
Boeren tussen akker en natuur in de Van Pallandtpolder
"Duurzaamheid werkt pas als het ook op het erf werkt"
MIDDELHARNIS - Wie de Van Pallandtpolder inkomt, ziet een landschap dat net even anders oogt dan de meeste akkers op het eiland. Vijf jaar lang zoeken boeren, onderzoekers, onderwijsinstellingen en overheden hier samen naar een landbouw die bodem, natuur en economie beter met elkaar in balans brengt. De Proeftuin Van Pallandtpolder laat zien wat er mogelijk is, maar ook wat het in de dagelijkse praktijk van een boer vraagt.
Door Ben Hameeteman
Tussen Middelharnis en het Haringvliet ligt een polder die op het eerste gezicht gewoon agrarisch oogt. Toch valt bij beter kijken iets op. De akkers liggen hier niet meer in lange, brede banen zoals vroeger. Gewassen groeien in smallere stroken naast elkaar en tussen de velden liggen bloemrijke randen en natuurstroken. In de verte glinstert het water van het Haringvliet en boven de velden cirkelt soms een bruine kiekendief. Voor de wandelaar oogt het landschap gevarieerder en rustiger. Voor de boer betekent het vooral iets anders. Meer keuzes, meer planning en een manier van werken die net even anders is dan voorheen.
De proeftuin ontstond als onderdeel van de gebiedsontwikkeling Noordrand bij Middelharnis. Op ongeveer zeventig hectare landbouwgrond werken drie agrarische ondernemers samen met onder meer de gemeente Goeree-Overflakkee, onderwijsinstellingen zoals Lentiz MBO Middelharnis en RGO Beroepscampus, natuurorganisaties als NLGO en SOVON en onderzoeksinstellingen het Louis Bolk Instituut, als ook het waterschap Hollandse Delta. Het doel is om in de praktijk nieuwe vormen van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw te ontwikkelen die ook voor andere boeren bruikbaar zijn.
Wie vandaag door de Van Pallandtpolder rijdt, ziet hoe landbouw, natuur en recreatie steeds dichter bij elkaar komen te liggen. Langs de akkers lopen inmiddels fiets- en wandelroutes. Een kleine brug van hergebruikte materialen verbindt paden die eerder doodliepen tussen sloten en dijken. Zo kunnen bezoekers rond de proefvelden fietsen en zien hoe landbouw hier verandert.
Boerenwerk wordt complexer
Op papier klinkt het overzichtelijk. Meer variatie in gewassen, natuurstroken tussen de akkers en een ruimere vruchtwisseling moeten de bodem verbeteren en biodiversiteit versterken. In de dagelijkse praktijk betekent het vooral meer afstemming. Melkveehouder en akkerbouwer Huibert Groeneveld merkt dat elke dag. Zijn bedrijf vormt samen met dat van akkerbouwer Remco Wesdorp een belangrijke basis onder de proeftuin. “We hebben hier een bouwplan dat verweven is met dat van de akkerbouw,” zegt hij. “Daardoor ontstaat een ruimer bouwplan met meer rustgewassen.”
Machines rijden niet langer simpelweg van perceel naar perceel. Elke strook heeft een functie in het onderzoek. Sommige delen zijn proefveld, andere zijn natuurstrook of biodiversiteitsrand. Daar komt nog bij dat de percelen kleiner zijn dan in de gangbare akkerbouw. “Dat kost soms gewoon meer tijd,” zegt Groeneveld. “Bepaalde werkzaamheden zijn minder efficiënt dan vroeger.”
De proeftuin werkt nadrukkelijk vanuit de landbouwpraktijk. Nieuwe ideeën worden niet alleen onderzocht in rapporten, maar direct op het land getest. Agrarisch adviseur Martijn Groenendijk van FarmVision speelt daarbij een verbindende rol tussen onderzoek, onderwijs en praktijk. “Onderzoek is pas echt interessant als het werkt binnen de grote landbouwpraktijk,” zegt Groenendijk. “Daarom leggen we demonstratievelden aan en laten we boeren zien wat wel en niet werkt.”
Tijdens veldbijeenkomsten en demonstratiedagen komen agrariërs uit de regio kijken naar nieuwe technieken, zoals mechanische onkruidbestrijding of andere vormen van teelt. De proeftuin moet volgens Groenendijk vooral een plek zijn waar kennis zichtbaar wordt. “Mensen moeten het kunnen zien. Pas dan kun je bespreken wat de kosten en de baten zijn.” Als de wind over de velden trekt, wordt goed zichtbaar hoe verschillend de stroken reageren. Graan, aardappelen en kruidenmengsels staan naast elkaar in smalle banen. Voor onderzoekers vormt dat een openluchtlaboratorium, voor boeren een dagelijkse puzzel.
De bodem als uitgangspunt
Veel veranderingen in de proeftuin spelen zich af onder de grond. Een belangrijk experiment draait om bokashi, een circulaire bodemverbeteraar die wordt gemaakt van bermmaaisel uit de regio. Het gras dat langs wegen en dijken wordt gemaaid, wordt gefermenteerd en daarna als meststof gebruikt op het land.
Bij het experiment werken onder meer de gemeente Goeree-Overflakkee, provincie Zuid-Holland en waterschap Hollandse Delta samen. Het project laat zien hoe regionale reststromen opnieuw waarde kunnen krijgen op het land. Voor boeren betekent dat een andere manier van denken over bemesting. Niet alleen de opbrengst telt, maar ook de gezondheid van de bodem op langere termijn.
Naast de bodem verandert ook het landschap van de polder. Tussen de akkers liggen natuurstroken met bloemen, kruiden en gras. Die trekken insecten, akkervogels en kleine zoogdieren aan. Het gebied grenst bovendien aan nieuw aangelegde natuur met rietvelden en plassen waar watervogels leven. Hier worden soorten gezien zoals de snor, waterral, ijsvogel en bruine kiekendief. Zelfs bevers laten er soms hun sporen achter.
Wie er in de vroege ochtend wandelt, hoort het ritselen van riet en het roepen van vogels boven de sloten. Het landschap van de polder, ooit strak en puur agrarisch, krijgt langzaam weer meer variatie. Voor boeren betekent dat soms extra werk. In samenwerking met natuurorganisaties worden nesten en kuikens beschermd. Voordat machines het land op gaan, wordt gekeken of er broedende vogels aanwezig zijn. Het zijn kleine aanpassingen die samen een ander landschap vormen.
Wanneer experimenten tegenvallen
Experimenteren betekent ook dat niet alles meteen lukt. In de proeftuin werd vijf jaar lang geëxperimenteerd met veldbonen als eiwitgewas. Het gewas kan soja vervangen in veevoer en past goed in een circulair landbouwsysteem. Maar de opbrengsten vielen enkele jaren tegen door ziektegevoeligheid van het gewas. “Dan wordt het financieel lastig”, zegt Groeneveld. “Je moet uiteindelijk ook gewoon een bedrijf draaien.” Volgens Groenendijk ligt precies daar de belangrijkste spanning. “Het financiële plaatje blijft bepalend”, zegt hij. “Duurzaamheid moet uiteindelijk ook economisch houdbaar zijn.”
Een van de grootste economische uitdagingen zit in de ruimte die natuur inneemt. In de proeftuin bestaat ongeveer elf procent van het land uit natuurstroken en andere landschapselementen. Die grond levert geen directe opbrengst op. Voor biodiversiteit is dat winst. Voor boeren betekent het minder productieve hectares. “Je hebt nog steeds grondlasten”, zegt Groeneveld. “Daar moet dus een plan of vergoeding tegenover staan.”
Wethouder Henk van Putten ziet dat vraagstuk breder dan alleen het boerenbedrijf. “De overgang naar toekomstbestendige landbouw is een verantwoordelijkheid van ons allemaal,” zegt hij. “Van overheid, sector, kennisinstellingen en samenleving.”
Innovatie op het eiland
Volgens Van Putten laat de proeftuin zien hoe innovatief de agrarische sector op Goeree-Overflakkee al is. Hij noemt bijvoorbeeld de inzet van een zogenoemde spotsprayer. Met cameratechniek herkent die machine onkruid en spuit alleen op die plek een kleine hoeveelheid bestrijdingsmiddel. Daarmee kan tot negentig procent minder middel worden gebruikt. Ook in de veehouderij ontstaan nieuwe technieken, zoals het circulaire stalsysteem Lely Sphere dat stikstofemissies omzet in een bruikbare meststof. “Onze agrarische ondernemers laten veerkracht en innovatie zien”, zegt Van Putten. “Daar mogen we trots op zijn.”
De proeftuin speelt ook een rol in het landbouwonderwijs. Studenten van onder meer Lentiz MBO Middelharnis werken op eigen proefvelden en volgen het volledige teeltproces. Van zaaien en poten tot oogst en verkoop van het product. Die praktijkervaring blijkt aantrekkelijk. Het aantal studenten in de akkerbouwopleiding groeide in enkele jaren van tien naar ongeveer zeventig. Voor veel jongeren maakt het verschil dat ze het vak niet alleen uit boeken leren, maar op het land ervaren.
Landbouw zichtbaar maken
De Van Pallandtpolder is inmiddels niet alleen een plek voor landbouw en onderzoek, maar ook een gebied waar bezoekers kunnen zien hoe die ontwikkeling eruitziet. Langs dijken en sloten lopen paden waar wandelaars en fietsers het landschap van dichtbij kunnen beleven. De open polder, het licht boven het Haringvliet en de brede horizon geven het gebied een rust die kenmerkend is voor Goeree-Overflakkee. Zo groeit de proeftuin langzaam uit tot een plek waar landbouw, natuur en recreatie elkaar ontmoeten.
Na vijf jaar ligt er een stevige basis. De bodem verbetert langzaam, biodiversiteit neemt toe en nieuwe samenwerkingen ontstaan tussen boeren, onderwijs en onderzoek. Maar het belangrijkste werk gebeurt nog steeds op het erf. Daar wordt elke dag opnieuw gekeken hoe theorie en praktijk samen kunnen gaan. Groenendijk vat het eenvoudig samen. “Het moet haalbaar blijven voor boeren. Als het niet werkt in de praktijk, werkt het uiteindelijk nergens.”
