Meditatie: Zegen in het veld
Lezen: Deuteronomium 28:1-6
En gezegend zult gij zijn in het veld. Deuteronomium 28:3
Zo werd Izak gezegend toen hij ’s avonds in het veld wandelde om na te denken. Hoe vaak kwam de Heere je tegemoet toen je alleen was! De heggen en de bomen kunnen getuigen van je vreugde. Naar zo’n zegen zie je opnieuw uit. Zo werd Boaz gezegend toen hij zijn oogst binnenhaalde en zijn arbeiders hem met zegenwensen tegemoet kwamen. Moge de Heere allen voorspoed geven die de ploeg drijven! Elke boer mag met deze belofte bij God aandringen, als hij werkelijk de stem van de Heere God gehoorzaam is. Je gaat naar het veld om te werken zoals vader Adam deed. En omdat de vloek kwam over de aarde door de zonde van de eerste Adam, is het een grote troost om een tweede zegen te vinden door de tweede Adam. Je gaat naar het veld voor lichaamsbeweging en je bent gelukkig in het geloof dat de Heere die beweging zal zegenen en je gezondheid zal geven, die je zult gebruiken tot Zijn eer. Je gaat naar het veld om de natuur te bestuderen. In de kennis van de zichtbare schepping kan door de Goddelijke zegen alles gebruikt worden tot het hoogste nut. Je moet tenslotte naar het veld gaan om de doden te begraven. Anderen zullen op hun beurt jou naar de begraafplaats dragen. Maar je wordt gezegend, of je nu huilt bij het graf, of dat je erin slaapt.
Deze meditatie is ook gepubliceerd in Elke dag een belofte, Apeldoorn, 2006. ISBN: 97 894 62785 724.