Meditatie: Gezeten aan de rechterhand Gods
Lezen: Markus 16:19
De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods.
Jezus is opgevaren naar de hemel. Hij zit daar nu aan de rechterhand van Zijn Vader totdat Hij wederkomt op de wolken van de hemel. Wat doet Hij in de hemel? We lezen in Gods Woord dat Hij bidt. Hij, Die op grond van Zijn eigen bloed het hemelse heiligdom is binnengegaan, bidt voor Zijn kinderen en voor hen die nog in Hem zullen gaan geloven. Hij is grote Voorbidder: Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. Wat een troost. Als je jezelf weer zo tegenvalt. Dat Hij bidt. Als je zelf geen woorden meer hebt om tot Hem te naderen, dat Hij bidt. Als je zondeschuld zo zwaar drukt dat je niet meer tot Hem zou durven vluchten in het gebed, dat Hij bidt.
Zo is Hij het die bidt voor iemand als Petrus, die Zijn meester heeft verloochend: Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou ophouden. Ook regeert, onderhoudt, bewaart en vermeerdert Hij Zijn Kerk door de Heilige Geest die is uitgestort. Als er weer een nieuwsbericht verschijnt over een kerkgebouw dat gesloten wordt, kan je de gedachte wel eens hebben of het toch allemaal geen aflopende zaak is met de kerk. En toch gaat God door.
Als Hij niet regeerde aan de rechterhand van Zijn Vader, was er allang geen kerk meer. Maar door Woord en Geest worden jongeren en ouderen ook nu nog ontdekt aan hun zonde, hun verlorenheid en verdorvenheid, aan de leegheid van het aardse bestaan en wordt hun oog geopend om te zien op dat Lam van God, de Heere Jezus Christus, Dat de zonde van de wereld wegdraagt. En Hij doet dat omdat Zijn huis vol moet worden. En als Zijn huis vol is, zal Hij terugkeren op de wolken van de hemel.
Wat een verschrikking zal het zijn voor hen die Hem niet als hun Heere en Zaligmaker willen hebben, maar wat een troost voor allen die Hem uit genade leerden kennen als hun Borg en Zaligmaker. Om dan de eeuwige heerlijkheid in te mogen gaan. Hem te mogen zien van aangezicht tot aangezicht. Hem eeuwig te loven en te prijzen. Zoek daarom nu reeds de dingen die boven zijn, waar Christus is.