
Commentaar: Bestuurscultuur
Het rapport van de verkenners voor de aanzet richting een nieuwe coalitie ligt op tafel. En het moet gezegd: aan transparantie geen gebrek. Alleen al het feit dat het volledige verslag openbaar is, maakt dat Trots op Goeree-Overflakkee (Trots) alvast één verkiezingsbelofte deels kan afvinken.
Door Gert Klok
Ook de vorm verdient een compliment. Het verslag is precies uitgebreid genoeg en vooral opvallend leesbaar. Geen bestuurlijk jargon waarvoor eerst een tolk moet worden ingevlogen, maar gewone taal die ook voor inwoners goed te volgen is. Dat lijkt misschien een detail, maar het zegt wel iets over de toon van dit proces.
Wie het verslag leest, krijgt bovendien een interessant inkijkje in hoe partijen de verkiezingsuitslag duiden, waar zij de prioriteiten voor de komende jaren zien en welke coalities denkbaar zijn en de voorkeur genieten. De inhoudelijke grote gemene delers zijn helder: de financiën op orde brengen, fors inzetten op woningbouw, de leefbaarheid in de kernen versterken en werken aan een nieuwe bestuurscultuur.
Verzamelnaam
Dat laatste klinkt vanzelfsprekend, zeker omdat dit geluid vanuit de oppositie al langer te horen was. Toch is juist dit onderdeel tot nu toe het minst concreet uitgewerkt. Want wat bedoelen partijen hier nu eigenlijk mee?
In het verslag lijkt de genoemde bestuurscultuur vaak toch vooral een verzamelnaam voor alles wat anders moet voelen dan de afgelopen jaren. Meer openheid, meer transparantie, een dunner coalitieakkoord, eerder betrokken raadsleden, meer debat. Allemaal prima ambities, maar lang niet alles daarvan heeft met bestuurscultuur te maken.
Meer debat in de raad is bijvoorbeeld geen cultuurverandering, maar gewoon het serieus nemen van de eigen rol als volksvertegenwoordiger. Niet langer alleen voorbereide teksten oplezen, maar echt reageren op elkaar en het gesprek aangaan. Dat vraagt politieke discipline en vaardigheid.
Risicovol
Daar zit ook de kern van de verwarring in dit verslag: bestuurscultuur wordt soms verward met politieke stijl, persoonlijke verhoudingen en zelfs sfeer aan tafel.
Dat blijkt misschien nog wel het duidelijkst uit de verhouding tussen Trots, CDA en SGP. Inhoudelijk liggen deze partijen op veel dossiers dicht bij elkaar, maar toch lijkt Trots nadrukkelijk liever met het CDA in zee te gaan dan met de SGP. Daarbij wordt met name verwezen naar bestuurscultuur en stijl, en minder naar harde inhoudelijke verschillen.
Dat is een interessante, maar ook risicovolle ontwikkeling. Want als bestuurscultuur uiteindelijk vooral betekent dat men prettiger met de ene partij samenwerkt dan met de andere, dan hebben we het niet meer over beter bestuur, maar over politieke voorkeur, chemie en ‘de poppetjes’.
Juist daarom zou het vertrek van SGP-wethouder Daan Markwat politiek veelzeggend zijn. Het staat buiten kijf dat Markwat zijn dossiers uitstekend beheerste en sterke lijnen heeft bij de provincie. In een periode waarin woningbouw en ruimtelijke procedures cruciaal zijn, zijn dat kwaliteiten die zwaar zouden moeten wegen. Hem nu kwijtraken zou zelfs schadelijk kunnen zijn voor de gemeente.
Niet doorslaan
Precies daar wringt het. Een gezonde bestuurscultuur draait om transparantie, rolzuiverheid, ruimte voor debat en professioneel omgaan met verschillen. Het draait níet om de vraag of bestuurders het gezellig met elkaar hebben, of iedereen zich voortdurend gehoord voelt over elk tussenstapje in een dossier en of je een wethouder mag, of juist niet.
Een raad die eerder betrokken wordt is goed. Een college dat opener communiceert ook. Maar als het doorslaat naar bestuurlijke overgevoeligheid, waarin elk dossier bij ieder stapje terug de raad in moet omdat anders het gevoel ontstaat dat men niet is meegenomen, dan ligt stroperigheid op de loer.
Een betere bestuurscultuur is dus zeker wenselijk. Maar dan moet wel helder blijven waar het echt om gaat: beter bestuur, niet alleen een andere toon of 'prettiger' gezelschap aan tafel.