
Stil bij wat water nam: herdenking in Nieuwe-Tonge
Algemeen WatersnoodrampNIEUWE-TONGE - “Het begon bij Battenoord, waar het water met een razende snelheid opkwam. De dijk – en het is een hoge, zware dijk – overspoelde, huizen meesleurde en mensenlevens vernietigde”, zo werd de watersnoodramp in het Eilanden-Nieuws van 14 februari 1953 beschreven. Drieënzeventig jaar later klinken die woorden opnieuw bij het watersnoodmonument in Nieuwe-Tonge, waar inwoners en nabestaanden samenkomen om de slachtoffers uit Nieuwe-Tonge en Battenoord te herdenken.
Door Kristel Tieleman
In stilte verzamelen mensen zich bij het monument. Jong en oud staan naast elkaar, sommigen met bloemen in de hand. De ramp behoort tot het verleden, maar de gevolgen zijn nooit verdwenen. In totaal kwamen in Nieuwe-Tonge en Battenoord negentig mensen om het leven. Gezinnen werden uiteengerukt, straten en buurtschappen veranderden voorgoed. Wat toen gebeurde, werkt tot op de dag van vandaag door in de gemeenschap.
Tijdens de herdenking neemt Psalm 93 een centrale plaats in. Dick Exalto staat stil bij de betekenis van de psalm, die in 1953 op het psalmbord stond voor de zondagsdienst. De woorden over het bruisen van de wateren en de macht die daarbovenuit stijgt, raken aan wat inwoners in die nacht hebben meegemaakt. Het leven van de een werd gespaard, dat van de ander niet – iets wat mensen niet kunnen verklaren. De psalm klinkt als een moment van bezinning, midden in het verhaal van verlies en overleving.
Daarna worden alle namen van de slachtoffers hardop voorgelezen, met hun leeftijd erbij. Het zijn er negentig: jong en oud, sommigen nog maar enkele jaren oud. De stilte tussen de namen maakt voelbaar wat cijfers niet kunnen uitdrukken. Aansluitend worden kransen en bloemstukken gelegd bij het monument, onder meer door vertegenwoordigers van de gemeente en het waterschap. Wethouder Daan Markwat spreekt over de blijvende impact van de ramp. “Ook drieënzeventig jaar later blijft het moeilijk om te vatten wat hier is gebeurd,” zegt hij. Volgens hem zijn de zichtbare wonden hersteld, maar blijven de littekens bestaan – zowel in herinneringen als in het besef dat waterveiligheid nooit vanzelfsprekend is.
Aan het einde van de herdenking is er ruimte voor de kinderen. Zij hebben de afgelopen weken op school gehoord over de ramp en leggen bloemen bij het monument. Anne-Karin Guijt-Holleman wijst hen op het beeld van een mens die worstelt in de golven. Wie goed kijkt, ziet de wanhoop in het gezicht. Met die blik sluiten zij de herdenking af, waarna een stille tocht volgt langs de graven van slachtoffers op de begraafplaats. Zonder woorden, maar met gedeelde herinnering wordt opnieuw duidelijk dat de ramp van 1953 nog altijd voortleeft in Nieuwe-Tonge.