Afbeelding

Column: De tuin

Er is zo'n bepaald moment: ergens tussen het halen van je derde zakje groentezaad, en de eerste zonnestralen die krachtig genoeg zijn om je eraan te herinneren dat er bijna een jaar geleden een voorjaar bestond. Eindelijk weet je het: ik begin mijn eigen groentetuintje.Mijn halve familie is verslingerd aan het YouTube-kanaal ‘Ini's Moestuin'. Ini, Ineke heet ze eigenlijk, is een Nederlands-sprekende dame die te Zuid-Frankrijk verslag doet van haar wederwaardigheden als moestuinier. Doorgaans gehuld in tuinbroek neemt ze tienduizenden kijkers mee in haar weelderige tuin.Een groentetuin houden is geen weg geplaveid met rozen. Van een hittegolf en een mislukt zaai-offensief tot een compleet bemestingsverslag gaat het door vele ontberingen naar een hoogtepunt: oogsten geblazen. En de oogst, die mag er zijn. Van dertig verschillende tomatensoorten (die niet altijd aan tomaten doen denken) tot de krochten van ‘Ini's voorraadkelder', tot de nok gevuld. Ini is een soort zen-kanaal. Het gaat in de tuin zo vredig en liefelijk toe dat je eigenlijk verbaasd bent dat Ini nog iets uitricht tegen onkruid en er niet tegen fluistert. Een beetje in de grond wroeten is iets waar veel mensen gebrek aan hebben. Zou dat de populariteit van dit soort kanalen verklaren? De tuin is een wonderlijk ding. Hij is omringd met geheimzinnigheid. Sprookjes spelen zich bijvoorbeeld opvallend vaak af in tuinen. In de middeleeuwen (en andere tijden waarin de steden klein waren en het land dunbevolkt) werd de wildernis verafschuwd. In tijden waarin verstedelijking toeneemt, ontstaat er altijd een soort obsessie met de natuur. Het gebied tussen woeste wildernis en de stad wordt dan halfwild, gevuld met zowel mensen als wonderlijke wezens en rare verhalen. Hoe komt dat? Een tuin hebben is een oefening in nederigheid. Je denkt dat je even wat sla zaait en dat de natuur de rest wel doet. Maar de natuur leest geen handleidingen. Planningen kunnen meestal bij het oud-papier. Slakken verschijnen uit het niets, als ongewenste gasten zonder uitnodiging. En toch is er weinig zo bevredigend als het moment waarop je eerste tomaat rood kleurt. Je kijkt ernaar alsof je persoonlijk verantwoordelijk bent voor fotosynthese. Je zegt dingen als: "Deze komt écht uit mijn eigen tuin.” Alsof ze normaal in een fabriek worden opgepompt als rode ballonnetjes. Wat in sommige gevallen misschien ook wel een beetje zo is. Maar het ís natuurlijk niet zo dat jij de tomaat hebt laten groeien. Je bent compleet afhankelijk, in onze tijd een zeldzame ervaring. Dat is misschien wat er zo heilzaam en wonderbaarlijk is aan een tuin: inrichten en ploeteren gaat naadloos samen met een soort wonder dat zich buiten je invloed voltrekt.