AI vervangt de mens NI(et)

AI is sterk in ontwikkeling, maar zal het op termijn gelijkwaardig zijn aan de mens en deze weg concurreren? ik denk het niet.

Automatisering was bij de eerste ontwikkeling vooral bedoeld om saaie repeterende werkzaamheden te verrichten, waar de mens geen specifieke waarde toevoegt. Langzaam maar zeker is de automatisering (computer), integraal onderdeel uit gaan maken in onze hedendaagse wereld. De computer werkt met algoritmen (procedures) en schakelt tussen ja/nee al naargelang de omstandigheden.

Simpel voorbeeld is de detectielus bij verkeerslichten. Afhankelijk van het verkeersaanbod en volgorde van benaderen van verkeerslichten schakelt hij tussen de kleuren groen en rood per rijstrook. Het ding denkt niet, maar doorloopt een beslisproces (als/dan) en schakelt op basis daarvan.

Het gebruik van algoritmen wordt steeds geavanceerder. Inmiddels komen we op het niveau van menselijk leren, ‘AI’ (kunstmatige intelligentie). Echter dat is in alle opzichten, buitengewoon complex en daarom ook risicovol.

Ongenuanceerde algoritmen hebben bijgedragen aan de Toeslagenaffaire. De menselijke maat werd niet meer (voldoende) onderkend. Mensen die met de uitkomst van het toeslagensysteem iets moesten doen richting toeslagontvanger(s), vertrokken niet zelden vanuit een onjuiste/onvolledige informatiepositie, namen daarop besluiten, met de bekende treurige gevolgen van dien.

Toonaangevende AI-wetenschappers, hebben, nu AI meer en meer met de menselijke intelligentie en inzet gaat concurreren, opgeroepen de ontwikkeling van AI even te pauzeren om deze ontwikkeling en inzet zo goed mogelijk te doordenken. Ontsporen van het AI-systeem, door eenzijdigheid, is zeker niet denkbeeldig. Als met de opbrengst van de analyse en afweging vanuit het AI-systeem een menselijk besluit nodig is, moet de mens wel vooraf kunnen vaststellen dat de informatie uit het systeem objectief en betrouwbaar tot stand gekomen is.

Het ligt feitelijk voor de hand, dat als AI een min of meer volwaardiger plaats naast mensen moet krijgen, het in eerste instantie ook zou moeten leren, zoals ook kinderen in hun omgeving leren en ontwikkelen.

Emotieloos 

Dit is gelijk ook een buitengemeen grote complexiteit, vooral als het gaat om een typisch menselijk trekje als ‘emotie’. Welke etnische, sociale en culturele achtergrond krijgt AI mee, die borgt dat er geen eenzijdigheid voorkomt?

Stel je bent in staat om de complete diversiteit van de mensheid in te voegen, dan is de redelijke verwachting dat je ook dezelfde menselijke conflicten binnen AI krijgt. Dat gaat dus niet lukken. Als gevolg daarvan ontkom je er niet aan dat AI altijd in zekere zin eenzijdig en emotieloos zal zijn en dus de menselijke maat in essentie zal missen.

Richard den Haan,

ondernemer op Goeree-Overflakkee