Afbeelding

Column: Logeren

In oktober had ik hem uitgezwaaid, toen hij met het personeel van zijn hoofdverblijf vertrok voor een reis door Europa. Nu was hij terug voor een week of zes. Zijn huis was verhuurd, dus kwam hij bij mij logeren. Ik verheugde me erop om Poppy weer te zien. Poppy, de kat van de overburen, die met hun medeweten al een jaar of tien dagelijks op mijn keukenraam tikt om binnengelaten te worden. Hij doet dutjes op het logeerbed, wil wat lekkers rond de lunch en komt me eind van de dag op kantoor halen om de deur open te doen om terug naar huis te gaan.
Tijdens de reis werd ik door de buren op de hoogte gehouden. Ik kreeg de indruk dat Poppy het prima naar zijn zin had. Ze gingen met de camper naar het zuiden. Hij maakte aangelijnde wandelingen. Ik kreeg vakantiekiekjes: Pop in de bergen, bij zonsondergang, met een vakantieliefde in Spanje en met een andere in Portugal. In huis was het stil. Zonder Poppy namen vogels bezit van de tuin. Deuren in huis, die ik bij zijn aanwezigheid altijd gesloten hield, stonden nu open. Het badkamerraam deed niet langer dienst als snackloket. Verser dan vers trok Poppy - als hij de kans kreeg - wat vloog uit de lucht om na het eten de lijken in bad achter te laten.
Zou hij me nog herkennen? Zou hij het leuk vinden om me weer te zien? Stel je er maar niet te veel van voor, was me al geappt. We hebben het over Poppy, hè? Dat bleek niets te veel gezegd. Eenmaal uit zijn comfortabele reisbench dook hij onder de tafel om daar anderhalf uur te blijven zitten. Het ging allemaal niet van harte in de dagen die volgden. Ik werd getolereerd, zolang hij zijn gang kon gaan. Daarmee waren we eigenlijk weer in ons oude ritme. Knuffelen deden we sowieso al niet. Hij zette weer de eerste stappen buiten. Kroop onder de hortensia of lag weer op zijn vaste plek in de heg te slapen.
Het enige wat anders was dan voorheen: hij ging aan het eind van de dag niet meer naar huis. Hij logeerde. Hij kroop, als hij het bedtijd vond, ‘s avonds in zijn reisbench. Groot was dan ook de verrassing toen ik hem na een week of twee 's morgens opeens aan het voeteneind van mijn bed zag liggen, toen ik mijn ogen opendeed. Nog groter was de verrassing, toen hij me wekte door me kopjes te geven. De sirene die hij midden in de nacht produceerde omdat hij roomservice wilde, nam ik op de koop toe.
We kregen schitterend weer. Poppy wil stappen op zwoele zomeravonden. De hort op. De bloemetjes buiten zetten. Ik zag mezelf al showtjes opvoeren met kipfilet om hem 's avonds weer naar binnen te krijgen. Een lot dat door de jaren heen meer buren ten deel viel, die wel eens voor hem zorgden. Een paar keer roepen bleek echter genoeg om hem naar huis te halen. De twee keren dat hij zich niet meteen liet zien en ik hem ging zoeken, liep hij zonder enig gedoe met me mee naar huis.
Afgelopen zaterdag vertrok hij weer met de camper. Nu naar het noorden. De deuren staan weer open. De vogels fluiten in de tuin. In huis is het stil.