Vervolgverhaal - De brug naar het eiland (82)

Natuurlijk hield ze van Arminda en Lotty, maar die waren er geen van beiden bij betrokken. Isabelle twijfelde erover of hij Evan Curtis mee zou tellen, al was hij benieuwd wat ze nog voelde voor haar vroegere vriendje.
Isabelle ging naar haar slaapvertrek en deed de deur achter zich dicht. Ze wist niet hoe snel Lotty terug zou komen, maar was blij met een paar minuten afzondering.
Ze liep door de kamer en haalde een klein doosje uit de onderste lade van haar commode. Er zaten herinneringen in uit haar kindertijd. Een tere waaier van haar moeder, een paar brieven van haar broer toen hij nog op zee zat, haar vaders bijbeltje met het Nieuwe Testament en de Psalmen, een met de hand genaaid naaldenkokertje dat ze van Arminda had gekregen en een zijden sjaal van haar zus. Daaronder vond ze wat ze zocht.
Ten eerste een tinnen ster. Ten tweede een riviersteen, glad gesleten door de stroming van jaren en onmiskenbaar in de vorm van een hart. Isabelle streek over het glanzende oppervlak en dacht aan Evan, die hem in haar hand had gedrukt en met zijn vingers de gevoelige huid van haar handpalm had gestreeld.
‘Op een dag zal ik een ring om je vinger doen, maar voorlopig moet dit genoeg zijn. Je houdt mijn hart in je handen, Isabelle Wilder. Pas op wat je ermee doet.'
De herinnering gaf haar een steek van schuldgevoel.
Ten slotte pakte ze de verschrompelde knop van een hondsroos, compleet met stengel en doorns - een wilde klimsoort met doorns als haakjes. Als je die aan een geliefde gaf, betekende het plezier vermengd met pijn. De doorn prikte nu nog in haar vinger, al die jaren later, en een bloeddruppeltje welde op. Plezier en pijn… Dat was een duidelijke tekening van haar herinneringen aan Evan Curtis.
Benjamin overwoog naar de stallen terug te gaan om onder de zeildoeken te kijken, maar zag door het raam juffrouw Wilders kamenierster op de veranda en besloot in plaats daarvan met haar te gaan praten. Ze zat op de bank met een berg blauwe stof op haar schoot en een mand naast zich.
Hij liep naar buiten en zei: ‘Goedemiddag, juffrouw Medina. Wat een aardige naaikamer.'
Ze liet haar naald en draad rusten. ‘Fijn dat u hem goedkeurt. Juffrouw Isabelle heeft bij het dansen haar zoom gescheurd. En aangezien het een ongewoon warme dag is voor de tijd van het jaar, besloot ik buiten te gaan werken.'
‘Ach. Mijn schuld, vrees ik.' Hij deed een stap dichterbij. ‘Mag ik u een paar vragen stellen onder het werk?'
‘Als u wilt.' Ze trok de jurk opzij om ruimte voor hem te maken.
Hij ging zitten en keerde zich naar haar toe. ‘Nu ik u heb horen zingen, is het me duidelijk dat u een vrouw bent met een opmerkelijk talent.'
‘Dank u.'
‘Hoelang woont u hier al?’
‘Bijna zeven jaar.’
‘En waar woonde u daarvoor?’
‘Ik trad op als actrice en zangeres voor meerdere Londense theaters.’
‘Hebt u lang in dat vak gewerkt?’
‘Mijn hele leven.