Ze hebben een naam…

Doet het dragen van een naam ertoe? De woorden van Shakespeare worden nogal eens aangehaald: een naam is ook maar een naam. Een roos ruikt nog steeds lekker ook als je hem anders gaat noemen. En als Jan voortaan Klaas heet, is hij nog steeds dezelfde persoon. Hoewel, ik denk dat je dan al merkt hoe vervreemdend het kan zijn om een ander bij een nieuwe naam te noemen. Zeker als Jan voortaan liever Johanna wordt genoemd of omgekeerd. Dan blijkt een naam toch ook wel een grote gevoelswaarde te hebben.

In het NRC stond deze kop afgelopen zaterdag: “Toen de bultrug eenmaal Timmy heette, moest-ie per se worden gered”. Dat laat zien dat een naam ertoe doet. Aan ‘patiënt 134’ niets meer doen, is anders dan ‘Mw. Anna van Buren’ laten sterven. Als verzorgenden over bewoners in een verzorgingstehuis spreken over iemand als ‘kamer 18’ is dan wat anders dan spreken over ‘Meneer Draaijer’. Een naam maakt je uniek, maakt het persoonlijker. Je bent niet meer anoniem, zonder naam,

Waarom hier even aandacht voor? Van de bultrug naar de 6 miljoen vermoorde Joden. Ze hadden een naam, maar werden behandeld als ‘Jood’. Dat was een soort kuddenaam geworden voor hen die ter slachting werden geleid. Aangrijpend! In het bekende Yad Vashem museum in Jeruzalem is er de “Hal van de namen”. Daar klinken onafgebroken de namen van hen die geen naam meer hadden, maar een ingebrand nummer werden. Het bezorgt je kippenvel als je dit hoort… Ze hadden een naam…zo krijgen ze een gezicht…

Nu we steeds meer namen kennen van de slachtoffers van het Nazi-regime, er een vloed aan boeken verschijnt de laatste jaren, dringt zich wel een vraag aan ons op. Geven we deze mensen pas jaren later een naam? Vinden we het eigenlijk ook wel fijn dat we namen niet kennen. Over de Oeigoeren spreken als ‘volk’ is wat anders dan bedenken dat iedere Oeigoer een naam heeft. Als je van een Iraakse jonge zanger de naam kent en hij wordt geëxecuteerd, dan komt dat veel dichterbij dan ‘er is een jonge zanger vermoord’.

Er zijn talloze naamlozen in deze wereld. Ze worden niet gezien en wegkijken is heel gemakkelijk. Misschien toch maar beginnen om te zien naar hen in onze nabije omgeving die geen naam hebben. Die hebben ze wel, maar niemand noemt die. Het gaat ons denken ver te boven dat er voor onze Schepper geen naamlozen bestaan. We hebben een roepnaam! Het geldt niet alleen van de sterren: ‘en kent die alle bij hun namen’.