Afbeelding

Column: 40%

Verleden week gaf mijn vrouw les in Schiedam aan gemeenteambtenaren. Ik ga dan vaak mee en scheur door heel Nederland als ‘particulier chauffeur’ en verpoos me dan, terwijl zij lesgeeft, in musea en bibliotheken. ‘Zwart Nazareth’ *) is doordrenkt van jenever. Eerst bezocht ik de reusachtige moutmolen ‘De Walvisch’ en daarna het jenevermuseum. Je kon daar een kanon afschieten en zo kreeg ik een persoonlijke rondleiding langs moutkuipen, reclameborden, flessen en distilleerkolommen. Tsja, ik kon niet om een aangeboden proeverij heen. De sympathieke rondleider, tevens brouwer, had alle tijd voor mij en schonk eerst een glas Old Schiedam moutwijn (40%) in, daarna een Old Schiedam ‘Malt & Rije genever’, vervolgens een glas naar 17e-eeuws recept en, gestimuleerd door mijn lofprijzing, schonk hij nog een glas van het een of ander, waarvan ik echt de naam niet meer weet. U zult begrijpen dat ik het wel fijn vond dat mijn vrouw deze keer zelf terugreed naar Goedereede. Zelf vond zij het wat minder geslaagd.

Op de terugreis dacht ik aan mijn tante Krijntje, die getrouwd was met mijn oudoom Frits Kastelein. Zij woonden aan de Boompjes in Ouddorp en hadden daar een winkeltje waarin textiel en hoeden werden verkocht. In januari 1957, ik was toen nog geen 2 jaar, ging mijn moeder met mij bij hen op bezoek. “Mag’n oak wat hae?” werd aan mijn moeder gevraagd. Natuurlijk dat mocht. Rozijntjes op sap. Mijn moeder zat zelf aan de thee en lepelde bij mij de rozijntjes naar binnen. Nou, die gingen erin! Ik begon vreemde smakgeluiden te maken en m’n kop werd steeds rooier. Uiteindelijk proefde mijn moeder wat er nu eigenlijk zomaar als koek bij mij inging. Het waren rozijnen op brandewijn.

Gezien de waarschuwende boodschap in anti-alcoholreclames over de vernietigende werking op jonge hersencellen had ik dus eigenlijk veel intelligenter kunnen zijn en was ik dan dus ook niet naar dat jenevermuseum gegaan. Krijntje bedankt!


*) bijnaam van Schiedam