Zware misdaad
Even leek het erop dat ik plotseling tot de groep Nederlanders zou behoren die tot de ‘zware misdadigers’ wordt gerekend. Zoals de lezer zal begrijpen, ben ik hiervoor niet bestraft, want anders zat ik achter slot en grendel en zou ik uiteraard geen contact met de buitenwereld mogen hebben en zeker niet via een column. Hoe het zover met me is gekomen, zal ik uitleggen.
Kort geleden maakten we (twee oud-collega’s en ik) een wandeling over een stukje kop van het eiland. Een deel van onze route liep over het strand vanaf ’t Plaatje tot aan het strand ‘achter de waterleiding’. Onderweg passeerden we één van de meest knullige afscheidingen die ik ooit had gezien en totaal niet behorend bij wat ik van de beheerder van het duingebied - Natuurmonumenten - gewend was: hier en daar een bordje, want er waren ook ‘lege’ palen, waarop stond dat het een Natura 2000-gebied was dat niet betreden mocht worden. De palen die nog overeind stonden waren verbonden door een honderden meters lang touw, dat meestal op de grond lag. Ondanks die krakkemikkige afscheiding begrepen we dat we vanwege broedende vogels niet in dat gedeelte van het duingebied mochten komen. Aanvankelijk deden we dat ook niet, maar vanwege de modder gingen mijn metgezellen toch maar een stukje over de lijn. Zelf probeerde ik het ook even, maar na een paar meter won mijn gezagsgetrouwheid het en ging ik toch maar weer naar de goede kant van de lijn. Mijn medewandelaars bleven aan de verboden kant.
De gevolgen bleven niet uit. Vanaf de duinkant kwam er een auto van Natuurmonumenten op ons af. De inzittenden waren twee boswachters. Vanuit mijn werk bij deze krant ken ik verschillende mensen van Natuurmonumenten. Aardige mensen en daarom had ik me al voorbereid op een gemoedelijk praatje. Maar dit waren andere boswachters dan ik gewend was, zo bleek. Natuurlijk kregen we een preek dat we daar niet mochten komen en dat we een lijn hadden overschreden. Dat begrepen we. Eén van deze heren vervolgde dat het betreden van een Natura 2000-gebied valt onder de zware misdaden. Dat was even schrikken. Een beetje laf wilde ik nog zeggen dat ik maar een heel klein stukje voorbij de lijn had gelopen. Dat zou misschien mijn misdaad minder zwaar maken. Maar uit collegialiteit met mijn voormalige collega’s hield ik mijn mond. Terwijl de boswachter verder preekte tegen de mij verzegellende dames, droomde ik weg en zag ons al zitten in Vught tussen de zware criminelen. Jarenlang Rummikub, Monopoly of Mens erger je niet spelen met Holleeder en Taghi. Dat kunnen best aardige mensen zijn, maar ik blijf toch liever op het eiland.
Na enige aarzeling van de kant van de boswachters kwamen we er alleen met een waarschuwing af - maar het ging bij hen niet van harte - en konden we onze weg langs de goede kant van de lijn vervolgen. Zonder strafblad. We hadden zelfs geen duur advocatenechtpaar nodig.