
Oude woorden, nieuw gezongen: Hoe lijdensliederen van toen en nu het hart blijven raken
MIDDELHARNIS - Sommige lijdensliederen lijken de tijd te overstijgen. Oude en nieuwe melodieën klinken in de weken voor Pasen naast elkaar, en geven woorden aan wat zich moeilijk laat uitleggen: schuld, liefde en het wonder van het kruis.
Door Klazina de Bakker
Een voorbeeld van zo'n oud lijdenslied is het bekende gezang 'O hoofd vol bloed en wonden', dat al generaties lang wordt gezongen rond Goede Vrijdag. Toch zijn er ook nieuwere liederen die precies zo'n snaar weten te raken.
Wie vandaag luistert naar 'Zie hoe Jezus lijdt voor mij' van Sela, hoort daarin dezelfde ernst en verwondering doorklinken. Het lied, geschreven door Hans Maat en op muziek gezet door Niek en Elbert Smelt, heeft in korte tijd een vaste plaats gekregen in de passietijd en is opgenomen in verschillende bundels. Het is hedendaags in taal en melodie, maar de kern blijft dezelfde als in het oude koraal van Paul Gerhardt: Christus’ lijden blijft niet op afstand, maar komt heel dichtbij.
Woorden door de eeuwen heen
Het klassieke 'O hoofd vol bloed en wonden' is gebaseerd op de middeleeuwse Latijnse hymne 'Salve caput cruentatum', het slotdeel van een passiereeks waarin stap voor stap wordt stilgestaan bij het lichaam van de gekruisigde Christus.
Pas in de zeventiende eeuw gaf Paul Gerhardt het lied zijn bekende Duitse vorm, waarmee het uitgroeide tot een van de meest geliefde lijdenskoralen uit de kerkgeschiedenis. Het lied ziet op het verwonde hoofd van Christus en vraagt vervolgens waardoor Hij zo moest lijden. Het antwoord wordt niet buiten de mens gezocht, maar diep vanbinnen.
De grote bekendheid van het lied werd later nog versterkt doordat Johann Sebastian Bach de melodie maar liefst vijf keer liet terugkeren in zijn Matthäus-Passion, als een muzikale rode draad door het lijdensverhaal.
'Wat een offer: Hij voor mij'
In het lied van Sela klinkt dezelfde inkeer door. De openingsregel alleen al - 'Zie hoe Jezus lijdt voor mij' - maakt duidelijk hoe het lijden niet op afstand blijft, maar dicht bij ons hart wordt gebracht. Ook in de regel 'Wat een offer: Hij voor mij' komt die gedachte terug.
Sela schrijft al jaren nieuwe Nederlandstalige liederen voor de kerk om Bijbelse thema’s en geloofsbeleving in woorden van nu dicht bij de gemeente brengen. Juist daarin sluit de groep mooi aan bij de traditie van oude koralen: niet om het geestelijk erfgoed te vervangen, maar om dezelfde boodschap in een eigentijdse taal door te geven.
Stil worden in de lijdenstijd
Oude liederen zijn door talloze stemmen gezongen, in tijden van vrede en van zorg, in volle kerken en in stille huiskamers. Nieuwe liederen laten zien dat diezelfde waarheid nog altijd woorden krijgt. Daarom hoeven oude en nieuwe liederen elkaar niet tegenover te staan. Ze kunnen elkaar juist verdiepen. Zo klinkt de boodschap telkens opnieuw.
Misschien is dat wel wat de lijdenstijd zo bijzonder maakt: dat oude koralen en nieuwe liederen samenkomen rond het lijden van Christus. Iedere generatie vindt daarin haar eigen woorden om stil te worden, te belijden en te verwonderen.