Meditatie: Toen wij nog zondaars waren

“God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8)

Er zijn woorden die je zo vaak hoort, dat ze hun scherpte dreigen te verliezen. Woorden als liefde, zonde en genade, vergeving. De woorden boven deze meditatie zijn ook heel bekend. En toch is zo’n zin - die wanneer je hem goed leest - haast te groot om te bevatten. Misschien moet u hem even een paar keer achter elkaar lezen, en er een beetje op kauwen als het ware. Paulus schrijft hier iets wat alles behalve vanzelf spreekt. Hij legt geen overbekende waarheid uit, maar zet iets neer waar je iedere keer weer stil van wordt.

God bevestigt Zijn liefde. Niet met goedkope woorden of met onbestemde gevoelens, maar met een weergaloze daad. En die daad vindt plaats op het moment dat wij daar het minst geschikt voor zijn: toen wij nog zondaars waren. Niet toen wij ons leven op orde hadden. Niet toen wij Hem zochten. Niet toen wij iets terug konden bieden. Juist toen niet.

Dat confronteert. Want diep vanbinnen leven wij vaak met het idee dat liefde ergens verdiend moet worden. Dat waardering volgt op inzet. Dat acceptatie groeit naarmate wij veranderen. Maar Paulus draait het om. Gods liefde begint niet bij onze verandering, maar bij Zijn besluit. Zij komt niet voort uit wat Hij in ons ziet, maar uit wie Hij Zelf is.

Daarom is het kruis geen logisch sluitstuk van een mooi verhaal, maar een schokkend middelpunt. Christus sterft niet voor rechtvaardigen of mensen van goede wil, maar voor hen die zich van Hem afgekeerd hebben. Voor mensen die krachteloos zijn, goddeloos, zondaars - ja zelfs vijanden, zoals Paulus het noemt. En voor de duidelijkheid. Dat zijn geen verschillende categorieën, maar verschillende woorden voor dezelfde werkelijkheid: een mens zonder God.

En juist daar, op dat punt van onmacht en schuld, bevestigt God Zijn liefde. Wij maken het niet goed met God. God maakt het goed met ons. Ja, dat vraagt wel om een reactie van onze kant. Dat wij Hem zullen liefhebben, omdát Hij ons eerst liefgehad heeft.

Dat is toch de diepste rust die er is: dat de grond van onze hoop niet in onszelf ligt. Niet in ons volhouden, niet in onze trouw, niet in onze vroomheid. Maar in Christus, Die gestorven is toen wij nog zondaars waren.