Column: Groene en witte martelaren
Ik las laatst een indringende bijdrage van Richard Groenenboom, werkzaam bij Stichting de Ondergrondse Kerk (SDOK). Hij stelt in het stuk dat Jezus volgen in het Westen moeilijker is dan in bijvoorbeeld Noord-Korea. Dat lijkt een boude stelling. Is het niet veel eenvoudiger om in het vrije westen Christus te belijden dan in een land waar het je jaren in een strafkamp op kan leveren? Hij doet zijn uitspraken echter niet op eigen gezag.
Hij laat namelijk twee christenen aan het woord uit respectievelijk Eritrea en Noord-Korea die veel geleden hebben om de naam van Christus. De eerste zat zestien jaar in de gevangenis, waar ze zwaar werd gemarteld; de tweede heeft in een concentratiekamp gezeten. Beiden wonen intussen in een land waar ze in alle vrijheid het geloof mogen beiden. Beiden, en dat trof me bijzonder, geven aan hun huidige leven als christen in een vrij land moeilijker te vinden dan in gevangenschap! Laat duidelijk zijn - en dan mag u en mij wel heel bescheiden stemmen - dat het lijden aan gevangenschap en marteling ontzettend zwaar is. Deze christenen geven echter allebei aan: daar was de vijand zichtbaar en tastbaar. In het vrije Westen stelt de duivel zich echter verdekt op. Hij opereert veelszins onopgemerkt. Hij houdt je als belijdende christen zo bezig dat je zomaar God en Zijn Woord uit het oog verliest, verslapt, vertraagt, dwaalt. En de christen uit Noord-Korea, die zoveel te lijden had in een kamp, lijdt nu aan wat hij ‘nieuwe verleidingen’ noemt: rijkdom, seksuele verzoekingen en de kracht van beeldschermen.
Tot zover deze hedendaagse ‘stemmen der martelaren’. Ik heb aan het stuk bovendien een voor mij nieuw inzicht overgehouden, dat ik graag met u deel. En daarmee kom ik ook op de bijzondere titel boven dit stuk. Verschillende vormen van martelaarschap worden aangeduid met verschillende kleuren. En kennelijk gebeurt dat al heel lang. Het rode martelaarschap is dat waar u en ik bij martelaren het eerst aan denken: christenen die gemarteld worden en sterven omwille van het geloof. Daarnaast is echter ook sprake van groen en wit martelaarschap.
Met groen martelaarschap wordt bedoeld dat je sterft aan jezelf. Dat gaat om het kruisigen van je eigen verlangens en idealen uit gehoorzaamheid aan Christus. Hoe? Door in overgave te leven: je leven en tijd zijn aan de Heere gewijd. Maar ook je keuzes en je bezit. Je spreekt goed van God en Zijn Woord, ook tegen de kritische vragen van de tijd in.
En dan is er het witte martelaarschap. Het betekent dat je als christen niet ingaat op de beloften van de seculiere samenleving van geluk en genot. De witte martelaar sterft aan de eisen en verlangens van de wereld. Dat kan uitkomen in vasten - letterlijk, maar ook in de vorm van bijvoorbeeld minimale schermtijd, om meer toe te komen aan het lezen van de Schrift en het gebed. Een keuze tegen de cultuur maar ook tegen je eigen vlees. Een verlangen om gesterkt te worden in de geestelijke strijd die volop woedt.
Rode martelaren zijn er op het eiland zeer waarschijnlijk niet. Of het moeten christenen zijn met een verleden zoals de twee christenen die eerder aan het woord kwamen. Maar hoe dringend is het dat er veel groene en witte martelaren worden aangetroffen! En voor u daarvoor nu om u heen gaat kijken: blijf met die vraag eerst en vooral maar bij jezelf. Bent u, ben jij, ben ik zo’n martelaar? Het artikel dat mij veel stof tot nadenken gaf, eindigt met de veelzeggende woorden van Richard Wurmbrand: ‘Het is verschrikkelijk om in de gevangenis te zitten, maar het is erger om in vrijheid te slapen.’