
Column: Zomertijd
De laatste zaterdag in maart is voor mij al jaren een bijzondere dag. Als ik 's ochtends opsta, dan krijg ik al een beetje het gevoel dat er iets staat te gebeuren. Na de eerste mok koffie en mijn schaaltje havermout weet ik het weer: vandaag gaat de zomertijd in. Dan ga ik me voorbereiden op de late avonduren wanneer de klokken een uur vooruit moeten en alles wat daarbij komt kijken. Hoewel ik niet zo'n nauwkeurig type ben, wil ik wel dat het instellen van de zomertijd op het goede moment gebeurt. Deze nauwkeurigheid heeft wel grenzen, want ik ben niet zo rigide om 's nachts om twee uur mijn wekker te zetten en dan het jaarlijks ritueel van het vooruit zetten van de klokken aan te vangen. Denk trouwens dat mijn echtgenote hier niet zo enthousiast over zou zijn. Meestal plan ik het zo dat ik om elf uur 's avond in actie kom om de klokken een uurtje verder te helpen. In de loop van de zaterdag wordt dan de spanning naar dat moment opgebouwd. Verschillende keren zeg je tegen anderen ‘vanavond de klok weer vooruit' of: ‘morgenavond is het langer licht' of: ‘het weer is er nog niet naar, maar vannacht begint toch de zomertijd'. Soms zijn er van die laatste wintertijddagen dat het al wat vroeger begint. Zoals afgelopen zaterdag. We waren op visite en we assisteerden de gastvrouw met het vooruitzetten van de klok van de fiets. Daarna pakten we gelijk de andere klokken maar mee. In de loop van de avond thuisgekomen bereid ik me voor op het moment dat ik ter elfde ure in actie kom. We beginnen dan om negen uur tegen elkaar te zeggen: ‘het is eigenlijk al tien uur' en om elf uur realiseren we ons dat het ‘eigenlijk’ al twaalf uur is. Maar dan kan ik beginnen. Staand op een stoel neem ik de klok in de keuken onder handen. Dan blijkt dat een uur vooruit zetten teveel is voor de batterij en die moet dan vervangen worden. Vervolgens balanceer ik op dezelfde stoel voor een behandeling van de klok in de kamer. Een fluitje van een cent, maar het terughangen vergt wel enige tijd en vaardigheid. Dan de kamerthermostaat van de verwarming. Die is wat moderner, daar zit een knop waarmee je de zomer- of winterstand in kan schakelen. Maar dan verschijnt ook hier het bericht in het display (of stond het er al langer?) dat ook daar de batterijen op zijn. Vervolgens naar boven en op de rand van het bed de klok op het nachtkastje een uur vooruit zetten. Dit moet heel omzichtig gebeuren, want er zit een knopje op dat, als je het maar even aanraakt, de wekker activeert en dan zou het zo maar kunnen dat je toch om een uur of twee gewekt wordt. Als dat allemaal gelukt is -de meeste andere apparatuur wordt via de satelliet of internet vooruitgezet- komt de twijfel: zou mijn telefoon, die ik als wekker gebruik, wel afgaan? Want ik wil niet zijn zoals die vrouw, die een paar jaar geleden vlak voor de preek gemoedereerd binnen kwam lopen en haar plaats opzocht. Zij was de zomertijd vergeten. En mijn horloge? Zou dat wel als ik wakker word de juiste tijd aangeven? Het is allemaal goed gekomen. Ik was op tijd in de kerk en onderweg hebben we nog even het klokje van de auto bijgesteld. Thuis gekomen zie ik dat alleen het klokje van het koffiezetapparaat nog vooruit moet worden gezet. En dat van mijn fiets? Dat staat volgens mij altijd op de zomertijd. Nu blijft er voor mij nog een grote vraag over: waarom heb ik dat hierboven geschreven gedoe niet bij het ingaan van de wintertijd? Ik heb nog zo’n zeven maanden om hierover na te denken.