
Van akkerbouw naar notenteelt: Levien Jacobs laat bezoekers kijkje nemen tijdens Kijk bij de Boer
DEN BOMMEL - Tussen de jonge boompjes op een perceel in Den Bommel werkt Levien Jacobs aan iets wat nog nauwelijks voorkomt in Nederland: grootschalige notenteelt. Tijdens Kijk bij de Boer op tweede paasdag (maandag 6 april) opent hij zijn erf voor publiek en krijgen bezoekers de kans om van dichtbij te zien hoe deze relatief nieuwe vorm van landbouw in Nederland eruitziet. Wat voor veel mensen nog onbekend terrein is, is voor Jacobs inmiddels dagelijkse praktijk geworden.
Door Kristel Tieleman
De 36-jarige ondernemer nam dit jaar het familiebedrijf officieel over en is daarmee de vijfde generatie op het akkerbouwbedrijf, dat al zo’n 130 jaar in de familie zit. Toch kiest hij bewust voor een andere koers dan zijn voorgangers. “We wilden iets anders doen dan alleen aardappelen en uien, net als iedereen. Iets wat ook toekomstbestendig is”, vertelt hij. Die zoektocht begon al jaren geleden. Volgens Jacobs werd het steeds lastiger om als relatief klein bedrijf mee te gaan in de schaalvergroting binnen de sector. “We zijn gewoon een kleine speler. Dan moet je iets anders doen waar je je in gaat specialiseren.”
Die specialisatie vond hij uiteindelijk in de notenteelt. Op zijn percelen staan inmiddels walnoten- en hazelnootbomen, bewust door elkaar geplant. Walnoten hebben namelijk een lange aanlooptijd en leveren pas na zo’n tien jaar opbrengst, terwijl hazelnoten al na ongeveer vijf jaar beginnen te produceren. Door die combinatie probeert Jacobs de financiële overbrugging te maken in de eerste jaren. Het bedrijf staat nog aan het begin van die ontwikkeling: de bomen zijn nu enkele jaren oud en de eerste, nog bescheiden oogst is inmiddels binnen. “Het is nog niet verkoopbaar, maar wel leuk om al producten te maken en te proberen,” vertelt hij over de eerste hazelnoten die hij onder meer verwerkte tot pasta.
Proef en onderzoek
Naast het opbouwen van een nieuwe teelt draait het bedrijf ook om onderzoek. Op het land is een proefveld aangelegd met verschillende rassen, waarbij vooral wordt gekeken naar bestuiving. Dat is volgens Jacobs een van de belangrijkste en tegelijkertijd meest ingewikkelde onderdeel van notenteelt. “Een hazelnoot kan zichzelf niet bestuiven, dus je hebt altijd een ander ras nodig dat precies op hetzelfde moment bloeit,” legt hij uit.
Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk komt er veel meer bij kijken. Niet alleen moeten rassen genetisch bij elkaar passen, ook moeten de bloeimomenten exact samenvallen. Op de Zuid-Hollandse eilanden, met het specifieke zeeklimaat, kunnen die momenten net anders liggen dan in andere delen van Europa. Daarom worden de bomen meerdere jaren gemonitord om inzicht te krijgen in welke combinaties hier daadwerkelijk werken. “We proberen in kaart te brengen welke rassen hier goed samen gaan, zodat toekomstige telers in één keer de juiste keuzes kunnen maken,” zegt Jacobs.
Die pioniersrol brengt onzekerheid met zich mee. In Nederland is nog weinig kennis beschikbaar en eerdere proeven uit het verleden zijn grotendeels verdwenen. Juist daarom ziet hij het als belangrijk om zijn ervaringen te delen en anderen mee te nemen in het proces.
Risico’s en kansen
De overstap naar notenteelt is volgens Jacobs dan ook zeker geen vanzelfsprekende keuze. “Je berekent een hoop en je gaat ervan uit dat het allemaal uitkomt, maar de tijd moet het gaan leren,” zegt hij. Naast praktische uitdagingen, zoals de invloed van wind op de jonge bomen, speelt ook de economische kant een rol. Zo is het nog onzeker of er voldoende vraag zal zijn naar lokaal geteelde noten.
Toch ziet hij juist in die onzekerheid ook kansen. Jacobs wil de noten in de toekomst lokaal gaan verkopen, bijvoorbeeld via boerderijwinkels. De eerste stappen in die richting worden al voorzichtig gezet. Tegelijkertijd blijft een deel van het bedrijf nog actief in de akkerbouw. De focus verschuift echter steeds meer richting de notenteelt, die hij ziet als de toekomst van het bedrijf.
Volgens Jacobs sluit die ontwikkeling ook aan bij de behoefte aan duurzamere landbouw. Bomen slaan CO2 op en houden dat vast, in tegenstelling tot veel eenjarige gewassen waarbij die uitstoot sneller weer vrijkomt. Daarmee kan notenteelt volgens hem bijdragen aan een andere manier van voedselproductie, al benadrukt hij dat het nog een zoektocht is.
Kijk bij de Boer
Tijdens Kijk bij de Boer krijgen bezoekers de kans om deze ontwikkeling van dichtbij te ervaren. Op het erf van Jacobs draait het die dag volledig om de notenteelt, en krijgen bezoekers een inkijk in hoe deze vorm van landbouw er in de praktijk uitziet en wat daar allemaal bij komt kijken. Het programma is breed opgezet, zodat er voor verschillende doelgroepen iets te beleven valt. Voor kinderen zijn er speurtochten en een traptrekkerbaan, terwijl bezoekers ook kunnen rondkijken tussen de jonge hazelnootbomen en meer te weten komen over het groeiproces.
Daarnaast is er ruimte om te proeven en te ontdekken. Zo worden er producten met hazelnoten aangeboden, zoals broodjes en pasta's, en kunnen bezoekers picknicken op het erf, tussen de bomen. Ook zijn er verschillende partijen uit de sector aanwezig, zoals kwekers en andere betrokkenen, die uitleg geven over de teelt en de stappen die daarbij komen kijken. Daarmee wordt niet alleen het bedrijf zelf zichtbaar, maar ook de keten eromheen.
Voor Jacobs is deelname aan Kijk bij de Boer meer dan alleen het laten zien van zijn eigen bedrijf. Hij hoopt vooral dat bezoekers met een beter begrip naar huis gaan. Begrip voor de keuzes die boeren maken, maar ook voor de complexiteit van het werk. "Je hoopt dat mensen zien waar je mee bezig bent en dat ze er anders naar gaan kijken,” legt hij uit. Juist omdat notenteelt voor veel mensen nog onbekend is, ziet hij het als een kans om uit te leggen hoeveel kennis, onderzoek en geduld erachter schuilgaat.
Vooruitkijken
Die openheid past ook bij de manier waarop hij naar de toekomst kijkt. De komende jaren wil Jacobs zijn bedrijf verder ontwikkelen en mogelijk volledig richten op notenteelt. Daarmee hoopt hij een duurzaam en toekomstbestendig verdienmodel op te bouwen, dat later ook doorgegeven kan worden. “Op deze manier hoop ik een verdienmodel te maken waardoor mijn kinderen het ook kunnen overnemen,” zegt hij.
Waar hij het meest trots op is, zit volgens hem vooral in de stap die hij heeft gezet. “Dat we niet bang zijn om iets te proberen wat anderen misschien gek vinden.” Die houding is volgens hem noodzakelijk om als sector vooruit te komen, zeker in een tijd waarin landbouw voortdurend in ontwikkeling is.
Voor bezoekers die nog twijfelen om langs te komen, heeft hij dan ook een duidelijke boodschap. Notenteeltbedrijven zijn schaars en doen niet ieder jaar mee aan Kijk bij de Boer. Wie wil zien hoe deze vorm van landbouw er in de praktijk uitziet, krijgt nu een unieke kans om dat van dichtbij mee te maken.