Leiderschap in de kerk

Onlangs stond er een uitvoerige discussie in het Reformatorisch Dagblad over leiderschap in de kerk. Aanleiding was een proefschrift waarin werd nagedacht over de manier waarop in de kerk leiding wordt gegeven. Daarbij werd gewezen op technieken uit de wereld van management, zoals die gebruikt worden in scholen en bedrijven. Het pleidooi was om ook in de kerk meer oog te hebben voor dergelijke methoden, zodat het kerkelijk leven beter zou functioneren.

Op zichzelf is het goed en zelfs nodig om na te denken over de inrichting van het kerkelijk leven. De kerk is immers een geestelijk lichaam, maar tegelijk ook een gemeenschap die georganiseerd moet worden. Er moeten tijden vastgesteld worden voor de erediensten, er is een liturgie, er zijn afspraken over huisbezoek en er is een kerkorde die richting geeft aan het samenleven. Zulke zaken vragen om zorgvuldigheid en orde, en het is goed dat die er zijn. Een kerkenraad vergadert en er komen soms veel zaken aan de orde.

Toch gaat de vraag naar leiderschap een stap verder en dieper. Dan komt de gedachte op of we door middel van bepaalde technieken alles nog beter kunnen laten functioneren: de verenigingen, de kerkdiensten, het geheel van het gemeenteleven. In de wereld van bedrijven en instellingen is dat heel gebruikelijk. Daar spreekt men over optimalisatie en efficiëntie. Maar de vraag is of we dat in de kerk op dezelfde manier moeten willen. Het gevaar is dat de kerk dan wordt benaderd als een soort organisatie die ‘produceert’: aantallen bezoekers, activiteiten of resultaten. Maar zo mag de kerk niet gezien worden. Zij is geen productieorganisatie, maar een geestelijk lichaam.

In de eerste plaats moeten we daarom vasthouden dat de kerk niet van ons is. Zelfs een predikant spreekt niet over “zijn gemeente”. De kerk is van de Heere Jezus Christus. Hij heeft haar gekocht met Zijn bloed en Hij regeert haar door Zijn Woord en Geest. In Zijn Koninkrijk geldt niet het heersen, maar het dienen. Leiderschap in de kerk is daarom dienend leiderschap: gekenmerkt door zelfverloochening, volharding en liefdevolle zorg voor de zielen die aan ons zijn toevertrouwd. Het is dienen en nog eens dienen. En alles wat we meer denken te moeten doen heeft weinig met Christus en meer met onszelf te maken.

In de tweede plaats moeten we voorzichtig zijn met het toepassen van allerlei methoden en technieken. De kerk is immers ook de tempel van de Heilige Geest. Natuurlijk zijn er regels nodig, bijvoorbeeld bij verkiezingen of bij het ordelijk verloop van het gemeenteleven. Maar wanneer regels en systemen gaan overheersen, kan het geestelijk zicht verloren gaan. Het is de Heilige Geest Die de gemeente vormt en leidt. Ambtsdragers behoren daarom allereerst geestelijke mensen te zijn, die leven uit de omgang met de Heere en oog hebben voor het eeuwig welzijn van de gemeenteleden. Laat toch vooral de eeuwige dingen belangrijk zijn in ons kerkelijke leven.

In de derde plaats blijft de Bijbel het centrale richtsnoer voor het leven van de kerk. Niet handboeken over leiderschap, maar de Schrift bepaalt de weg. In de prediking, in het pastoraat en in het gemeenteleven staat het Woord van God centraal. De Reformatie heeft het ons opnieuw geleerd: Sola Scriptura, alleen de Schrift. Dat betekent dat wij ons telkens weer laten gezeggen door Gods Woord en dat wij biddend zoeken naar de leiding van de Heilige Geest om dat Woord recht te verstaan en toe te passen.

Er is veel te zeggen over leiderschap in de kerk, en er gaan soms ook dingen grondig mis. Gelukkig leven wij in een kerkverband waarin hulp geboden kan worden en waarin zaken in goede orde besproken worden. Maar laten we boven alles vasthouden dat de kerk een geestelijk lichaam is, eigendom van Christus, geleid door Zijn Geest en gebonden aan Zijn Woord. Waar dat besef leeft, zal ook het leiderschap de juiste plaats krijgen: niet heersend, maar dienend, niet mensgericht, maar Godgericht.