
Jonge vluchteling Rayan bouwt aan nieuw leven op Goeree-Overflakkee
GOEREE-OVERFLAKKEE - In de week dat wij het oorlogsgeweld en vervolgingen van meer dan tachtig jaar geleden in Nederland herdachten, bezocht Eilanden-Nieuws de Kinder Woon Groep (KWG) van Alleen Samen Zorg op Goeree-Overflakkee. Hier proberen negen minderjarige vluchtelingen, die zonder ouders ons land binnenkwamen, te bouwen aan een veilige toekomst.
Door Gideon van Aartsen
Rayan* was veertien, toen hij in het Asielzoekerscentrum in Ter Apel asiel aanvroeg en werd overgeplaatst naar het AZC in Oisterwijk. Na anderhalf jaar AZC ontving hij eindelijk zijn verblijfsvergunning en kreeg hij een veilig eigen plekje in de Kinder Woon Groep (KWG) van zorgorganisatie Alleen Samen Zorg op Goeree-Overflakkee. Alleen Samen Zorg runt vier woonlocaties voor minderjarige en adolescente statushouders in Zeeland en Zuid-Holland, waarvan één op ons eiland, op basis van een contract met Nidos, de landelijke stichting die de voogdij voert over alle minderjarige vreemdelingen, die zonder ouders in Nederland verkeren.
Onzekerheid
Rayan vertelt hoe blij hij is, dat hij nu op Goeree-Overflakkee woont. En hoe mentor Yassine hem heeft geholpen zelfredzaam te worden, zijn weg te vinden binnen de Goereese gemeenschap. Rayan bekent: “Ik voelde me vreselijk in het AZC in Noord-Brabant, tussen die honderden mensen, die niet alleen grote problemen hadden door meegemaakt oorlogsgeweld of andere nare dingen, maar vooral ook door de vreselijke onzekerheid waarin ze nu verkeerden Ze waren zo bang weer te worden weggestuurd. Voor mij was dat ook het ergste. Want ik zag hoe een heleboel asielzoekers om mij heen inderdaad niet in Nederland mochten blijven. Ik heb anderhalf jaar moeten wachten. Dus ik heb ook anderhalf jaar in angst gezeten. Wat gebeurt er met mij? Waar moest ik naartoe als 15- of 16-jarige, wanneer ik ook zou worden uitgewezen? Maar uiteindelijk kreeg ik mijn verblijfsvergunning. Ik voelde me zo blij! Ik was zestien, toen ik naar de KWG op Goeree-Overflakkee verhuisde. Af en toe houd ik nog contact met andere jongeren uit het AZC, met wie ik daar bevriend was geraakt. Ook zij wonen nu op een woonlocatie van Nidos ergens in Nederland.
Rayans mentor Yassine vertelt: “Ik ben opgeleid tot zorgmedewerker en deed ervaring op bij diverse GGZ-instellingen. Uiteindelijk rolde ik in deze baan. Het voelt geweldig jonge oorlogsvluchtelingen als Rayan, die eigenlijk hun hele jeugd door geweld en angst verpulverd zagen, nu naar een nieuwe, veilige toekomst te begeleiden. Naast Rayan tellen we nog acht ‘pupillen’ in onze KWG: vier jongens uit Syrië en vier uit Eritrea. Samen met vijf collega’s begeleid ik onze woongroep, waarbij ik hoofdverantwoordelijke ben voor Rayan en nog een jongen. Ben ik niet aanwezig, dan kan Rayan mij altijd telefonisch bereiken. Toen hij hier binnenkwam, zorgde ik er meteen voor dat hij naar school kon, zich inschreef bij de tandarts, de huisarts et cetera. En vervolgens ga je dan aan zijn competenties werken, zijn zelfredzaamheid stap voor stap vergroten. Want uiteindelijk moet hij hier weer weg en volledig op eigen benen kunnen staan. Onze jongens hebben ook ieder een eigen voogd van Nidos, die alles in de gaten houdt. Elke twee weken rapporteren wij aan de voogd en eens per zes tot acht weken zijn er gesprekken tussen ons, de pupil en de voogd. Daarnaast is er maandelijks minimaal één-op-één overleg tussen de voogd en de pupil. Ik moet zeggen: van alle jongens hier in huis heeft Rayan inmiddels de meeste vooruitgang geboekt. Vooral omdat hij het Nederlands zo snel en goed leerde spreken en lezen. Op een gegeven moment kwam hij bij me: “Hé, ik heb daar en daar gesolliciteerd, zelf, op de laptop.” Top. We hoefden hem daar dus niet meer mee te helpen.”
Scapino
“Dat was wel moeilijk hoor, zo snel ging dat ook weer niet,” corrigeert Rayan zijn mentor. “Ik schreef heel veel sollicitatiebrieven voor een leerwerkplek. Zonder resultaat. Iedereen wees mij af, ze vonden mijn Nederlands niet goed. Daarom heb ik extra mijn best gedaan op de taal. En toen kreeg ik eindelijk een kans bij Scapino als magazijnbediende; vrachten uitpakken, labelen en in vakken sorteren. Nu zit ik op het Albeda College. Ik volg de opleiding ‘assistent business services’ niveau 2. Op het Albeda loop ik tegelijkertijd stage, op de administratieafdeling. En dat gaat goed. Ik wil volgend jaar doorstuderen en later zelfstandig ondernemer worden.”
Yassine: “Mede gezien hun leven tijdens de vlucht uit het oorlogsgeweld moeten onze jonge pupillen vaak weer wennen aan structuur. Op tijd opstaan, douchen en naar school, bijvoorbeeld. En zaken als meteen je post openmaken, die goedlezen en direct handelen als er in die brieven iets van je wordt gevraagd. Allemaal van die gewone dagelijkse dingen, die je als ouder aan je opgroeiende kinderen meegeeft. Maar ja, hun ouders zijn er niet, omgekomen of ergens achtergebleven in een oorlogssituatie. Koken doen ze nu ook allemaal zelfstandig. Onze pupillen delen een gemeenschappelijke keuken, maken ieder hun eigen ontbijt, lunch of avondeten. Dat hebben wij hen bewust aangeleerd, zodat zij goed voor zichzelf kunnen zorgen als ze hier weer vertrekken.”
Rayan lacht: ”Ik maak meestal kip met rijst. Ik kook best graag. En wat ook leuk is: ik heb nu veel vrienden, die hier van het eiland komen: collega’s van Scapino en van mijn huidige werk, jongens en meiden van mijn school, maar ook vrienden van het sporten. Wij voetballen vaak met jongeren uit de buurt.
Echte eilanders
Yassine: “Onze pupillen staan alle negen hier bij de gemeente ingeschreven, ze zijn dus officieel echte eilanders. Wij willen hen zo goed mogelijk laten integreren. Daarom zorgen we ervoor dat zij zich inschrijven bij de lokale fitnessclub of voetbalvereniging, dat ze deelnemen aan buurtactiviteiten en we helpen ze bij het zoeken naar stageplekken en straks ook een baan op Goeree-Overflakkee.
Rayan: “Ik voel me hier nu echt thuis. Na schooltijd of het werk op de administratieafdeling ga ik meestal eerst naar huis om eten klaar te maken. Of ik ga even chillen met mijn vrienden hier op het eiland. Ik volg nu ook rijles. Mijn theorie-examen heb ik al in de pocket. Ik wil straks hard werken voor een eigen auto, liefst een tweedehands Audi, daar droom ik van, de A3 is de allermooiste!”
Rayan is nu achttien. Hoe lang mag hij nog in de woongroep blijven?
Yassine: “Idealiter schuiven onze pupillen, wanneer ze volledig zelfredzaam zijn, door naar een KWE, een Kleinschalige Woon Eenheid van Alleen Samen Zorg. Daar leven ze dan met vier tot zes jongeren in één huis, onder toezicht van een mentor die hen vier uur per dag begeleidt, totdat ze de wijde wereld in kunnen. Maar de woningcrisis speelt ook ons parten. Er is op dit moment geen huis of appartement voor een KWE beschikbaar op het eiland. Daarom blijft Rayan voorlopig bij ons. Tenzij hij natuurlijk zelf iets vindt, want formeel staat hij niet meer onder toezicht van de Nidos-voogd.
Hoe ziet Rayan de toekomst?
Rayan: “Het liefst word ik gewoon Nederlander. Ik wil de Nederlandse nationaliteit aanvragen en een Nederlands paspoort krijgen. Dan pas ben ik echt vrij van alle onrust en onzekerheid. In Syrië is het niet veilig, hier wel., Ik wil graag succesvol ondernemer worden.” Yassine: En als hij ooit gaat trouwen hier op Eiland, zal ik daar zeker bij aanwezig zijn!”
*De naam Rayan is, op zijn verzoek, niet de echte naam van de geïnterviewde jonge vluchteling.
