Een beschamende vertoning

Onlangs vond in de Tweede Kamer een uitvoerig debat plaats over de omgangsvormen in het parlement en over de vraag wat politici wel en niet in het openbaar behoren te zeggen. De aanleiding vormden uitspraken van een Kamerlid naar aanleiding van de protesten rond de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum in Loosdrecht. Bekend is dat de komst van een azc daar veel weerstand heeft opgeroepen. Veel inwoners hadden het gevoel dat zij door de plannen werden overvallen en dat de communicatie vanuit de overheid tekortgeschoten was. Dat leidde tot onrust en spanningen in de plaatselijke samenleving. Helaas bleef het niet bij vreedzame protesten. Er vonden ook geweldsincidenten plaats tegen politieagenten en er werd brand gesticht. Dat alles bij elkaar vormde geen verheffend gezicht.

Vervolgens ontstond discussie over de vraag hoe politici zich hierover hadden uitgelaten. Sommigen gingen naar de protestbijeenkomsten toe. Anderen vonden dat bepaalde uitspraken het geweld min of meer goedpraatten. Dat leidde weer tot een groot debat in de Tweede Kamer. Wat daarbij vooral opviel, was dat er urenlang werd gesproken zonder dat het werkelijk over de inhoud ging. De discussie draaide vooral om procedures, woorden en personen. Wie had wat gezegd? Wie moest iets terugnemen? Wie had een grens overschreden? Wie moest excuses maken? Het leek alsof de inhoud van het probleem steeds verder naar de achtergrond verdween. Voor iedereen die via de media meekeek, gaf dat een merkwaardige indruk van ons parlement. Uiteindelijk is de Tweede Kamer immers niet in de eerste plaats bedoeld om eindeloos over zichzelf te spreken, maar om wetten te maken en samen met de regering het land te besturen.

Daarnaast viel op hoe het niveau van de discussie gedurende het debat steeds verder daalde. Kamerleden leken vooral bezig om elkaar de maat te nemen. Men vertrouwde elkaar nauwelijks nog. Er werd veel gesproken over motieven en intenties van politieke tegenstanders, maar weinig over de vraag hoe de problemen daadwerkelijk moeten worden opgelost. Toch is de inhoud van dit onderwerp van groot belang. Nederland staat voor grote uitdagingen op het gebied van migratie en asiel. Veel burgers maken zich zorgen over de omvang van de instroom, over de druk op woningen en voorzieningen en over de draagkracht van lokale gemeenschappen. Tegelijk zijn er mensen die bescherming zoeken en die recht hebben op een zorgvuldige behandeling. Juist daarom is een nuchter en inhoudelijk debat nodig. Hoe beperken we de instroom? Hoe zorgen we voor een rechtvaardig beleid? Hoe verdelen we verantwoordelijkheden op een eerlijke manier over het land? Dat zijn de vragen die centraal zouden moeten staan.

Ook de rol van de regering stemde niet direct hoopvol. In plaats van boven de partijen te staan, leek het kabinet soms zelf onderdeel van de politieke strijd te worden. De minister-president liet zich stevig uit en droeg daarmee niet altijd bij aan de rust die juist van een regeringsleider verwacht mag worden. Dat roept onwillekeurig de vraag op hoe het verder moet met ons land. In het verleden waren er premiers die, ondanks grote politieke verschillen, in staat waren om richting te geven en partijen bij elkaar te brengen. Natuurlijk waren ook toen de problemen soms groot en de meningsverschillen scherp, maar er was vaak meer gevoel voor staatsmanschap en bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Vanuit bijbels perspectief is de taak van de overheid helder. Paulus schrijft in Romeinen 13 dat de overheid Gods dienares is. Zij is geroepen om het kwaad te straffen, het goede te bevorderen en de samenleving ordelijk te besturen. Regeren is meer dan reageren op de actualiteit van de dag. Het vraagt wijsheid, zelfbeheersing en een diep besef van verantwoordelijkheid. Daarom hebben wij juist in deze tijd behoefte aan goed gefundeerde christelijke politiek. Politiek die zich niet laat meeslepen door de waan van de dag, maar die zich richt op de inhoud. Politiek die niet alleen kijkt naar goede bedoelingen, maar ook naar de gevolgen van beleid. En bovenal politiek die zich laat leiden door de normen en waarden die God ons in Zijn Woord heeft gegeven. Dat zou niet alleen de politiek ten goede komen, maar ook ons land tot zegen kunnen zijn.