
Paardenhouderijen in de knel bij Zuid-Hollandse omgevingsplannen
AlgemeenGOEREE-OVERFLAKKEE - Paardenhouderijen in Zuid-Holland kunnen in de knel komen door nieuwe regels voor het buitengebied. Dat bleek tijdens de vergadering van de commissie Ruimte en Milieu op woensdag 13 mei.
CDA-Statenlid Bas van der Linden vroeg aandacht voor de gevolgen van de herziening van het omgevingsbeleid. In de nieuwe plannen komen strengere regels voor het uitbreiden of aanpassen van gebouwen. Voor agrarische bedrijven zijn uitzonderingen mogelijk, maar volgens het CDA vallen veel paardenbedrijven daar juridisch niet onder.
“Van de paardenbedrijven worden alleen bedrijven die hoofdzakelijk bestaan uit fokkerij juridisch als agrarisch aangemerkt,” zegt Van der Linden. “Andere paardenbedrijven, zoals maneges, trainings- en africhtingsbedrijven en opfokbedrijven, vallen juridisch onder niet-agrarisch gebruik.”
Daardoor kunnen deze bedrijven bij uitbreiding of aanpassing van hun accommodaties met strengere beperkingen te maken krijgen. Het CDA vreest dat dit problemen oplevert als paardenhouderijen in de toekomst moeten voldoen aan strengere dierenwelzijnseisen. Daarbij kan het gaan om grotere stallen of extra uitloopruimte, zoals paddocks.
De gedeputeerde erkende volgens Van der Linden dat dit punt onvoldoende is meegenomen in de beleidsherziening. Bij een volgende herziening van het omgevingsbeleid moet dit worden hersteld.
Ook wees Van der Linden op de bijdrage die paardenhouderijen kunnen leveren aan biodiversiteit. Eerder vroeg Provinciale Staten al om hierover in gesprek te gaan met de sector.