Column: Afscheid
Na het avondeten gaan we een rondje wandelen door het dorp. Het is een van de eerste dagen waarop de lente de winter definitief heeft verslagen.
Vogels fluiten hun hoogste lied, de geur van bloesem hangt in de lucht. Kinderen spelen op de stoep met hun stepjes, bij de supermarkt hangt een groepje tieners wat verveeld bij elkaar. Ze zijn samen, maar staren alle drie op hun eigen schermpje. Het is nog fris, maar de vrouw die voorbij komt joggen heeft al een korte broek aan. Ze glimlacht als ze de jongeren ziet.
We lopen langs een wat desolaat parkeerterrein. De zon staat laag en zorgt voor lange schaduwen. De jongen met wie ik wandel stopt en kijkt geboeid naar zijn eigen schaduw. Hij doet zijn arm omhoog en zwaait. De schaduw zwaait terug. Hij kijkt geboeid en begint te schaterlachen. Hij trekt aan mijn arm om duidelijk te maken dat ik mee moet doen. We staan naast elkaar te zwaaien naar een leeg plein. Tien meter verderop zwaaien onze schaduwen terug. Een laagstaande zon op een doordeweekse avond in april. Het is genoeg voor een moment van puur geluk.
Vandaag zwaai ik niet alleen naar mijn eigen schaduw, maar ook naar u als lezer. Dit is mijn honderdste en laatste column. Na twee jaar schrijven over mijn ervaringen in de gehandicaptenzorg is het tijd om afscheid te nemen. De afgelopen jaren heb ik een reis gemaakt, van Eilanden-Nieuws naar de wondere wereld van de zorg. Dank aan alle lezers die mijn reis hebben gevolgd.
Martijn de Bonte