
Zilveren Camera 2025 voor Arie Kievit uit Oude-Tonge: "Je weet nooit wat de dag brengt, maar als het gebeurt, moet je er staan"
OUDE-TONGE - De zilveren camera staat op een laag tafeltje. Het middaglicht glijdt over het glas. Buiten rommelt Arie Kievit nog wat in de tuin van zijn tijdelijke recreatiewoning in Oude-Tonge. Even later schuiven we aan een klein tweepersoonstafeltje. Hij praat in zijn vertrouwde Flakkeese tongval. Over vuurwerk. Over vluchtelingen. Over een brandende politieauto. En over waarom hij blijft kijken, juist als anderen wegduiken.
Door Ben Hameeteman
De afspraak kwam last minute tot stand. Spoedopdrachten voor de landelijke dagbladen vroegen zijn aandacht. Vrijdagochtend bevestigen we via een berichtje het gesprek voor diezelfde middag. Het is eind februari. De zon schijnt. Op loopafstand van mijn huis woont hij tijdelijk op een bungalowpark. Als rasechte Flakkeeënaar voelt hij zich hier helemaal thuis.
Op 13 februari won de uit Oude-Tonge afkomstige fotograaf de Zilveren Camera 2025 met zijn serie over de escalerende extreemrechtse demonstratie tegen migratie op het Malieveld in Den Haag. Het geweld richtte zich ook tegen fotografen. Arie Kievit (60) stond ertussen. Hij fotografeerde. En won. Achter die prestigieuze prijs schuilt een verhaal over vakmanschap, twijfel en verantwoordelijkheid.
Duizenden waar hij honderden verwachtte
Die zaterdag begon voor Arie heel anders. Hij moest naar Breda. Voor een pompoenwedstrijd. "Dat was de opdracht voor die dag." Onderweg bleek dat er op het Malieveld een demonstratie van extreemrechtse groepen plaatsvond. Een collega ging naar Breda. Arie draaide om. ‘Ik dacht, ik kijk daar wel even.’
Hij verwachtte drie- tot vierhonderd demonstranten. "Ik kwam aan en zag meteen dat het anders was. Duizenden mensen." Hij zag het podium. De politie. Groepjes mannen die zich anders bewogen dan de rest.
Na een kwartier voelde hij het kantelen. "Dan zie je dat het geen gewone demonstratie blijft." Hij beweegt dan automatisch. Niet te lang voor dezelfde mensen blijven staan. Snel werken. Positie kiezen. Af en toe afstand nemen.
Jarenlange ervaring helpt. Hij fotografeerde talloze demonstraties voor onder meer de Volkskrant en Trouw. Hij kent de dynamiek. Hij voelt wanneer het misgaat.
Het geweld kwam snel. Vuurwerk. Stenen. Een brandende politieauto. "Dat zie je niet vaak. Dat is heftig." Hij bleef dichtbij, maar niet middenin. "Je moet in de buurt zijn om het vast te leggen. Maar je moet ook kunnen wegkomen."
Tussen stenen en collega’s
Het geweld richtte zich ook tegen fotografen. "Je moet ook opletten voor de politie. Die moet je niet in de weg lopen, anders kan je zomaar een klap krijgen." Hij kreeg ooit al een muilpeer met een wapenstok. Een maand last van zijn schouder. Een andere keer richtte een waterkanon zich op hem en vier collega’s. Geen demonstranten in de buurt. Wel een kapotte lens.
Op het Malieveld bleef hij gefocust. "Je denkt niet steeds aan gevaar. Je werkt." Hij droeg geen helm of masker. Die had hij niet bij zich. Hij wilde snel kunnen bewegen.
Professioneel blijven kijken terwijl het om je heen escaleert vraagt concentratie. "Je probeert overzicht te houden. Waar staan ze. Waar staat de politie. Waar kan ik heen." Hij werkte intens. Snel. Kort op de actie. Dat leverde de foto op die later als winnend beeld uit de serie werd gekozen.
De Zilveren Camera bekroont sinds 1949 de beste journalistieke fotografie van het jaar. Dit jaar klonk tijdens de uitreiking nadrukkelijk aandacht voor persveiligheid. Volgens PersVeilig nam het aantal meldingen van bedreiging en geweld tegen journalisten voor het derde jaar op rij toe. De stichting PersVeilig is het landelijke meldpunt waar journalisten bedreiging en geweld kunnen melden en waar zij ondersteuning, advies en zo nodig juridische hulp krijgen om hun werk veilig te kunnen blijven doen.
De prijs en de twijfel
Kievit levert al dertig jaar foto’s in voor de Zilveren Camera. "En dan hoop je natuurlijk elke keer dat het eens raak is." Ook nu weer. Toen zijn naam viel, voelde het persoonlijk. "Ja, toch wel." Hij ontving rond de vierhonderd berichten. Zelfs van mensen die hij veertig jaar niet had gezien.
Toch relativeert hij. In 2015 maakte hij een indringende reportage over de vluchtelingenstroom in Europa. "Ik dacht echt, dit moet ’m worden. Niet eens genomineerd." Hij lacht. "Een andere jury maakt andere keuzes."
Wat verandert zo’n prijs? "Ik fotografeer al dertig jaar." Hij voelt vooral erkenning. Voor het vak. Voor het blijven investeren in verhalen die soms ongemakkelijk zijn.
Dreiging achter de voordeur
Die ongemakkelijkheid kent ook een keerzijde. Na een publicatie in dagblad Trouw ontvingen Arie bedreigingen. "Ik ben ’s nachts gebeld en werd verrot gescholden." Hij zegt het rustig. Feitelijk.
Het raakte hem. "Je huis is je veilige plek." Toch bleef hij werken. "Als je daardoor stopt, winnen zij." Hij doelt op mensen die journalisten als vijand zien. Het is een realiteit waar veel collega’s mee te maken krijgen.
Het beeld van de fotograaf als sensatiezoeker herkent hij niet. "We worden soms neergezet als mensen die leven van andermans ellende." Hij schudt zijn hoofd. "Ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen. Ik probeer hun verhaal te vertellen."
Van Rwanda tot Zuid-Soedan
Die betrokkenheid begon al vroeg. In een studentenwoning raakte hij gefascineerd door fotografie. Een tweedehands camera. Een donkere kamer. Daarna de eerste grote reis. Rwanda, twee jaar na de genocide.
Via een radio-interview kwam hij in contact met een hulporganisatie. "Ze vroegen of ik mee wilde." Het werd het begin van vele reizen voor NGO’s en kranten.
Hij fotografeerde in Somalië tijdens de grootste vluchtelingenstroom sinds de Tweede Wereldoorlog. In Zuid-Soedan, waar oorlog mensen over de grens dreef. Op de Filipijnen. Op Sint-Maarten. Zijn beelden verschenen in landelijke media en hielpen hulporganisaties om steun te mobiliseren. "Mensen vragen soms waarom ik foto’s maak en geen eten uitdeel. Dan leg ik uit dat ik hun verhaal vertel. Zodat de wereld ziet wat hen overkomt. Hopelijk komt er dan hulp."
Hij fotografeert bijna alles wat nodig is om dat verhaal te vertellen. "Er is weinig wat ik niet vastleg." Niet uit sensatiezucht, maar uit de overtuiging dat zichtbaarheid verschil maakt.
Sport, natuur en perspectief
Wie Arie alleen kent van brandende auto’s en vluchtelingenkampen, ziet maar een deel. Hij is sportief. Hij voetbalt nog drie keer per week. Daarnaast zit hij veel op de racefiets. "Dat houdt me scherp."
In de natuur vindt hij rust. Hij is een liefhebber van het landschap. De grote foto aan de muur van het springende damhert verraadt dat. Hij glimlacht. "Soms is een mooi moment gewoon een kwestie van geduld."
Die fysieke en mentale balans helpt hem relativeren. Na reizen naar gebieden waar mensen geen eten of veiligheid hebben, kijkt hij anders naar dagelijkse ergernissen. "Je leert perspectief houden."
Blijven kijken
Nog zeven jaar tot zijn pensioen. "Ik blijf altijd fotograferen." Hij denkt niet in prijzen. Wel in verhalen. In combinaties van NGO-werk en journalistiek voor kranten als de Volkskrant.
Wat hoopt hij dat mensen over tien jaar zeggen over deze serie? Hij denkt even na. "Dat het liet zien wat er gebeurde. Dat het eerlijk was."
De zilveren camera vangt opnieuw het licht. Buiten zakt de zon langzaam. Arie kijkt vooruit. Naar het volgende verhaal. Misschien weer iets groots. Misschien gewoon een pompoen. "Je weet nooit wat de dag brengt. Maar als het gebeurt, moet je er staan."

