
Rampherdenking Herkingen: “Het leven met water heeft ons gevormd”
Algemeen WatersnoodrampHERKINGEN - Aan de oever van een rustig Grevelingenmeer vond zondagmiddag de herdenking van de Watersnoodramp plaats. In verschillende bijdragen werd stilgestaan bij die nacht van zaterdag op zondag toen de golven van de -toen nog- zeearm De Grevelingen haar verwoestend werk deden.
Door Adri van der Laan
De herdenking van de Watersnoodramp werd gehouden bij het monument naast de ‘coupure’ die de toegang tot de haven vormt. Marja Hogerwerf van de Dorpsraad Herkingen verwelkomde de aanwezigen. Ze benadrukt dat herdenken nodig blijft, “want door samen te herdenken erkennen we het verdriet en het leed van de Watersnoodramp”. Deze dag laat zien dat de slachtoffers niet worden vergeten. Volgens Marja verbindt herdenken de generaties doordat de verhalen leven worden gehouden. “Herdenken geeft betekenis aan het verleden en verantwoordelijkheid voor de toekomst”.
Persoonlijk verhaal
Nadat twee kinderen, Lieke en Lynn, een gedicht hadden voorgedragen, was het woord aan Hans Kalle. Deze inwoner van Herkingen maakte als 8-jarig jongetje de ramp van nabij mee. Hij vertelde dat die zaterdagavond 31 januari 1953 alle dingen gewoon doorgingen ondanks dat het stormde. Zo was het de gewoonte dat de moeder van Hans en haar twee zussen iedere zaterdagavond naar ‘opoe Tonga’ gingen. Dit was toen ook zo. Zij woonde in “d’n hoek van Tona’n Tona. Opoe had een ongetrouwde broer in huis wonen. Die broer -oom Aeren- vertrouwde het niet want het water stond hoog. Hij ging om het half uur kijken naar het steeds stijgende water en verzuchtte volgens Kalle iedere keer: “Wat het worre mot dat weet ik niet”. Toch ging men weer naar huis. In de nacht werd Hans wakker. Hij hoorde veel rumoer in huis. Er werd gesproken over evacueren. De burgemeester was met deze opdracht naar Herkingen gekomen. De vader van Hans was dit niet van plan want hij had slecht ervaringen opgedaan met de inundatie van 1944.
Ziekenauto
Een vrouw van 85 jaar moest naar het ziekenhuis. Maar de ziekenauto was niet beschikbaar. Deze zou later komen. Maar “die ziekenauto is nooit gekomen want de auto werd van de dijk gespoeld en de chauffeur verdronk. Er werd een bus gecharterd en de vrouw werd met de bus op een brancard naar het ziekenhuis gebracht. “Dat waren van die dingen die ik er nog van weet. Na de ramp is er wel veel gebeurd maar dat is een heel ander verhaal”, zo besloot Kalle zijn bijdrage.
Krans
Gemeenteraadslid Mariëlle van den Berg sprak namens de gemeente. Ze schetste de omstandigheden van ‘die avond’. In Herkingen waren ze alert want het was niet zomaar een storm. De vloedplanken zijn geplaatst. De zorgen werden groter. “Kunt u het zich voorstellen? Met de kennis van nu is het gemakkelijk conclusie te trekken. Met de kennis van achteraf weten we dat veel inwoners van Herkingen aan de dood zijn ontsnapt. In tegenstelling tot andere dorpen op het eiland. 1836 mensen overleefden de ramp niet”.
In Herkingen waren geen slachtoffers maar wel vier in het nabij gelegen Battenoord. Na de ramp brak “een periode van opbouw aan. De schade was groot maar de hulp die op gang kwam was hartverwarmend. Het leven met water heeft ons gevormd”.
Namens de gemeente dankte zij allen die aan deze herdenking hebben meegewerkt.
Kranslegging
Vervolgens legde zij een krans bij het monument. Roland Vissers deed dit namens het Waterschap Hollandse Delta. Ook werden er kransen gelegd door de Oranjevereniging en de Dorpsraad. Na het signaal Taptoe door Ries Wessel en één minuut stilte was het woord aan Roland Vissers, directeur van Waterschap Hollandse Delta. Hij onderstreepte dat Watersnoodramp meer dan een natuurramp was. “De gemeenschap is voorgoed veranderd want de ramp liet diepe sporen na in de samenleving. We mogen deze gebeurtenis nooit vergeten”.
Na de officiële herdenking was er nog een koffiemoment in Ons Huis en was de fotoreportage te bezichtigen die gemaakt is door wijlen Johan Tiggelman.