Emigreren naar een ander land?
De laatste tijd wordt opnieuw aandacht gevraagd voor mensen die Nederland verlaten om elders een bestaan op te bouwen. Zo wordt er gewezen op groeperingen die spreken over een “vrij, natuurlijk leven” in Noord-Europa, los van wat men noemt de huidige maatschappij. Het roept vragen op, maar het verschijnsel zelf is niet nieuw. Door de eeuwen heen hebben mensen hun land verlaten, soms uit noodzaak, soms uit verlangen naar rust, ruimte of een ander bestaan. Ook na de Tweede Wereldoorlog vertrokken velen naar Canada, de Verenigde Staten of Australië om daar opnieuw te beginnen. Emigratie is daarmee een terugkerend menselijk fenomeen.
Toch lijkt er in de huidige tijd een andere ondertoon mee te gaan. Waar emigratie vroeger vaak werd ingegeven door economische kansen of gezinsverbanden, zien we nu ook mensen die vertrekken vanuit onvrede met de samenleving zelf. Dat kan te maken hebben met de manier waarop cultuur, moraal en wetgeving zich ontwikkelen. Sommigen ervaren daarin vervreemding en zoeken een plek waar zij denken dichter bij eenvoud of bij een meer traditionele levensvorm te kunnen leven. Dat is op zichzelf invoelbaar, al blijft het de vraag of een mens werkelijk aan zichzelf en zijn innerlijke vragen kan ontkomen door simpelweg van land te veranderen.
Tegelijk moeten we eerlijk kijken naar de samenleving die wij zelf kennen. Nederland is in korte tijd sterk veranderd. Door migratie is de bevolkingssamenstelling in steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag ingrijpend gewijzigd. Daarnaast spelen processen van individualisering en culturele verschuiving een grote rol. Het gezinsleven staat onder druk, en wetgeving op het gebied van leven, dood en relaties roept bij velen vragen op. Ook de woningnood en de hoge druk op de samenleving dragen bij aan gevoelens van onzekerheid. Het is begrijpelijk dat dit bij sommigen de gedachte oproept om ergens anders opnieuw te beginnen.
Maar tegenover deze zorgen staat ook een andere werkelijkheid die niet vergeten mag worden. Nederland behoort nog altijd tot de landen met een hoge mate van welvaart, goede gezondheidszorg en een redelijk stabiele rechtsstaat. De openbare orde wordt bewaakt door politie en hulpdiensten die over het algemeen goed functioneren. Onderwijs is breed toegankelijk en er is ruimte om eigen keuzes te maken, ook in het vormen van scholen en levensverbanden. We hebben om maar iets te noemen ‘eigen scholen’ die goeddeels door de overheid worden betaald. Voor mensen met een beperking bestaan er bovendien vele voorzieningen en instellingen die zorg en begeleiding bieden. Dat zijn geen vanzelfsprekendheden, maar zegeningen die in veel andere landen niet op dezelfde manier aanwezig zijn.
Daarom verdient het verschijnsel emigratie een nuchtere benadering. Onvrede kan begrijpelijk zijn, maar de gedachte dat elders een soort ideaal bestaan gevonden kan worden, vraagt om relativering. Ook in andere landen bestaan spanningen, onzekerheden en morele vragen. Geen enkele samenleving is zonder gebreken. Wie vertrekt met een ideaalbeeld kan onderweg ontdekken dat ook een nieuw land zijn eigen beperkingen kent. Het menselijk hart reist immers altijd mee, met al zijn verlangens, zorgen en verwachtingen.
Daaruit volgt een diepere vraag die niet alleen maatschappelijk is, maar ook persoonlijk van aard. Waar vinden wij uiteindelijk onze rust? Is dat in verandering van omgeving, of in de wijze waarop wij leren leven met de plaats waar wij gesteld zijn? In de christelijke traditie klinkt vaak de gedachte door dat ieder mens zijn plaats ontvangt in het leven, niet toevallig, maar binnen een groter geheel. Dat kan betekenen dat dankbaarheid een belangrijker sleutel is dan voortdurende onvrede. Niet omdat alles goed is, maar omdat niet alles beter wordt door weg te gaan.
Juist daarom is het goed om zowel kritisch als dankbaar te kijken naar het land waarin wij leven. Kritisch, omdat er werkelijke zorgen zijn over ontwikkelingen in de samenleving en de cultuur. Dankbaar, omdat er veel ontvangen is dat niet vanzelf spreekt. Misschien ligt daarin de roeping om niet lichtvaardig te vluchten, maar om in verantwoordelijkheid en betrokkenheid onze plaats te verstaan, waar wij ook gesteld zijn.