Vervolgverhaal - De brug naar het eiland (83)

Mijn grootouders hadden een theater. Mijn moeder maakte kostuums en ik ben achter de coulissen opgegroeid.’
‘Medina… Is dat een Spaanse naam?’
‘Si,’ antwoordde ze met een schalks lachje. ‘Mijn vader was Ferdinand Vega Medina. Een acteur. Hij trouwde met mijn moeder, maar verliet haar al gauw voor een jonge danseres. Toen mijn grootouders stierven, bleven mamá en ik alleen achter.’
‘Hoe bent u op Belle Island komen werken?’
‘Juffrouw Wilder nodigde me uit. Ik had haar ongeveer drie jaar voordat ik hier kwam ontmoet, tijdens een van haar laatste reizen naar Londen, geloof ik. Ze bezocht een van mijn optredens in het Theatre Royal. Naderhand kwam ze naar de achterdeur om me te feliciteren, zoals mensen soms doen. Helaas trof ze me terwijl ik met iemand ruziemaakte. Hij was destijds mijn… weldoener. Ik wilde een eind maken aan onze relatie, maar hij dreigde mijn carrière kapot te maken als ik dat deed. Ik dacht dat hij me zou slaan, maar hij had in de gaten dat we publiek hadden, dus hij stormde weg. Toen zag ik haar. Zo elegant. Die houding! Ik wist meteen dat ze een echte dame was, anders dan ik. We stonden een tijdje gegeneerd tegenover elkaar. Ik zette me schrap en wachtte tot ze haar neus voor me ophaalde en iets zou zeggen als: “Neem me niet kwalijk dat ik dit onverkwikkelijke tafereel heb verstoord.” Maar ze kwam naar me toe met grote ogen van bezorgdheid en zei: “Ik kwam je gelukwensen, maar als ik iets kan doen om je te helpen, hoef je het maar te vragen. Als je onderdak nodig hebt… laat het me weten. Wanneer je maar wilt.” En ze gaf me een visitekaartje. Ik hield het kaartje, maar sloeg het aanbod af. Ik was tenslotte erg in trek als artiest. Ik kon me niet indenken dat ik Londen zou verlaten voor een afgelegen eiland in Berkshire. Ik kon me ook niet indenken dat het nodig zou zijn.’
Een ogenblik staarde ze in herinneringen verzonken voor zich uit, maar toen richtte ze zich weer tot hem.
‘Helaas voerde mijn voormalige weldoener zijn dreigement om me kapot te maken uit en hij zorgde ervoor dat ik nooit meer in een van de betere theaters aan het werk kwam. Een paar jaar later had ik nog maar een paar pond over en kon ik de huur niet betalen. Tegen die tijd was mijn moeder ook gestorven. Toen begon een andere man – een gevaarlijke man – me het leven zuur te maken en het drong tot me door dat ik de stad uit moest en snel ook. Ik zocht in al mijn handtassen tot ik haar kaartje had gevonden, ging naar de dichtstbijzijnde postkoetsherberg en kocht een kaartje, waardoor ik nog maar een paar shilling overhad. Ik moet bekennen dat ik hier kwam in de hoop dat de grootmoedige vrouw me zou helpen. Maar toen ik aankwam, ontdekte ik dat juffrouw Wilder degene was die hulp nodig had.
Haar ouders en zuster waren gestorven. De man met wie ze had willen trouwen, was ver weggestuurd naar España. Dit was gedurende la Guerra de la Independencia Española, of wat jullie de napoleontische oorlog noemen.'