Vervolgverhaal - De brug naar het eiland (75)

Rose trok haar wenkbrauwen op. ‘U spreekt uit ervaring?'
‘Nee, maar ik heb veel processen bijgewoond in de Old Bailey, waar je allerlei soorten bekentenissen hoort. En mijn broer is schouwarts voor de gemeente Westminster. Helaas vertelt hij weleens verhalen over zijn gerechtelijke onderzoeken.'
Rose huiverde. ‘Wat gruwelijk.'
Benjamin dacht even na en zei: ‘Ik wou dat we die tweede fles hadden. Of een van de twee eigenlijk.'
Adair vroeg cynisch: ‘En zou u zich opwerpen om van de tweede fles te proeven als we die hier hadden?'
‘Nee, maar een rat wellicht.' Hij wierp de jongeman een scherpe blik toe en voegde eraan toe: ‘Sommigen trekken hun geldigheid in twijfel, maar er zijn enkele tests voor arsenicum.
Als we de resterende flessen hier zouden vergelijken met die fles, zouden we kunnen vaststellen of de wijn op het eiland vergiftigd was of nadat hij in Londen was aangekomen.' Hij wendde zich weer tot juffrouw Lawrence om haar reactie te peilen.
Onder zijn speurende blik stak de jonge vrouw haar kin in de lucht. ‘Waarom zou ik een fles wijn vergiftigen waarvan voor iedereen duidelijk is dat mijn geliefde tante Belle die heeft gemaakt?'
‘Misschien omdat u alles zult erven als zij er niet meer is?'
Rose snoof verontwaardigd en schudde haar hoofd. ‘Nee. Ik houd van mijn tante. Ze was een tweede moeder voor me nadat mijn eigen moeder stierf. U vergist zich, meneer Booker. Ik had niets te maken met de dood van oom Percy. Toen ik die dag om half vier het huis verliet, was hij nog levend en wel en net zo slechtgehumeurd als altijd. Ik nam mijn japon en juffrouw O'Toole mee en samen gingen we naar het huis van de Adairs om me te kleden voor het feest.'
‘Waarom zo vroeg? Waarom daar aankleden?'
‘Het zag ernaar uit dat het ging regenen, dus ik besloot me daar te kleden en mijn haar te krullen. Juffrouw O’Toole nam een koffertje met krulijzers, borsteltjes, poeder en dat soort dingen mee. Toen we aankwamen, wilde mevrouw Adair beslist dat ik thee met haar dronk voordat we begonnen en gaf ons daarna een logeerkamer om te gebruiken.’
‘En u bent de rest van de avond daar gebleven?’
‘Ja, zoals ik de rechercheur heb verteld. We bleven tot meneer Adair ons naar huis bracht. Toen troffen we u allemaal aan in huis.’
‘En wat deed meneer Adair terwijl u uw haar krulde en de andere dingen deed?’
‘Hij was al gekleed toen we aankwamen, dus hij zal wel een borrel hebben gedronken met zijn vader. Ik vrees dat ik nogal veel tijd nodig had voor mijn toilet. O’Toole maakt zich altijd zo druk… we zijn er bijna twee uur mee bezig geweest.’ Ze hief haar hand. ‘Hij staat daar. Vraag het hem zelf.’
Uit zijn ooghoek zag Benjamin dat Adair verstijfde.
‘Ik heb het hem gevraagd. Hij zei dat hij de hele avond bij u was geweest behalve de paar minuten waarin u beiden zich kleedden voor het diner.’
Rose knipperde verrast met haar ogen. ‘O…’
Adair sloeg zijn armen over elkaar. ‘Dan ben ik gewoon het besef van tijd kwijtgeraakt en heb ik me vergist.