Nieuwbouwproject 'Het Hof van Lucard'. (Foto: Wilko van Dam)
Nieuwbouwproject 'Het Hof van Lucard'. (Foto: Wilko van Dam)

Brief minister voedt discussie over woningbouw op het eiland

GOEREE-OVERFLAKKEE - De brief die minister Boekholt-O’Sullivan onlangs naar alle gemeenteraden in het land stuurde, heeft de discussie over woningbouw op Goeree-Overflakkee opnieuw op scherp gezet. De minister roept gemeenten op om woningbouw topprioriteit te geven en noemt daarbij nadrukkelijk ook buitenstedelijke locaties, zoals een straatje of wijkje erbij. Daarmee raakt zij precies aan het spanningsveld dat op het eiland al langere tijd speelt: hoe wordt voldoende gebouwd voor de eigen woningbehoefte, zonder het open landschap uit het oog te verliezen?

Door Gert Klok

Dat er gebouwd moet worden, daarover verschillen de gemeente Goeree-Overflakkee en de provincie Zuid-Holland niet van mening. De spanning zit vooral in de schaal van de oplossing en de volgorde waarin keuzes worden gemaakt.

Straatje erbij is niet genoeg

De gemeente ziet de brief als steun voor haar pleidooi om meer ruimte te krijgen aan de randen van dorpen. Tegelijk plaatst wethouder Markwat daar direct een belangrijke kanttekening bij. “Een straatje of wijkje erbij is voor Goeree-Overflakkee geen oplossing voor de woningnood op de middellange of lange termijn”, stelt hij.

De woningmarkt op het eiland vraagt volgens de wethouder om gebiedsontwikkelingen die per kern verschillen. Daarbij moet volgens hem rekening worden gehouden met “de aard en schaal van de landelijke kernen, de bevolkingssamenstelling, sociale en economische structuur per kern, en daarmee samenhangende woningbehoefte”.

De provincie leest dezelfde passage uit de brief juist als bevestiging van het bestaande beleid. “Met tientallen buitenstedelijke locaties en de mogelijkheid tot een straatje erbij zit Zuid-Holland op dezelfde lijn”, laat een woordvoerder weten. Volgens Zuid-Holland is er dus al volop ruimte om aan de randen van dorpen te bouwen, mits dat past binnen de gemaakte ruimtelijke afwegingen.

Zeker voor Goeree-Overflakkee is dat een uitkomst, op deze manier worden nog eens 14 locaties toegevoegd, aldus de provinciewoordvoerder. "Tegelijkertijd moeten we in de dichtst bebouwde provincie ook zuinig zijn met de weinige open ruimte die er nog is. Die balans hebben we gevonden en willen we vasthouden."

Maatwerk

Een belangrijk thema in de discussie is de vraag of er eerst nieuwe locaties moeten worden toegevoegd, of dat de nadruk moet liggen op plannen die al zijn toegestaan. De gemeente zegt op dat punt tegen grenzen aan te lopen. De brief van de minister kan mogelijk helpen, "maar de feitelijke doorwerking is afhankelijk van de verankering in het provinciaal beleidskader. Op dat punt dreigen wij op dit moment vast te lopen", aldus de wethouder.

Volgens Markwat zouden door meer bestuurlijke ruimte een beperkt aantal grotere locaties (drie of vier) opnieuw in beeld kunnen komen. Tegelijk wijst hij erop dat veel andere locaties maatwerk vragen en nu “ondergesneeuwd dreigen te raken in de discussie over aantallen woningen en stedelijke dichtheden, zoals 33 woningen per hectare”.

De provincie legt het accent juist op de uitvoering van bestaande plannen. “We hebben al genoeg plannen, de truc is te zorgen dat die gebouwd worden”, is de lijn vanuit Zuid-Holland. Daarbij wijst de provincie op zeven grotere bouwlocaties buiten de bebouwde kom die al in de planning staan voor Goeree-Overflakkee.

Om de schaal daarvan te duiden, zegt de provincie: “Het gaat hier over meer dan 50 hectare, dat is bij elkaar meer dan een compleet nieuwe dorpskern. Nog meer plannen is niet onze prioriteit. Liever helpen we de gemeente om die beloftes in te lossen.”

Spanning tussen leefbaarheid en landschap

Onder de discussie over locaties ligt een tweede belangrijk thema: het behoud van het open landschap tegenover de leefbaarheid van de dorpen.

De gemeente pleit voor maatwerk per kern, juist omdat de verschillen tussen de dorpen groot zijn. Volgens wethouder Markwat hebben landelijke gemeenten behoefte aan een woningbouwprogrammering die per kern concreet rekening houdt met de bevolkingssamenstelling, de vraag naar voorzieningen, de sociale structuur en de economische structuur.

De provincie zegt dat dit uitgangspunt al in het huidige beleid zit. “Plattelandsgemeenten stellen ook zelf graag hun eigen landelijke karakter voorop. Belangrijk is het dan om daar rekening mee te houden. Voldoende open landschap en ruimte voor bijvoorbeeld agrarische bedrijvigheid horen daarbij.”

Daarmee draait de discussie niet alleen om aantallen woningen, maar ook om de vraag welk dorp op welke manier kan groeien zonder zijn eigen karakter te verliezen. Ook daar botsen de visies. Waar de gemeente hoogbouw in de kernen wil voorkomen, ziet de provincie kansen om nog meer mogelijkheden te ontsluiten door bijvoorbeeld toch wat meer te kijken naar een etage extra.

Geen paal de grond in

Zowel de minister als beide overheden erkennen dat woningbouw niet alleen wordt afgeremd door ruimtelijke keuzes. In de brief worden ook procedures, stikstof en netcongestie genoemd als grote knelpunten. Voor Goeree-Overflakkee speelt vooral de druk op het elektriciteitsnet. De gemeente zegt hierover: “Samen met de netbeheerders inventariseren wij de vraag naar elektriciteit op korte en middellange termijn.”

Ook de provincie ziet daar een grote opgave, maar stelt dat juist daarom eerst bestaande locaties moeten worden bebouwd. "Een mooi voorbeeld is het aantal locaties buiten de bebouwde kom dat al jaren op een lijst staat om gebouwd te worden, maar waar geen paal de grond in gaat. Het is echt enorm zonde om dan nog meer tijd te steken in weer nieuwe plannen toevoegen in plaats van gewoon huizen te gaan bouwen."

Daarmee blijft de kern van de discussie helder: de gemeente vraagt meer ruimte om per kern maatwerk te leveren, terwijl de provincie vooral druk zet op het realiseren van de locaties die al jaren bestuurlijk mogelijk zijn.

De brief van de minister heeft die tegenstelling niet opgelost, maar wel opnieuw zichtbaar gemaakt. De gedeelde ambitie is duidelijk: meer woningen voor starters, gezinnen en ouderen. Het verschil blijft vooral of de sleutel ligt in nieuwe ruimte of in sneller bouwen op bestaande plannen.