Geerten Boogaard. (Foto: Dirk Hol)
Geerten Boogaard. (Foto: Dirk Hol)

'Geen doorslaggevende breekpunten, vertrouwen is nog in ontwikkeling'

GOEREE-OVERFLAKKEE - De formatie op Goeree-Overflakkee lijkt op papier overzichtelijk. Er zijn geen doorslaggevende inhoudelijke breekpunten en meerdere coalities zijn denkbaar. Toch zit de kern van deze formatie ergens anders. Wie goed luistert naar verkenner Geerten Boogaard, hoort vooral een verhaal over vertrouwen dat nog moet groeien - en over de vraag hoe partijen elkaar daarin weten te vinden.

Door Piet Verolme

Een van de opvallendste uitkomsten van de verkenning is dat inhoudelijke verschillen samenwerking niet blokkeren. In de gesprekken met partijen zijn geen wederzijds uitsluitende breekpunten gevonden. Daarmee is er ruimte om tot een coalitie te komen.

Maar die ruimte betekent nog geen zekerheid. Juist doordat inhoud niet doorslaggevend is, verschuift het zwaartepunt naar de onderlinge verhoudingen. Samenwerking vraagt dan niet alleen overeenstemming op papier, maar ook vertrouwen in hoe partijen met elkaar omgaan.

Die verschuiving maakt deze formatie minder technisch en nadrukkelijk relationeel. Niet alleen de inhoud, maar vooral de manier van samenwerken bepaalt of een coalitie standhoudt.

Vertrouwen moet zich nog vormen

Die dynamiek wordt zichtbaar rond Trots op Goeree-Overflakkee, de duidelijke winnaar van de verkiezingen. Vrijwel alle partijen erkennen dat deze partij bestuurlijke verantwoordelijkheid moet krijgen. Tegelijk is zichtbaar dat het onderlinge vertrouwen nog in ontwikkeling is.

Boogaard benoemt dat zorgvuldig en zonder oordeel. Trots op Goeree-Overflakkee brengt een politieke stijl mee die voor andere partijen wennen is. Het tempo en de manier van opereren wijken af van wat gebruikelijk was. Dat leidt niet tot afwijzing, maar maakt wel dat partijen elkaar nog moeten vinden in de samenwerking.

Volgens de verkenner is dat niet uitzonderlijk. Nieuwe bewegingen zorgen vaker voor een fase waarin verhoudingen zich opnieuw moeten zetten. Vertrouwen ontstaat gaandeweg - en vraagt tijd, ervaring en het investeren in persoonlijke relaties.

Wat niet wordt uitgesproken, werkt door

Die kwetsbaarheid hangt volgens Boogaard ook samen met de manier waarop partijen omgaan met spanningen. In zijn gesprekken viel hem op dat verschillen niet altijd direct open worden uitgesproken. Daardoor kunnen ze langer onder de oppervlakte blijven en pas later zichtbaar worden - vaak op momenten dat de druk al is toegenomen.

Die observatie bracht hem bij een bredere reflectie. In gemeenschappen waar mensen sterk op elkaar zijn aangewezen en elkaar blijven tegenkomen, kan een zekere terughoudendheid ontstaan om conflicten scherp te maken. Dat kan ertoe leiden dat verschillen minder snel expliciet worden benoemd, wat het onderlinge vertrouwen niet vanzelf versterkt.

Tegelijk plaatst Boogaard daar nadrukkelijk een kanttekening bij. Hij wil dit niet neerzetten als een vast kenmerk van Goeree-Overflakkee. Het is geen algemene kwalificatie, maar een mogelijke verklaring voor wat hij in dit specifieke proces heeft waargenomen. Juist daarom vraagt deze fase extra aandacht voor openheid en het tijdig uitspreken van verschillen.

Het VVD-moment als signaal

De gevoeligheid van het proces werd zichtbaar toen de VVD zich terugtrok uit de gesprekken. Opvallend genoeg gebeurde dat niet vanwege inhoudelijke verschillen, maar vanwege twijfel over het verloop van het proces.

Daarmee werd duidelijk dat niet alleen de inhoud, maar juist de onderlinge dynamiek bepalend is. De vraag is niet alleen of partijen samen kunnen werken, maar ook of zij zich daar voldoende zeker bij voelen om die stap te zetten.

Boogaard blijft terughoudend in zijn duiding. Hij erkent dat keuzes in het proces invloed kunnen hebben gehad, maar ziet het vooral als onderdeel van een fase waarin verhoudingen nog in beweging zijn en zich verder moeten uitkristalliseren.

Bestuurscultuur vraagt meer dan afspraken

In vrijwel alle gesprekken komt het begrip bestuurscultuur nadrukkelijk terug. Partijen spreken de wens uit om daarin stappen te zetten, al verschilt de invulling. Volgens Boogaard gaat het in de kern om de positie van de gemeenteraad en de manier waarop partijen met elkaar omgaan. Gebeurtenissen die in elke samenwerking voorkomen, moeten beter worden besproken en afgehecht.

Dat vraagt niet alleen afspraken, maar ook gedrag. Een andere bestuurscultuur ontstaat niet vanzelf door een nieuw college samen te stellen, maar door het vermogen om verschillen tijdig te benoemen en het gesprek te blijven voeren.

Twee logica’s voor samenwerking

In de verkenning tekenen zich daarnaast twee manieren af om tot een coalitie te komen. Enerzijds is er de route van inhoudelijke overlap, waarbij partijen worden gezocht die programmatisch goed bij elkaar passen. Anderzijds is er de logica van bestuurlijke stabiliteit, waarbij ervaring en continuïteit zwaarder wegen.

Beide benaderingen zijn verdedigbaar, maar leiden niet vanzelf tot dezelfde keuze. Die afweging ligt nadrukkelijk bij de politiek zelf en zal in de volgende fase moeten worden gemaakt.

De rol van de verkenner

Boogaard ziet zijn rol als begeleidend en spreekt van “politieke verloskunde”: het proces helpen, maar niet bepalen. Die houding verklaart waarom hij geen definitieve keuze maakt voor een derde partij. Hij heeft opties verkend en partijen met elkaar in gesprek gebracht, maar laat het uiteindelijke besluit bij de betrokken fracties.

De verantwoordelijkheid voor de vorming van een coalitie ligt daarmee waar die hoort: bij de politiek zelf.

De echte fase begint nu

Met het afronden van de verkenning is een belangrijke stap gezet, maar de moeilijkste fase moet nog volgen. In de komende gesprekken zal moeten blijken welke combinatie voldoende basis vindt om samen verder te gaan.
Er is politieke wil om tot een coalitie te komen. Tegelijk maakt deze verkenning duidelijk waar de aandacht moet liggen: bij vertrouwen, onderlinge verhoudingen en de manier van samenwerken.

De vraag is daarmee niet óf er een coalitie komt, maar hoe stevig die samenwerking werkelijk is. Want een bestuur vormen is één ding. Het samen laten functioneren - zeker als verschillen niet altijd meteen op tafel komen - vraagt meer. Het vraagt vertrouwen dat niet alleen wordt uitgesproken, maar ook zichtbaar wordt in hoe partijen met elkaar omgaan.
Daar zal de komende periode het verschil worden gemaakt.