
Rem op huisvesting arbeidsmigranten: wordt het grip krijgen of grip verliezen?
GOEREE-OVERFLAKKEE - De gemeenteraad wil met een rem op nieuwe huisvestinglocaties voor arbeidsmigranten de positie van starters en eigen inwoners beschermen. Volgens het college gaan er door de huisvesting van arbeidsmigranten echter geen (starters)woningen verloren. Het besluit levert richting 2030 daarom geen extra starterswoningen op, terwijl misstanden in de huisvesting van arbeidsmigranten en het ongelijke speelveld tussen werkgevers juist minder beheersbaar worden.
Door Piet Verolme
Wie het beleidsplan ‘Grip krijgen’ openslaat, ziet een helder uitgangspunt: internationale werknemers zijn onmisbaar voor de economie van Goeree-Overflakkee, maar hun huisvesting moet beter én eerlijker. Geen overbewoning meer, geen permanente bewoning van recreatieparken, geen schimmige constructies – en dat alles in één integraal vijfsporenplan: grip op de groep, de huisvesting, de doorstroming, de handhaving en een eerlijke financiële bijdrage.
Alleen zette de gemeenteraad er een politieke rem op: een amendement van CDA en Trots op Goeree-Overflakkee, gesteund door de ChristenUnie, blokkeert voorlopig nieuwe centrale locaties bovenop Middelharnis en Melissant. In dit gesprek leggen wethouder Daan Markwat en burgemeester Ada Grootenboer uit wat er van het oorspronkelijke plan van het college overblijft – en waar het nu wringt.
“We hebben nadrukkelijk gekozen voor een integraal beleidsplan,” zegt wethouder Daan Markwat. “Die vijf sporen grijpen in elkaar: je kunt niet eerst drie jaar alleen tellen en pas daarna gaan bouwen of handhaven.” Hij wijst op de opbouw: beter zicht op de groep via overleg met werkgevers en een registratie-app, tegelijk werken aan centrale, kwalitatieve locaties, het bevorderen van doorstroming uit kernen en parken, extra handhavers en bestuurlijke boetes, en toeristenbelasting als eerlijke bijdrage. “Die puzzelstukken vallen in elkaar. Als je één spoor eruit haalt, kun je de andere niet goed uitvoeren.”
“Daarbij wordt benadrukt dat de huisvesting primair bedoeld is voor arbeidsmigranten die werkzaam zijn voor een werkgever op Goeree-Overflakkee en ook op het eiland werken.” De voorzieningen zijn nadrukkelijk niet bedoeld voor arbeidsmigranten die elders, bijvoorbeeld in de regio Rijnmond, werkzaam zijn.
De aanleiding is concreet genoeg. Het beleidsplan constateert overbewoning in de kernen en permanente bewoning op recreatieterreinen, met gevolgen voor veiligheid én leefbaarheid. Burgemeester Ada Grootenboer, verantwoordelijk voor veiligheid en handhaving, ziet dat terug in de praktijk. “We lopen al een tijd met meldingen over situaties die niet goed gaan,” zegt ze. “Maar we maken wel onderscheid. Als er acuut gevaar is voor veiligheid of gezondheid, grijpen we direct in. In andere gevallen kunnen we pas stevig handhaven als er een alternatief is waar mensen naartoe kunnen.” Dat uitgangspunt – eerst opvang, dan handhaving – is bewust in het plan opgenomen om te voorkomen dat mensen na ingrijpen letterlijk op straat komen te staan.
Eerst opvang, dan handhaving
Daar schuurt het aangenomen amendement frontaal tegenaan. De raad legde vast dat er géén nieuwe centrale huisvestingslocaties worden ontwikkeld bovenop de 200 plaatsen in Middelharnis en de 300 in Melissant. Extra locaties mogen pas als er aantoonbaar grip is op de doelgroep, handhaving structureel is geïntensiveerd en effect sorteert, woningen in de kernen aantoonbaar zijn teruggevloeid naar de lokale woningmarkt en het beleid is geëvalueerd.
Markwat schetst wat dat betekent in de tijd. “Het probleem is dat de locatie Melissant op dit moment nog niet eens vergund is,” zegt hij. “Als je zegt: het college mag pas aan de slag met nieuwe locaties zodra Melissant volledig is doorlopen, dan zou het afhankelijk van bezwaar- en beroep procedures, best een aantal jaren langer kunnen duren. In dat geval komt ook de capaciteit, dus voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten, later beschikbaar, en, blijft handhaving dus beperkt.”
Grootenboer ziet hetzelfde knelpunt. “Als de locatie die we hebben vol zit, dan kunnen we eigenlijk niet gaan handhaven,” zegt ze. “Want waar moeten mensen naartoe? Ik ga niet bewust beleid voeren waarvan ik vooraf weet dat we mensen dakloos maken.” In het beleidsplan staat zwart op wit dat de intensiteit van de handhaving wordt gekoppeld aan de beschikbaarheid van voldoende onderdak; de bouw van grootschalige locaties is randvoorwaardelijk voor zwaarder optreden tegen overbewoning en illegale bewoning. Met de rem op uitbreiding ontstaat een systeem van communicerende vaten, waarbij één vat voorlopig leeg blijft.”
Starters als argument, doorstroming als werkelijkheid
Politiek werd het anders gebracht. CDA-fractieleider Tim Jochems diende samen met Trots op Goeree-Overflakkee het amendement in, gesteund door de ChristenUnie, met als slogan: bescherming van starters en “eigen mensen”. Dat klinkt logisch, maar het beleidsplan zelf bouwt geen enkele starterswoning. Ruimte op de woningmarkt ontstaat alleen als woningen vrijkomen doordat arbeidsmigranten naar centrale locaties verhuizen.
Tot 2030 ligt de woningbouwproductie op Goeree-Overflakkee al grotendeels vast binnen de provinciale en regionale afspraken. Los van incidentele kleinschalige bouw, is van ruimte voor extra grootschalige uitbreidingslocaties is daarom geen sprake. Tegelijkertijd laat de meest recente woningbouwmonitor juist zien dat er al stevig wordt gebouwd. Waar oorspronkelijk werd uitgegaan van 2.500 woningen tot en met 2030, is de totale woningbouwprogrammering inmiddels verruimd naar 4.161 woningen (peildatum 30 april 2026).
Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op betaalbaarheid: circa een derde van het programma bestaat uit sociale huur en een derde uit betaalbare koopwoningen. Daarmee ligt de focus juist sterk op starters en jonge huishoudens, wat ook duidelijk terug te zien is in de woningbouw infographics van de gemeente. De huisvesting van arbeidsmigranten gaat daarom niet ten koste van de lopende woningbouwproductie, maar heeft vooral invloed op de druk en doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad.
Markwat onderstreept dat. “Ik begrijp het gevoel achter die slogan heel goed”, zegt hij. “Het eerlijke verhaal is: dit amendement bouwt er geen enkele starterswoning bij. Hij legt de rekensom uit. “Als we arbeidsmigranten op centrale locaties kunnen huisvesten, zijn woningen in de kernen vrij voor reguliere bewoning en op parken voor recreatief gebruik. Als je die centrale capaciteit politiek afknijpt, beperk je automatisch ook dat effect. De druk op de woningmarkt wordt er niet kleiner van.”
Grootenboer verwoordt het iets diplomatieker, maar inhoudelijk niet anders. “De druk op de woningmarkt neemt pas af als er daadwerkelijk woningen vrijkomen,” zegt ze. “Dit amendement voegt op zichzelf geen woningen toe. Het verandert de route: we moeten met minder centrale capaciteit proberen dezelfde misstanden op te lossen. Dat maakt de opgave niet makkelijker.”
Ongelijk speelveld voor ondernemers
Daarbovenop speelt een minder zichtbare kwestie: een scheef speelveld tussen werkgevers en uitzendbureaus. De gemeente zet met het beleid in op “goed gedrag” via keurmerken, fatsoenlijke contracten en registratie. “We vragen van uitzendbureaus en werkgevers dat ze investeren in kwaliteit,” zegt Markwat. “Maar zolang we onvoldoende centrale capaciteit hebben en handhaven nauwelijks dóór kunnen zetten, blijven de cowboys in het voordeel.”
Volgens hem blijven partijen die regels omzeilen goedkoper opereren, juist omdat controle beperkt is. De burgemeester bevestigt dat beeld. “Als de locatie die we hebben vol zit, kunnen we niet gaan handhaven. Want waar moeten mensen naartoe?” Daarmee raakt zij de kern: zonder opvang geen effectieve aanpak.
“Je moet per dossier afwegen of er een alternatief is,” zegt Grootenboer. “Zolang die ruimte beperkt is, ontstaat er een perverse prikkel.” (Een perverse prikkel is een onbedoeld neveneffect van een maatregel of beloningssysteem, waarbij mensen worden gestimuleerd tot ongewenst gedrag). Partijen die netjes meewerken zijn zichtbaar en controleerbaar, terwijl overtreders juist langer buiten beeld blijven.
Intussen probeert het college wél door te pakken op de sporen die niet zijn beperkt. Er komt een vaste overlegstructuur met werkgevers, huisvesters en uitzendbureaus, er wordt gewerkt met een registratie-app die inschrijving in de BRP (Basisregistratie Personen) eenvoudiger moet maken en verhuisbewegingen inzichtelijker moet maken, en er wordt geïnvesteerd in extra handhaving en toeristenbelasting als eerlijke bijdrage. “We zijn begonnen met gesprekken met werkgevers en uitzendbureaus om beter in beeld te krijgen hoe groot die groep is,” zegt Markwat. “Dat is een noodzakelijke stap, ongeacht de verdere discussie.” Grootenboer benadrukt dat beter zicht op de doelgroep ook haar helpt. “Zonder betrouwbare data blijft sturen lastig,” zegt ze.
Wat merkt u straks?
De kernvraag voor inwoners is minder ingewikkeld dan het debat doet vermoeden: wordt het straks rustiger in de dorpen én eerlijker op de woningmarkt, of blijft de situatie zoals die is? Want zonder extra plekken blijft handhaving beperkt en komt doorstroming maar langzaam op gang.

