Ethiek: Het nieuwe kabinet
Sinds enkele weken heeft ons land een nieuwe regering en een nieuw kabinet. Minister-president is Rob Jetten. De coalitie wordt gevormd door D66, het CDA en de VVD. Met de heer Jetten treedt er een relatief jonge minister-president aan. De toekomst zal moeten leren hoe hij zijn beleid vorm zal geven en hoe stabiel deze regeringsploeg zal blijken te zijn. De politieke geschiedenis leert immers dat coalities soms verrassend lang standhouden, maar ook dat regeringen plotseling kunnen vallen wanneer de onderlinge spanningen te groot worden. Toch roept de komst van dit kabinet bij velen ook vragen op. Hoe zal het beleid er de komende jaren uitzien? Welke richting zal ons land inslaan? En hoe moeten christenen zich tot deze nieuwe politieke werkelijkheid verhouden?
In de eerste plaats valt op dat dit kabinet sterk wordt gedragen door partijen met een liberale achtergrond. De minister-president komt uit D66, een progressief-liberale partij. Ook de VVD heeft een duidelijk liberale signatuur, al ligt die op sommige punten iets anders. Binnen het politieke liberalisme is de laatste jaren een duidelijke ontwikkeling zichtbaar. Begrippen als individuele autonomie, zelfbeschikking en gelijke behandeling krijgen steeds meer gewicht. Artikel 1 van de Grondwet wordt in discussies vaak naar voren geschoven als het centrale uitgangspunt van de samenleving. Voor veel orthodoxe christenen betekent dit dat de afstand tot het publieke debat groter lijkt te worden. Nederland is in korte tijd sterk veranderd. Waar het christelijk geloof vroeger op veel plaatsen nog een vanzelfsprekende rol speelde, is dat vandaag de dag veel minder het geval. Kerkbezoek neemt af en steeds meer mensen groeien op zonder enige band met de Bijbel of de kerk.
In de tweede plaats moeten we echter voorzichtig zijn met snelle oordelen. Mensen moeten uiteindelijk beoordeeld worden op hun daden. Iemand kan christen, moslim of seculier zijn, maar in het publieke leven gaat het er vooral om hoe iemand zijn verantwoordelijkheid vervult. Houdt iemand zich aan de wetten van het land? Draagt hij of zij bij aan een ordelijke samenleving? Wordt er recht gedaan aan de burgers? Daarin hebben we elkaar ook nodig. Een samenleving kan alleen functioneren wanneer mensen elkaar met respect behandelen en wanneer er een zekere mate van fatsoen en verantwoordelijkheid bestaat. Toch kan niet ontkend worden dat er een groeiende afstand wordt ervaren tussen een seculiere samenleving en een orthodox-christelijke levenshouding. Veel christenen merken dat Nederland steeds meer onkerkelijk wordt. Normen en waarden die vroeger vanzelfsprekend waren, staan tegenwoordig regelmatig ter discussie. Sommigen voelen zich daardoor minder thuis in hun eigen land. Ook het gedrag van publieke figuren, waaronder leden van het koningshuis, wordt soms kritisch bekeken. Het zijn ontwikkelingen die vragen oproepen en die ons tot nadenken stemmen over de richting waarin onze samenleving zich beweegt.
In de derde plaats blijft echter een belangrijk Bijbels uitgangspunt staan. De overheid die over ons regeert, is onze wettige overheid. De apostel Paulus schrijft in Romeinen 13 dat de overheid door God is ingesteld om orde en recht te bewaren. Daarom zijn christenen geroepen om de overheid te gehoorzamen, zolang zij niet gedwongen worden om iets te doen dat rechtstreeks tegen Gods geboden ingaat. Dat betekent dat christenen zich in de samenleving als verantwoordelijke burgers behoren te gedragen. Zij betalen hun belastingen, respecteren de wetten en zoeken het welzijn van hun medemensen. Tegelijk maken zij gebruik van de vrijheid die er is om op de rustdag naar Gods huis te gaan en Zijn Woord te horen.
Christenen behoren, als het goed is, voorbeelden te zijn in de samenleving. Niet omdat zij beter zijn dan anderen, maar omdat zij zich gebonden weten aan Gods geboden. Juist daarom is ook het gebed voor de overheid zo belangrijk. De Bijbel roept ons op om te bidden voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en gerust leven mogen leiden. Dat gebed geldt ook voor een seculiere regering. Uiteindelijk weerspiegelt een regering ook iets van het volk dat zij bestuurt. Wanneer een samenleving steeds verder van God afdwaalt, zal dat onvermijdelijk ook zichtbaar worden in haar regering. Daarom ligt er voor de kerk een belangrijke taak. De kerk is geroepen om midden in de samenleving te blijven getuigen van Gods Woord. Zij moet blijven wijzen op de waarde van Gods geboden en laten zien dat het goed is om de Heere te dienen. In een tijd waarin veel zekerheden verdwijnen, mag de kerk herinneren aan het vaste fundament van Gods Woord. En christenen moeten altijd bereid zijn om rekenschap te geven van de hoop die in hen is. Juist daarin ligt haar roeping in onze tijd.