dus eerst een geschikte locatie worden aangekocht. Vervolgens moet er hoogstwaarschijnlijk ook een aanpassing van het omgevingsplan worden gerealiseerd, om voor de nieuwe school een omgevingsvergunning te verkrijgen. Als de school dan ook nog nieuw gebouwd moet worden, dienen een aanbestedingsprocedure en een daadwerkelijke bouw plaats te vinden. Deze stappen allemaal binnen een jaar realiseren is voor de gemeente best een flinke uitdaging, die alleen kans van slagen heeft als alle factoren meezitten. Alleen als de gemeente al wel een geschikte locatie voorhanden heeft, dan is realisatie binnen een jaar wel reëel.”

Het plan hoeft niet in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) te worden ingepast. Het IHP is een langetermijnvisie voor onderwijshuisvesting die wordt opgesteld door schoolbesturen en de gemeente. “Het IHP ziet enkel op de planning van de renovatie dan wel vervangende nieuwbouw van al bestaande scholen. Een initiatief voor een nieuwe school wordt hier los van gezien.”

Hulp van de initiatiefnemers bij het realiseren van huisvesting is volgens de gemeente niet nodig. “De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting. Dit is echter wel genormeerd qua oppervlakte en inrichting, dus als de school extra wensen heeft moeten die uit eigen middelen worden bekostigd.”

In hoeverre hebben ouders van een dergelijke school recht op een vergoeding vanuit het leerlingenvervoer? “Ouders/verzorgers van leerlingen die naar deze school zullen gaan, hebben geen recht op een voorziening op grond van het leerlingenvervoer wanneer de reisafstand minder dan 6 kilometer enkele reis bedraagt. Wanneer de reisafstand meer is dan 6 kilometer, kan er recht op een voorziening in het kader van leerlingenvervoer zijn. Dit hoeft overigens niet per definitie een financiële tegemoetkoming te zijn, we kennen hierin meerdere mogelijkheden. Daarbij geldt ook dat het inkomen van de ouders/verzorgers mede bepaalt of er een eigen bijdrage voor de voorziening leerlingenvervoer verschuldigd is”, aldus de gemeente.

Uit de krant