13
De volgende dag schreef Benjamin weer aan meneer Hardy en vatte samen wat hij te weten was gekomen door verscheidene leden van de familie en het personeel te bevragen. Hij had een mogelijke zwakke plek in Adairs alibi boven water gekregen, maar voor het overige had hij bitter weinig ontdekt. Hij nam aan dat meneer Hardy de informatie al had gekregen die Reuben hem had gestuurd – met de bevestiging van vergiftiging en het nieuws dat juffrouw Lawrence een fles wijn naar Norris’ kantoor had gebracht – maar voor de zekerheid voegde hij die punten ook toe.
Benjamin besloot naar Riverton te lopen om zijn rapport aan meneer Hardy direct op de post te doen. Hij trok zijn jas aan, zette zijn hoed op en ging naar buiten. Hij dacht aan het voorstel van juffrouw Medina om een bezoek te brengen aan de praktijk van dokter Grant en besloot daar op de terugweg langs te gaan.
Op de veranda passeerde hij juffrouw Wilder, die haar oude hond probeerde over te halen om met een oude bal te spelen, terwijl de pup om de languit liggende oude Hamish heen draaide en aanmoedigend kefte.
‘Waar gaat u naartoe?’ vroeg ze. ‘Weer een brief posten?’
‘Ja, en een bezoekje brengen aan uw vriend dokter Grant.’
‘O? Ik hoop dat u zich niet weer beroerd voelt.’
‘Nee, ik voel me uitstekend. Hebt u zin om mee te gaan? Het is een mooie dag voor een wandeling.’ Hij grijnsde terwijl hij het zei, omdat hij het niet laten kon om haar te plagen.
‘Ha-ha. Dank u, maar ik heb vandaag al genoeg lichaamsbeweging gehad doordat ik telkens die bal terug moet halen voor die luie hond!’
Benjamin zwaaide en liep door naar de brug. Onschuldig of niet, hij vond het leuk dat ze om zichzelf kon lachen.
Nadat hij in de herberg zijn brief had gepost liep hij de dwarsstraat in. Hier zaten de bakker en de groenteboer, en zoals hij gehoord had de dokterspraktijk. Vanaf deze straat leidden een paar smalle kronkelwegen naar kleine huisjes en bijgebouwen.
Wat de huisjes ontbrak aan architecturale sierlijkheid of nieuwe verf werd gecompenseerd door charme; er was een overvloed van hangplanten in potten en er stonden bloembakken vol lentebloemen.
Een paar meter verder zag hij een kleine plaat met de naam Theodore Grant, M.D. in bescheiden letters.
Klopte je aan bij een arts of ging je naar binnen zoals in een winkel? Benjamin wist het niet. Hij had in zijn leven weinig reden gehad om een voorname arts te bezoeken.
Omdat zijn eigen vader chirurgijn en apotheker was, waren de mensen bij hem in- en uitgelopen als bij een banketbakker of ijzerhandel. In hun kindertijd had Thomas Booker alle kinderziekten en verwondingen van Benjamin en Reuben zelf behandeld, omdat hij weinig op had met geleerde artsen die er vaak een afkeer van hadden hun patiënten aan te raken of iets te doen wat op werken leek.