
Dolblije Dinie (7) zou die zondag voor het eerst naar zondagschool gaan. Maar ze verdronk, net als de zondagschoolleraar
Algemeen WatersnoodrampDEN BOMMEL - “Mijn buurmeisje Dinie was zeven. Die zaterdagmiddag rende ze dolblij bij ons binnen: “Morgen mag ik voor ‘t eerst naar zondagschool!” Maar diezelfde nacht verdronk ze, net als zondagschoolleraar Jan Hokke en zijn vrouw,” verhaalt Jan Zuijdijk (78). Afgelopen zondag organiseerde hij de Watersnoodrampherdenking in Den Bommel.
Door Gideon van Aartsen
“Nu ik wat ouder word doemen steeds vaker beelden uit mijn jeugd op. En dan vecht ik soms tegen de tranen. Vooral wanneer ik de Watersnoodrampherdenking voorbereid. Dan zie ik onze buren weer voor me: vader Jan Cees Verkerke overleefde de ramp, maar zijn vrouw en kinderen werden door het water opgeslokt. Mijn broertje Wim en ik speelden vaak met ons zevenjarige buurmeisje Dina. Wij noemden haar Dinie. Twee jaar ouder dan ik, een hartstikke vrolijk kind, mijn jeugdvriendinnetje. In mijn dromen zie ik haar weer lachen in onze grote tuin vol vruchtbomen, waar wij altijd zo’n plezier hadden met elkaar…”
Plotselinge leegte
Afgelopen zondag organiseerde Jan Zuijdijk de jaarlijkse Watersnoodrampherdenking in Den Bommel. Nu, 73 jaar na de horrornacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953, zijn de wonden nog altijd niet geheeld. Tot op de dag van vandaag voelen de nabestaanden en nog in leven zijnde dorpsgenoten de plotselinge leegte, die de twaalf slachtoffers achterlieten. Afgelopen zondag kwamen zo’n kleine honderd mensen bijeen om hen opnieuw te herdenken.
Om 13.00 uur werden bloemen gelegd onder de herdenkingsplaquette aan de Molendijk, waar een woeste watermuur het vluchtende gezin Verkerke en zes anderen verzwolg.
Rond 14.00 uur heette Jan Zuijdijk iedereen welkom in verenigingsgebouw Bij de Bron, waar hij nog eens vertelde hoe en waar de twaalf Bommelse slachtoffers om het leven waren gekomen. Hierna, om de rampgeschiedenis ook onder de jeugd voort te laten leven, droegen lokale basisschoolleerlingen enkele dichtregels over de catastrofe voor.
Met lege handen
Wethouder Berend-Jan Bruggeman vertelde in zijn aangrijpende speech over de ontsteltenis van Jan Cees Verkerke, die, gegrepen door het water, nog even naar adem hapte en dacht zijn baby in zijn armen geklemd te voelen. Het bleek slechts een bundeltje kleertjes. Jan Cees stond ‘met lege handen’. “Maar met lege handen kun je elkaar ook weer vasthouden, samen weer iets opbouwen,” aldus Bruggeman.
Heemraad Frank van Oorschot van Waterschap Hollandse Delta sprak mooie woorden over de verbondenheid van de eilanders na de ramp en benadrukte het belang van waakzaamheid tegen de gevaren van de zee, ook anno 2026.
Na drie liederen van het Sint Adolfskoor, waaronder het ontroerende Twaalf Rozen, geschreven voor de twaalf slachtoffers, prees Jan Zuijdijk held Theo Jacobs (93), in zijn rolstoel op de voorste rij aanwezig, voor het heroïsch redden van Jan Cees Verkerke. Vorig jaar ontving Jacobs de Carnegie Heldenfonds-onderscheiding. “Veel te laat,” aldus Zuijdijk. Van drie nabestaanden, onder wie een lid van familie Verkerke, ontving Jacobs mooie boeketten. Hierna begaven alle aanwezigen zich naar het watersnoodmonument op de begraafplaats, waar leden van de jeugdbrandweer de namen van de slachtoffers voorlazen en twaalf rozen neerlegden bij het gezamenlijke graf. Femke Mooijaart blies de taptoe en er werd een minuut stilte betracht.
Zondagschool
Na afloop vertelt Jan Zuijdijk: “Op de zaterdagmiddag voor de ramp rende mijn buurmeisje Dinie dolblij bij ons binnen: “Morgen mag ik voor ‘t eerst naar zondagschool!” Maar diezelfde nacht verdronk ze. Net als zondagschoolleraar Jan Hokke en zijn vrouw. Uit angst voor het aanstormende water vluchtte de familie Verkerke hun huis uit. Met zes andere mensen, onder wie echtpaar Hokke en Theo Jacobs, holden ze over de Molendijk, op zoek naar een veiligere plek. Vader Jan Cees droeg de baby. Maar toen werden ze door die watermuur van de dijk gebeukt. Zeven van hen overleefden het niet, onder wie mijn vriendinnetje. Jan Cees verloor de baby, toen hij onder water vast kwam te zitten in een stuk prikkeldraad. Hij riep om hulp en werd gehoord door Theo Jacobs, als 20-jarig militair getraind was in het zwemmen in ijskoud water. Theo had zich net op het droge geworsteld en zat op adem te komen. Hij sprong meteen terug het water in om Jan Cees te redden. In eerste instantie kreeg hij Jan Cees niet los. Die smeekte: “Laat mij gaan! Red jezelf!” Maar Henk riep: “Samen uit, samen thuis!” Hij redde Jan Cees. Waar ik nu erg aan moet denken: Ons huisje onder aan de dijk werd verwoest, wij konden net op tijd wegkomen. Maar het huis van familie Verkerke stond bovenop de dijk en staat er nog. Nauwelijks waterschade. Waren zij binnen gebleven, dan hadden zij de ramp overleefd…”