Afbeelding

Column: Lek

“Je auto is vies.” Van die opmerking kan ik alleen maar zuchten. Ik ben de laatste die zal ontkennen dat mijn auto vies is. Hij is zelfs héél erg vies. Ik geef ook onmiddellijk toe dat poetsen niet mijn hobby is. En dat ik er ook geen bijzonder talent voor heb. Maar waar bemoeit zo’n man zich mee? Hij is namelijk niet zomaar vies. Ik heb met mijn auto een haat-liefde verhouding. Ik kom weliswaar elke keer waar ik wezen wil. Maar ondanks een navigatiesysteem is dat met mijn oriëntatie een flinke klus. Zet mij op vier wielen en ik heb stress. Een rood lampje, een oranje, of een groene, of welke combinatie dan ook, is genoeg voor een regelrechte paniekaanval. Ik ga dus niet alleen voor reparaties naar de garage. Ik ben er ook in therapie.

Mijn vrienden van de garage, want zo mag ik ze wel noemen na al die jaren geestelijke bijstand, kennen me inmiddels. Geruststellen is een groot onderdeel bij reparatiewerkzaamheden. Nu heb ik mijn vrienden de laatste tijd om hulp moeten vragen. Mijn auto maakte water. Op de vloer achterin, aan de bijrijderskant. En niet zo’n beetje ook. Genoeg om in te pootjebaden. Of goudvissen in te houden. Als een dolle ging ik in de weer met oude kranten om de boel droog te krijgen. Waar kwam dat water nu vandaan? Mijn dak was droog, De deur was droog, Mijn vrienden wisten me te vertellen, dat het werkelijk o-ver-al vandaan kon komen. Dus liet ik mijn mobiele Oceanium bij hen achter om het uit te zoeken.

Ik wist niet dat het kon. Mijn achterlicht was lek. Van banden wist ik het. Maar achterlichten kunnen dus óók lek. Er werd gekit. Er kwam een nieuw afdichtrubber. Ik was zó gelukkig. Mijn moeder had vroeger een auto die klotste als ze een bocht nam. Ik was blij dat dit geen familiedingetje werd. Ik moest nog wel even in de weer met oude kranten, want het vocht was nog niet helemaal verdwenen. Maar het lek was boven! Toen ging het regenen. Weer had ik een zwembad. Waar is Hansje Brinker als je hem nodig hebt? Intussen was het ook flink koud geworden. Ik vreesde ‘s morgens niet alleen de buitenkant van mijn autoruiten, maar ook de binnenkant te moeten gaan krabben. Heel de straat voorzag me inmiddels van oude kranten om de boel te stelpen. Ik was er doorheen. Dat krijg je met digitaal lezen. Een nieuwe logeerpartij bij de garage leerde dat ook de bumper lek was. Nou ja, een rooster achter de bumper was een eigen leven gaan leiden. Mijn vrienden wisten er gelukkig raad mee. Ik volg nog steeds een antivochtbeleid met kranten en vochtvreters. Ik ben dus weer in afwachting van een flinke regenbui. Kan ie het houden? Of moet ik gaan hozen? Daarom heb ik nog niet het lef gehad om de kabouters van de wasstraat hem te laten boenen. Dus ja, mijn auto is vies. Ja, hij is héél erg vies. Maar dat is dus met een reden.