Vervolgverhaal - De brug naar het eiland (73)

'Als hij met u wil trouwen, dan heeft hij een uiterst merkwaardige manier om dat te tonen.’
‘Door voor me te zorgen zonder iets te eisen? Door me jaren van vriendschap en steun te bieden?’
‘Door de zaak onnodig te rekken en u eerder als een patiënt te behandelen dan als een begerenswaardige vrouw.’
Lotty had haar mening over Teddy nog nooit zo openlijk gegeven. Het stak haar, maar Isabelle kon het niet tegenspreken.
‘Hoe dan ook, ik denk niet dat je Evan een kandidaat kunt noemen. Hij maakte gisteravond duidelijk dat hij niet in me geïnteresseerd is. Hij was gekwetst en dat kan ik hem niet kwalijk nemen. Nu voel ik meer bitterheid dan bewondering voor hem.’
Carlota knikte peinzend. ‘En meneer Booker?’
Isabelle gniffelde. ‘Meneer Booker woont in Londen. Bovendien verdenkt hij me van moord. Ik denk niet dat je hem kunt meetellen als bewonderaar.’
‘Ach, ik geloof niet dat hij u echt verdenkt. Ik denk dat hij u graag mag. Maar u moet toegeven dat u een goede reden had om Percival dood te wensen.’
Isabelle keek Carlota Medina aan en fluisterde somber: ‘Jij ook.’

11

Benjamin werkte in de studeerkamer, waar hij papieren doornam zoals juffrouw Wilder had verzocht, maar had moeite om zich te concentreren. Kon ze het hebben gedaan? Had ze het gedaan?
Hij had de deur open laten staan in de hoop haar te horen terugkomen. Toen hij Rose Lawrence langs zag lopen, riep hij haar binnen.
‘Juffrouw Lawrence? Hebt u een paar minuten voor me?’
‘Goedemorgen, meneer Booker,’ antwoordde ze vrolijk. ‘Ik wil met alle plezier met u praten, maar vindt u het goed als ik eerst even de ontbijtkamer binnenwip om thee en toast te nuttigen? Het duurt niet lang.’
‘Natuurlijk. Ik wist niet dat u nog niet gegeten had.’
‘Ik ben nog niet zo lang wakker – en ik ben uitgehongerd. Wat een avond!’
‘Ja, zeg dat wel. Nogmaals gelukgewenst.’
Ze stak haar wijsvinger op, haar ogen straalden ondeugend.
‘Zo terug.’
Juffrouw Lawrence was beslist een aardige jonge vrouw. Hij hoopte oprecht dat ze niets met Percivals dood te maken had.
Rose was inderdaad snel terug met een theekopje in de ene hand en een bord met toast en jam in de andere. Ze zette het bord op de armleuning van de stoel en ging zitten met het kopje in haar hand.
‘Klaar.’
Hij begon, met een poging tot een open, ongedwongen optreden.
‘Uw tante vertelde dat ze twee flessen sinaasappelwijn naar Londen had gestuurd voor meneer Norris. Een vredesoffer.’
Haar glimlach wankelde. ‘Dat klopt.’
‘Ik heb zelfs begrepen dat u een van die flessen op de dag van zijn dood naar zijn kantoor hebt gebracht.’