Afbeelding

Ballenbak

Het was ’s morgens vroeg. Ik stond met mijn boodschappen bij de kassa. Wagentje vol. Nee, ik scan niet. Dat vind ik niet gezellig. Bij de boodschappen in de supermarkt hoort gewoon een gesprek met de kassière. Over het weer. Over de kwaliteit van de keukenrollen. Over de parkeergarage, die ik te steil vind en dus niet durf. Of over wat anders. Geen boodschappen zonder kassière.
Ik wilde mijn boodschappen op de band te zetten, maar bedacht me: Stom! Ik was samen met mijn moeder. Waar heb ik die gelaten? Ik keek om me heen. Ik zag haar niet. Ik maakte plaats om een man, die achter me was komen staan om een rij te vormen, voor te laten. “Gaat u maar. Ik ben mijn moeder kwijt.” Behulpzaam als hij was, kwam hij meteen in actie. “Hoe heet ze?” vroeg hij me. “Ineke”, antwoorde ik meteen zonder er goed over na te denken. Ik draaide me om en stuurde het winkelwagentje in tegenovergestelde richting op zoek naar mijn moeder.
De kassière, die het tafereel had gevolgd, maakte zich geen zorgen. Ze kent mijn moeder. Die kun je om een boodschap sturen. Ze mag dan wat ouder worden en iets minder mobiel zijn dan vroeger, maar er is niets mis met haar. Nou ja, niets mis met haar verstandelijke vermogens in elk geval. Je verkoopt haar geen knollen voor citroenen. Ze kan het alleen niet op een lopen zetten. Maar dat wist die meneer natuurlijk niet. Hij zag een probleem, dat opgelost moest worden. Een vrouw in nood. Dochter is haar moeder kwijt. Of was het: moeder is haar dochter kwijt? Wie had hier nu eigenlijk wie nodig om ordentelijk boodschappen te doen?
Terwijl ik één voor één met mijn kar de paden afstruinde op zoek naar mijn moeder, arriveerde zij bij de kassa. Daar werd ze aangesproken door een alleraardigste meneer. “Goedemorgen Ineke”, zei de man enthousiast. Dát riep direct verwarring op bij mijn moeder. Dat zie je dan ook meteen aan haar. Dan gaan die wenkbrauwen dichter naar elkaar en dan hoor je haar radartjes draaien. Nu moet je weten, dat zij geen geheugen heeft voor gezichten. Ze zwaait naar iedereen, maar heeft vaak geen flauw idee naar wie. Ze groef dus diep in haar geheugen wie die man kon zijn, die haar zo vriendelijk bij haar voornaam noemde. Ze had wer-ke-lijk geen flauw idee.
De verwarring op haar gezicht moet die man van zijn stuk gebracht hebben. Nadat ik de zaak was doorgekluund, vond ik mijn moeder terug bij de kassa. Probleem opgelost. Voor je het weet, wordt er omgeroepen dat je moet worden opgehaald bij de kassa. Het gaf me visioenen van opgehaald worden uit de ballenbak. Mijn moeder en ik kregen er de slappe lach van. De man stond erbij en keek ernaar. Ik zag aan zijn gezicht dat hij er niet veel van begreep. Ik sluit niet uit dat meneer de volgende keer zelf een begeleider meeneemt als hij boodschappen gaat doen.