
Column: De heerlijke stank van mei
Mei is mijn favoriete maand.
In mei leggen alle vogels een ei, behalve dan de meeste mezen, de bosuil, aalscholver, veel gierzwaluwen en merels. Met andere woorden, eigenlijk is het maar half waar. Niettemin blijven er in mei nog genoeg verheugende natuurverschijnselen over. Zoals bijvoorbeeld regen.
Is u dat nooit opgevallen? Regen in mei is meestal ontzettend prettig. In koudere maanden is regen vooral een koud en grauw verschijnsel, waarbij de meeste mensen het liefst binnenblijven. Maar regen in mei is letterlijk iets schitterends. Als je er een keer de tijd voor hebt, is het ontzettend prettig om in mei bij een flink buitje de buitendeur op stand wagenwijd te zetten en op een stoel in de deuropening te ploffen. Alle zintuigen worden er ontzettend tevreden van.
Er zijn trouwens ook mensen die vinden dat je met dergelijk weer een zijden paraplu moet opsteken, speciaal voor het aangename getik dat regendruppels op dit materiaal veroorzaken. Ik weet niet of deze mensen totale aanstellers zijn, omdat ik het niet heb uitgeprobeerd.
Ik kwam een woordenboek tegen waarin bij het woord 'meiregen' een van de definities een 'mals regentje' was. En dat is in ieder geval geen aanstellerij, maar precies wat het is.
Dat heeft ook iets te maken met de geur ervan. Alle planten zijn in mei ontiegelijk groen. Ze laten zaadjes en oliƫn achter in de grond, die een chemische reactie vormen met regenwater. Dit veroorzaakt een typisch zoetig luchtje, dat zo prettig is dat het bijna bedwelmend kan zijn.
Pas in de afgelopen week kwam ik erachter dat de naam van dit geurtje 'petrichor' heet. Dit woord stamt uit het Grieks. Petri- komt van 'petra' (steen) en -chor van 'ichor' (godenbloed). Het ontstaan van het aangename stankje heeft iets van doen met dierlijke en plantaardige moleculen die via de lucht op aarde of steen belanden. Bij regen komen deze moleculen massaal vrij.
Het is een van de redenen waarom ik mei eigenlijk de fijnste maand vind die er bestaat.