
Column: Bogen
Mijn linker ooglid was dik en rood. De diagnose was snel gesteld: ontstoken. Er zat niets anders op dan zonder contactlenzen, zonder make-up, maar mét bril de straat op te gaan. Een look die ik normaal gesproken binnenshuis houd en die dus buitenshuis voor opgetrokken wenkbrauwen zorgde. "Ik moest even kijken of je het wel was”, kreeg ik een aantal keer te horen. Mijn vader zei trouwens geen verschil te zien. Waarop ik hem adviseerde zélf ook naar zijn ogen te laten kijken. Het dragen van mijn bril had wel een voordeel. Mijn wenkbrauwen waren minder prominent aanwezig. Ik ben een beetje huiverig van wenkbrauwen, althans het geklus eraan. Mijn moeder en ik kennen iemand van wie we de naam niet weten, maar die we altijd ‘die met die wenkbrauwen' noemen. Dat zegt misschien wel alles. Ik laat de boel graag natuurlijk zijn gang gaan en ben daar best tevreden mee. Als het heel erg uit de toon valt, pluk je er eens wat tussenuit. Maar dat is het. "Wat doe jij precies aan je wenkbrauwen?” informeerde mijn tante. Nou, niets dus. Haar blik was verrast en afkeurend tegelijk. Het zette me aan het denken. Mijn oma was in de jaren 60 een van de eersten die met kohlpoeder haar wenkbrauwen te lijf ging. Met zwart, waarschijnlijk de enige kleur op de markt. Ze tekende haar blonde wenkbrauwen toen ze ouder werd gewoon met zwart potlood. Twee strakke bogen boven haar ogen. Ik vond als kind dat ze iets weghad van clown Bassie. Ik vond clown Bassie leuk. Oma ook. Mijn neef heeft zulke lichte wenkbrauwen dat hij besloot ze te laten verven. Dan zou hij wat meer uitdrukking in zijn gezicht krijgen, was het idee. Hij had na de behandeling de lachers op zijn hand. Twee zwarte balken had hij boven zijn ogen, als dikke rupsen. Omdat hij bang was of het voldoende effect zou geven, had hij voor de zekerheid maar een tintje donkerder gekozen. Effect had het. Uitdrukking ook.
Je zou zeggen: een gewaarschuwd mens telt voor twee. Maar ja, wie weet knap je ervan op. Dus boekte ik ook een wenkbrauwbehandeling. In model brengen en verven. Ik kondigde aan ze niet te dun en niet te donker te willen. Gewoon natuurlijk. Ik dacht hierbij aan een vriendin. Zij had, voor haar huwelijk twintig jaar geleden, de hare naar de laatste mode laten epileren: dun. Ze waren nooit meer echt aangegroeid. Niet dat ze ontevreden is. ‘Mijn wenkbrauwen zijn tegenwoordig het enige dunne aan mijn lijf.' Na afloop zag ik niet veel verschil. Maar was dat niet juist de bedoeling? Tot mijn moeder constateerde dat ze asymmetrisch waren. Zij heeft er kijk op. Ze is door omstandigheden zelf wenkbrauwloos, maar tekent dagelijks met uiterste precisie de allermooiste natuurlijke wenkbrauwen. Na inspectie moest ik haar gelijk geven. Ze waren verschillend van vorm. Uit eentje was een hapje. Bovendien zat de linker hoger dan de rechter. Nog voor ik me er druk om kon maken, had ik gelukkig dat ontstoken oog. Sommige dingen lossen zich vanzelf op…