
“Ik lustte eerst geen wortels, nu wel! Ik heb vandaag echt beter leren koken"
Vervolg van de voorpagina
Voordat ze echt aan het werk gaan, mogen de kinderen eerst nog wat vragen aan hun koksjuf stellen. “Kom maar op, jullie mogen alles van mij weten…”
“Hoe oud ben je?”, luidt meteen de eerste, zeer directe vraag.
- “Ik ben 31.”
“Hou oud moet je zijn om kok te worden?”
- “Nou je moet eerst naar een koksschool. Maar je kan het ook in de praktijk leren, dan begin je met borden wassen. Je mag dat bij ons in het restaurant komen doen als je vijftien bent. Is hier iemand die later kok wil worden?”
Enkele leerlingen, onder wie Maud en Emma, steken een vinger hoog de lucht in: “Ikke!”
- “Mooi, we hebben keihard koks nodig in de horeca. Nog meer vragen?”
“Waarom heet je restaurant Zus?”
- “Omdat ik het samen met mijn zus doe, zij staat in de bediening” antwoordt Floor, wijzend op zus Vivian, die ook mee is en vanuit de deuropening van het klaslokaal toekijkt.
“Wat jouw lievelingsgerecht om klaar te maken?”
- “Langoustine…”
“Is dat een vis?”
- “Nee, dat is een schaaldier…”
“Net als een mossel?”
- “Nee, een mossel is een schelpdier, een langoustine is een schaaldier, een klein soort kreeft…”
“Wat is het duurste dat je in het restaurant verkoopt?”
- “Een groot stuk vlees van 500 gram, een rib-eye, voor 59 euro…”
“Jeetje, wat duur!”
- “Ja, maar dat eet je met z’n tweeën.”
Vervolgens wil Floor weten wat de kinderen niet lusten. “Yoghurt en mosterd,” roept de een, een vies gezicht trekkend. “Spitskool,” zegt een ander, bijna fluisterzacht. “Nou,” reageert Floor, “misschien denken jullie daar straks, als we alles gaan combineren, heel anders over. We gaan nu met onze ingrediënten aan de slag, alles klein snijden, raspen en mengen. En we maken een heerlijke dressing, door yoghurt en mosterd bij elkaar te doen. Aan de slag! Voorzichtig met de messen. En kom niet met je hand tegen de rasp, dat doet zeer!”
En zo zijn de leerlingen nu eens met iets heel anders bezig: in groepjes van vier werken ze aan de vulling van hun regenboogwraps. Eén vader en vijf moeders zijn bij de zes tafeleilandjes aanwezig om de kinderen een beetje te helpen en meteen een oogje in het zeil te houden. Surren gebruikt een roodplastic vingerbeschermer om ongelukjes tijdens het spitskool snijden te voorkomen. Had een van de hulpmoeders dat ook maar gedaan, zij snelt met een snijwond aan haar rechterwijsvinger het lokaal uit. Even later geeft Surren het mes over aan een andere leerling binnen zijn groepje, die er de dressing over de pannenkoek mee uitsmeert. Guus vindt het wortel raspen stoer: “Dat kon ik nog niet, ik help thuis soms met het snijden van komkommers en tomaten. Maar bij raspen ligt je hand zo open, daar was ik bang voor. Maar nu durf ik het wel. Of ik alles lust wat we in de wrap doen? Ja hoor, er zit gelukkig geen rode kool, spruitjes en witlof in. Kom ik nu in de krant? Gaaf!”
Altijd in de keuken
Charly draagt vandaag een konijnenkeukenschort inclusief hangende flaporen over haar Rolling Stones T-shirt (waarschijnlijk van opa gekregen), want zij is geen beginnelinge. Charly helpt haar moeder thuis namelijk regelmatige met het bereiden van de pasta. Maar dan mag ze alleen het aardappelschilmesje gebruiken, geen echte messen. Aan het einde van de Kok in de Klas-les heeft ze niet de hele regenboogwrap opgegeten: “Hij was me te machtig…” Want vond ze het meest bijzondere van vandaag? “Dat ik nu de kok van Zus heb gezien. Want die zie je nooit, ze staat altijd in de keuken!”
Emma hoef je trouwens ook niks te vertellen. Eén keer in de week kookt zij thuis mee. “Ik help mijn vader dan bij de nasi. Of ik snijd de broccoli, boontjes en aardappels.” Wat ze vandaag wel heeft geleerd is dat je groenten niet te grof, maar juist heel fijn moet snijden, dat eet veel lekkerder. “Ik lustte eerst geen wortels, nu wel! Ik heb vandaag echt beter leren koken. Ook weet ik nu hoe ik een kleverige dressing moet maken. En daar ben ik blij om, want ik wil later kok worden.”
En wat vond Maud, die later ook kok wil worden, vandaag het allermoeilijkst? “Mezelf een beetje rustig houden,” bekent ze. “Ik vond het knap irritant dat mijn klasgenoot Abel alles al begon op te eten. Toen riep ik: “Hé, stop even! Als jij die hele peen nu opeet, is er straks geen wortelrasp meer voor de wrap. Dan heb jij niks, maar wij ook niet! Wat ik vandaag heb geleerd is het combineren van allerlei smaken. Gewoon een radijs eten vind ik niet zo lekker. Maar nu ik het heel klein gesneden heb geproefd, als onderdeel van de wrapvulling, lustte ik het wel.” En wat vond je het allerleukst? “Nou, dat we les kregen van Floor. Zij is een vriendin van mijn vader, Ben Plettenburg. Vroeger, toen papa nog kok was, werkten hij en Floor samen in de keuken. Maar toen ik werd geboren is mijn vader gestopt als kok. Hij wilde niet meer zulke lange dagen maken, zodat hij veel tijd aan mij kon besteden. Nu verkoopt hij autobanden.”
Last but not least Floor Mijnders zelf. Zij vond het fantastisch, een hele ochtend les geven op haar oude basisschool van vroeger. Floor: “Ik ben aangesloten bij de organisatie Euro-Toques. Een toque is de traditionele hoge, witte koksmuts. Euro-Toques, de Europese vereniging van chef-koks, die zich inzet voor ambachtelijke en duurzame streekproducten, is de initiatienemer van het project Koks in de Klas, dat een keer per jaar wordt uitgevoerd door alle deelnemende koks. Ik mocht zelf de school uitkiezen, dus voor mij was de keuze snel gemaakt. Heerlijk, toen ik hier na bijna twintig jaar mijn oude school weer binnenkwam, rook het precies nog zo als vroeger. De kinderen waren ook ontzettend enthousiast en leergierig. Het mooiste resultaat van vandaag? De kinderen hebben, door er zelf mee aan de slag te gaan, groenten leren waarderen, die zij voorheen niet lustten. Zij gaan straks met meer smaak echt gezonder eten.”
