Column: Afkortingen
De gehandicaptenzorg staat bol van de afkortingen. Wat eigenlijk gek is, want juist mensen met een beperking zijn gebaat bij duidelijk taalgebruik. Vandaag een snelcursus GHZ-afko's.
Om duidelijkheid te scheppen in het kleurrijke palet binnen de gehandicaptenzorg zijn er categorieën vastgesteld. Dat loopt van LVB (licht verstandelijke beperking) tot EMVB (ernstig meervoudige beperking). Daarnaast zijn er mensen met NAH (niet-aangeboren hersenletsel), bij wie bijvoorbeeld door een ongeval hersenschade is ontstaan. Bij mensen met ASS is er sprake van een autisme spectrum stoornis.
De opleiding die veel mensen volgen voor de gehandicaptenzorg is MZ (Maatschappelijke Zorg), waarbij je de keuze hebt uit BOL of BBL. Vervolgens kun je PB'er (persoonlijk begeleider) worden bij een zorginstelling, niet te verwarren met het PGB (persoonsgebonden budget). Dat is een van de financieringsvormen binnen de GHZ (gehandicaptenzorg), soms ook afgekort als GZ (gehandicaptenzorg).
Voor wat betreft de financiering is een zeker denkniveau nodig om het systeem te doorgronden. Zo vond ik op internet deze opsomming: ‘Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet (Zvw), waarbij gemeenten (Wmo), zorgverzekeraars (Zvw) en het zorgkantoor (Wlz) de grootste financiers zijn; cliënten betalen vaak een eigen bijdrage via het CAK.' Je zou er een PH (punthoofd) van krijgen.
Martijn de Bonte