Ethiek: De ernst van de zonde en de weg van verzoening
In het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 16 mei stond een vraaggesprek met voormalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. In dat gesprek kwam een kernpunt van het christelijk geloof ter sprake: de verzoening door het offer van de Heere Jezus Christus. De Jonge gaf daarbij eerlijk aan dat hij het moeilijk vindt te begrijpen dat iemand anders moest sterven voor onze zonden. Dat is een opmerking die blijft haken. Want hij verwoordt daarmee een vraag die bij velen leeft—misschien ook wel dichter bij onszelf dan wij soms willen toegeven.
Waarom was dat offer nodig? Is het werkelijk zo dat de kruisdood van Christus de weg is waardoor zondaren behouden worden? Het zijn indringende vragen, die ons dwingen om opnieuw na te denken over de kern van het evangelie.
Dan moeten we beginnen waar de Bijbel begint: bij God. Wie is de God die zich in de Schrift openbaart? Hij is niet zoals wij. Wij lopen altijd het gevaar om God naar menselijke maatstaven te beoordelen, maar daarmee verliezen we Zijn majesteit uit het oog. De Bijbel tekent God als de hoge en heilige, de almachtige en soevereine Heere van hemel en aarde. Wie de Schrift leest, wordt stil van Zijn heerlijkheid.
Maar diezelfde God is ook rechtvaardig en heilig. Dat zijn geen bijkomstige eigenschappen, maar wezenlijke kenmerken van Zijn bestaan. Hij kan de zonde niet verdragen en zal haar straffen. Dat zien we al vroeg in de Bijbel: in de zondvloed, waarin God de goddeloosheid van de wereld oordeelt. En op vele andere plaatsen blijkt telkens weer dat Gods recht niet zomaar terzijde kan worden geschoven. Ja, Hij is genadig, maar Zijn genade doet niets af aan Zijn rechtvaardigheid.
Van daaruit moeten we eerlijk naar de mens kijken. De mens is goed geschapen, maar diep gevallen. Sinds de zondeval leeft hij in opstand tegen God. Genesis 3 laat de oorsprong van die ongehoorzaamheid zien, en in Genesis 4 zien we hoe snel en diep de zonde doorwerkt wanneer Kaïn zijn broer Abel doodslaat. De Bijbel laat geen rooskleurig beeld zien: de mens is geneigd God en zijn naaste te haten.
Dat is confronterend, maar ook noodzakelijk om te erkennen. Want zonde is niet iets oppervlakkigs; zij stelt ons schuldig tegenover God. Hij heeft recht op onze gehoorzaamheid. Waar die ontbreekt, ontstaat schuld - en schuld vraagt om betaling. Juist hier wringt het vaak in onze tijd. Wij voelen ons niet zo schuldig, zeker niet tegenover God. En als dat besef ontbreekt, wordt ook de vraag naar verzoening onbegrijpelijk. Dan klinkt het vreemd, misschien zelfs onrechtvaardig, dat een Ander zou moeten sterven.
Maar wie iets gaat zien van de ernst van de zonde, begint ook te verstaan waarom het niet anders kon. Er is een heilige en rechtvaardige God, en er zijn gevallen en schuldige mensen. Hoe kunnen die ooit met elkaar verzoend worden? De gedachte dat wij dat zelf zouden kunnen oplossen door beter ons best te doen, ligt voor de hand. Zij is al oud en wordt nog altijd omarmd. Toch wijst de Bijbel die weg af.
In plaats daarvan wijst zij op Gods eigen oplossing. God Zelf heeft voorzien in wat wij nooit konden opbrengen. Zijn Zoon is mens geworden. De Heere Jezus Christus is gekomen om de straf op de zonde te dragen. Aan het kruis van Golgotha heeft Hij Zich gegeven als een offer. Daar blijkt tegelijkertijd Gods rechtvaardigheid - de zonde wordt gestraft - én Zijn onbegrijpelijke liefde - Hij draagt Zelf de straf.
Dat blijft een geheim dat ons verstand te boven gaat. Het geloof kan het niet volledig doorgronden, maar leert het wel buigend aanvaarden. Door de Heilige Geest gaat een mens zien: hier ligt mijn enige hoop. Dan wordt het kruis geen struikelblok meer, maar een wonder.
Daarom kan de Schrift zeggen dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonde. Daarom klinkt de oproep van het evangelie nog altijd: “Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.” Dat woord is niet achterhaald, maar van blijvende kracht.
Het vraaggesprek in de krant liet zien hoe moeilijk dit thema voor velen is. En dat is begrijpelijk—als we uitgaan van onszelf. Maar wie leert zien Wie God is en wie wij zijn, komt op een ander spoor. Dan wordt duidelijk dat de vraag niet allereerst is of wij het begrijpen, maar of wij buigen voor Gods openbaring.
Het Lam van God, Dat de zonde der wereld wegneemt - dat is en blijft de kern van de christelijke boodschap. En wie daarin leert delen, ontdekt dat juist in die weg redding en leven te vinden zijn.