
De redding van de
familie Van Cleeff
"Zo hadden ook de Van Cleefs hun anekdotes. Alles liever dan het vervullen van een slachtofferrol. Anekdotes waren een aangenaam compromis tussen niets en alles zeggen."
In 1929 verhuist de negentienjarige Duitse Gretchen naar Rotterdam-Hillegersberg en trouwt met Ernst van Cleeff. Ernst is eigenaar van Cleco - een goed lopende matrassenfabriek. Ernst en Gretchen horen bij de elite van de stad en leiden een comfortabel bestaan.
De temperamentvolle Gretchen en de zachtmoedige Ernst zijn elkaars tegenpolen.
Ze krijgen twee dochters en Liesel en Nelleke zijn de grote trots van hun moeder Gretchen. De Joodse familie wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog uiteengerukt. Als ze bevel krijgen zich klaar te maken voor deportatie naar een werkkamp in Duitsland, is het een race tegen de klok om de familie uit de handen van de nazi's te houden. Buurtgenoten - de gereformeerde Arij en Riemke van der Meer - bieden onderdak aan Gretchen en Ernst, met gevaar voor eigen leven. Er groeit een levenslange verbintenis tussen beide families, die na de oorlog jaarlijks op kerstavond bij elkaar kwamen.
Om het gevaar op ontdekking zo klein mogelijk te houden, worden Liesel en Nelleke ook afzonderlijk van elkaar ondergebracht. De zusjes komen vanuit Westerbork terecht in Theresienstadt, waar hun ongekend leed wacht.
Op een gegeven moment gaan Ernst en Gretchen ervan uit dat hun dochters niet meer in leven zijn.
Bijzonder is dat allen, afzonderlijk van elkaar, de oorlog hebben overleefd. In elk geval fysiek. De emotionele schade is enorm.
Want als het gezin weer bij elkaar is, blijkt dat oorlog veel meer is dan een voorbijgaande periode. Er zijn diepe wonden die generaties lang door zullen werken. Het meest tragisch is misschien wel dat de familieleden Van Cleeff elkaar niet alleen fysiek, maar ook emotioneel zijn kwijtgeraakt. Het gevolg is dat er gewoon niet meer werd gesproken over de oorlog.
Er kwamen anekdotes voor in de plaats. Een soort compromis voor alles wat je niet wilt of kunt vertellen. Door de afzonderlijke onderduik hebben ze elk hun eigen verhaal, dat zo verschillend is dat het niet lukt om erover te praten. Met name Gretchen is een kei in het volledig ontkennen van de tragedie die hun is overkomen. Ze probeert dan ook het leven van voor de oorlog weer op te pakken en bestuurt met vaste hand haar gezin. De familie Van Cleeff weet zich te herpakken als het gaat om de materiƫle kant. Het gaat beter dan ooit met de fabriek, die een succesvolle doorstart maakt. De onderlinge verhoudingen zijn des te moeilijker.
Afstand
De dochters van Gretchen nemen emotioneel en fysiek afstand. Tragisch is ook het gegeven dat de zussen elkaar niet meer nader kunnen komen. De jaren die ze gescheiden zijn geweest, blijken niet meer te overbruggen. Frappant is ook dat moeder Gretchen bijvoorbeeld beter contact heeft met derden die niet tot de directe familie behoorden. Niemand mag te dichtbij komen. Liesel en Nelleke hebben ook moeite met nabijheid. Thuis bewaren ze, net als in het kamp, voedsel onder het bed.
Jan is het nakomertje dat in 1951 wordt geboren. Hij moet het gezin redden en hen dichter bij elkaar brengen. Maar: "Jan groeit op in een gezin vol beschadigde zielen. Weinig genegenheid of solidariteit is ook zijn deel."
Na de wederopbouw bleek dat vooruitkijken en zwijgen geen remedie zijn tegen oorlogstrauma's. Volwassenen leden vaak aan meervoudige gestapelde trauma's - schrijven Kok en Michielsen - waarbij de manier waarop ze werden opgevangen na de oorlog soms de laatste druppel was.
Het is een indringende vraag die klinkt: wat zou ik doen onder deze omstandigheden? De schrijvers voerden gesprekken met familie en vrienden van het gezin en deden uitvoerig onderzoek. Het volgen van deze familie voor, tijdens en na de oorlog brengt de hoofdpersonen dichtbij de lezers.
De kaft toont een groepsportret tijdens een feestje in een sfeervolle salon na de oorlog.