Afbeelding

Op ’t fietsje

Terwijl ik door de polder fiets, vouwt de mist zich als een klamme deken om me heen. Het maakt me niets uit, het is prachtig. Zonnestralen schijnen over de akker waardoor regenboogkleuren weerkaatsen in de nevel. De slingerende dijken in de polder van Sommelsdijk worden omringt door struiken en bossen. De meidoorn begint weer te bloeien, een typische lentegeur waar ik dol op ben, net als de vlierbloesem die wat later geurt.

Sinds kort heb ik een elektrische fiets. Daar vind ik mezelf eigenlijk te jong voor (mijn puber denkt daar natuurlijk anders over, iets met uit de middeleeuwen) maar als alternatief voor de auto bevalt het me heel erg goed. Een paar keer per week verruil ik Jan-Willem en Jeroen in de ochtend op Radio 2 voor een symfonisch concert van vogelgeluiden.

Zo ook deze frisse, maar stralende ochtend. Een mannetjesfazant roept schel. Zijn prachtige verenkleed steekt fel af tegen de kale grond. De groene specht vliegt voor de me uit, omhoog, omlaag, omhoog, tot hij zich vastzet tegen de stam van een boom. Overal om me heen hoor ik vogels. De tjiftjaf roept zijn naam, de merel komt overal bovenuit en de roodborsttapuit zingt vanaf het topje van de struik haar lied. Ik zal geen soortenlijstje gaan delen, daar is deze column te kort voor, maar een paar wil ik er wel even noemen. Wat te denken van de nachtegaal, de koekoek, een sprinkhaanzanger(!) en een gele kwikstaart bij het fietspad langs de Slikken van Flakkee?

Onderweg is het voor mij een sport om reeën te spotten. Meestal lukt dat, gelukkig niet altijd, dan zou er niets meer aan zijn. Het mooie van natuur is dat het onverwachts is en blijft verrassen. Wat dat betreft wonen we echt zo ongelofelijk mooi. Een collega-boswachter zou het rijkdom noemen. Ik kan niet anders dan hem gelijk geven.

Het laatste stukje naar kantoor gaat door de polder bij de Oostdijk. Slootkanten vol met raapzaad geven kleur aan het landschap. Een kievit laat luid van zich horen. De tureluur staat met zijn lange oranje poten op een paal het weiland te overzien. Een haas kijkt nieuwsgierig om zich heen. Ganzen met de pasgeboren pulletjes scharrelen door het gras. Op de valreep spot ik een ree. Verderop nog een. Toch nog geluk vandaag. Of beter gezegd; nog meer geluk dan ik al had….