
Dodenherdenking Ooltgensplaat: “Laten we ons inzetten voor vrede en verzoening”
Algemeen 638 keer gelezenOOLTGENSPLAAT - Ondanks de ongunstige weersomstandigheden -het is geen moment droog- verzamelen jong en oud zich afgelopen zaterdagavond 4 mei 2024 bij ’t Centrum in Ooltgensplaat. Vanaf daar start de tocht naar het oorlogsmonument aan de Kerksingel. Ondanks dat vooraf is aangegeven dat het een stílle tocht is, blijkt de betekenis van het woord ‘stil’ sommigen niet helder te zijn en wordt er volop gepraat. Verder is het een waardige herdenking in de druilerige regen.
Door Erwin Guijt
Eenmaal gearriveerd bij het monument, waar zich ook al een groep mensen verzameld heeft, slaat de klok 20.00 uur. Ooltgensplaat is dan twee minuten stil. Vervolgens heet voorzitter van de Oranjevereniging Wilco van den Brink de aanwezigen welkom. Daarna worden er een groot aantal kransen en bloemstukken gelegd door maatschappelijke verenigingen uit het dorp, van de gymnastiekvereniging tot de dorpsraad. Namens de gemeente Goeree-Overflakkee legt CDA-raadslid Ellen van Rossum de krans.
Zij houdt ook een toespraak, waarin ze het verhaal van het gezin Hammelburg verweeft. “’Is het waar jongens, zijn we Duits?’ Deze vraag stelde Elisabeth Hammelburg op woensdag 15 mei 1940. We staan hier vanavond omdat we weten wat er na 15 mei is gebeurd. We weten wat er is gebeurd met Joodse Nederlanders zoals de familie Hammelburg. Voor de oorlog uitbrak, telde Goeree-Overflakkee 63 Joodse eilandbewoners. Slechts zes daarvan overleefden de oorlog door onder te duiken.”
Donkere bladzijde
“In alle negen herdenkingen op het eiland besteden we aandacht aan onze Joodse medeburgers. Hele normale mensen; de slager, de juwelier, de oude buurvrouw het vriendinnetje in de klas. Ze verdwenen. Zo ook het gezin Hammelburg, bestaande uit vader Jaap, moeder Elisabeth en de kleine Hester Cato. Ze wilden bij elkaar blijven, en sloegen het aanbod van mensen om de kleine Hester onder te laten duiken af. Via Westerbork ging het naar Auschwitz. Kort daarna was het hele gezin Hammelburg vermoord. Hester overleed drie dagen voor haar vierde verjaardag, de jongste van de weggevoerde Flakkeese Joden.” (Tekst loopt door onder de foto)
![]()
Ellen van Rossum tijdens haar toespraak. (Foto: Erwin Guijt)
Van Rossum: “Ook herdenken we de slachtoffers van Ooltgensplaat. De vier mannen die vielen voor het vaderland, zoals op de oorlogsgraven hier staat. En de geëvacueerde mensen die weg moesten toen Ooltgensplaat onder water werd gezet door de Duitsers, en elders omkwamen bij bombardementen.” Ze sluit af. “De oorlog was een donkere bladzijde in onze geschiedenis. Als we iets daarvan geleerd hebben, is het het belang van vrijheid, democratie en rechtstaat. We staan hier omdat het nodig is ons te blijven realiseren hoe waardevol het is dat wij in vrijheid en veiligheid kunnen leven.”
Verzoening
Hierna is het woord aan Willem Buth, die namens de plaatselijke kerken spreekt. Hij spreekt vanuit de Bijbelse gedachte om ‘de vijand lief te hebben’. “Een radicale en moeilijke opdracht.” Ook trekt hij lijnen vanuit de Bijbel over liefde, en de eigenschappen daarvan - zoals vergevingsgezindheid. “We beseffen dat de verschrikkelijkheden uit de Tweede Wereldoorlog nooit meer mogen gebeuren. Laten we ons daarom inzetten voor vrede en verzoening.”
De ceremonie nadert de afsluiting. Muziekvereniging W.M. van der Harst, die eerder met omfloerste trom de stille tocht aanvoerde, speelt nu het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus. Dan gaat het weer richting ’t Centrum, waar nog gelegenheid is om na te praten onder het genot van een kopje koffie.