Afbeelding

InnovaHub: meer dan een proef?

STAD AAN ’T HARINGVLIET - In de nieuwbouwwijk Havenstadt draait sinds mei 2024 een energiesysteem dat in Nederland nog niet eerder in deze vorm is toegepast. De zogeheten InnovaHub koppelt zeventien woningen aan een gezamenlijk systeem voor opwekking, opslag en distributie van duurzame energie. De komende vier jaar moet blijken of het concept ook op grotere schaal toepasbaar is.

De woningen - een mix van eengezinswoningen, een twee-onder-een-kapwoning en appartementen - leveren hun zonne-energie aan de centrale hub. Vanuit daar wordt energie teruggeleverd in de vorm van warmte, tapwater en koeling. Overschotten worden opgeslagen in batterijen, warmte- en koudebuffers en als waterstof. 

Doel: 90 procent zelfvoorzienend

De ambitie is hoog: 90 procent zelfvoorzienend in energie. Toch is dat voorlopig een doelstelling, benadrukt Rosalie van der Ende, projectleider namens Hylife Innovations. "Het daadwerkelijke percentage hangt af van seizoenen, lokale opwek en de beschikbaarheid van de installatie. We beschikken nog niet over voldoende meetdata over meerdere seizoenen om harde conclusies te trekken." 

De pilot ontvangt subsidie uit het Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatiefonds en is vooral bedoeld om praktijkervaring op te doen. Volgens de initiatiefnemers draait het niet alleen om techniek, maar ook om vergunningverlening, veiligheid, beheer en gebruik in een echte woonomgeving. 

Storingen en veiligheid

Nieuwe techniek kent uitdagingen. Toch verliep de opstartfase soepel. Sinds de start zijn er volgens Van der Ende enkele kleine storingen geweest, vergelijkbaar met wat gebruikelijk is bij nieuwe installaties. "Die duurden hooguit enkele uren. Er is geen sprake geweest van structurele uitval of onveilige situaties." 

Vooral de opslag van waterstof in een woonwijk vraagt om zorgvuldigheid. Toezichthouders zoals DCMR en de Veiligheidsregio zijn vanaf het begin betrokken geweest. De installatie is getoetst op risico’s en scenario’s zoals vereist binnen vergunningverlening en er zijn duidelijke procedures en veiligheidsmaatregelen ingericht. 

‘Om niet’ tijdens de proefperiode

Tijdens de vierjarige pilot leveren bewoners hun opgewekte zonne-energie en meetdata aan het systeem. In ruil daarvoor ontvangen zij warmte en koeling zonder daarvoor te betalen. Deze afspraken gelden uitsluitend voor de duur van de pilot. 

Wat er daarna gebeurt, ligt nog niet vast. "Na afloop wordt geëvalueerd welke voorwaarden en tarieven haalbaar zijn voor een vervolg", aldus Van der Ende. "Alle partijen behouden het recht om terug te schakelen naar een eigen verwarmingsinstallatie." 

Ook onderhoud en vervanging zijn binnen de pilotperiode geregeld. De lange termijn – inclusief eigenaarschap en kostenverdeling – maakt deel uit van de evaluatie, die richting het eind van de pilot zal plaatsvinden. "Juist door de installatie in de praktijk te laten draaien, ontstaat inzicht in slijtage, onderhoudsbehoefte en lifecycle-kosten, zodat toekomstige afspraken gebaseerd zijn op echte operationele data." 

De vraag of het systeem zonder subsidie rendabel is, kan volgens de initiatiefnemers nog niet definitief worden beantwoord. Het project is in eerste instantie opgezet om te bewijzen dat een emissieloze, decentrale energie-infrastructuur technisch en organisatorisch uitvoerbaar is. De praktijkervaring en meetdata vormen de basis om toekomstige projecten technisch en economisch verder te verbeteren. 

Vanuit de subsidievoorwaarden wordt voor RVO een openbaar eindrapport opgesteld, waarin de bevindingen worden vastgelegd. 

Kan dit groter?

De cruciale vraag is of de InnovaHub kan worden opgeschaald naar grotere woonwijken of zelfs dorpen. Binnen het project is sturingssoftware ontwikkeld die niet alleen voor de pilot wordt gebruikt, maar ook kan helpen om toekomstige projecten vooraf door te rekenen. Daarmee kan worden onderzocht welke configuraties op grotere schaal technisch en economisch haalbaar zijn. 

De exacte vorm en omvang van een InnovaHub voor grotere toepassingen hangen af van schaal, energievraag en techniekkeuze, zegt Van der Ende. "Voor grotere toepassingen ligt plaatsing buiten de dorpskern of stadsbebouwing voor de hand, waar voldoende ruimte is en de impact op de leefomgeving beperkt blijft. Moderne systemen zijn modulair en er bestaan effectieve technieken om geluid en ruimtelijke impact te beperken. Zoals bij alle energie-infrastructuur wordt vooraf zorgvuldig onderzocht hoe wordt voldaan aan geldende normen voor onder meer geluid, veiligheid en ruimtelijke inpassing." 

Meer dan een proef

De waarde van deze pilot zit vooral in de lessen die hier worden opgedaan. "De pilot is geslaagd wanneer de opgedane praktijkervaring met energieconversie, buffering en slimme sturing daadwerkelijk wordt toegepast in vervolgprojecten op grotere schaal. Daarnaast is het nu al een belangrijke stap: de installatie is ontworpen, vergund en gerealiseerd binnen planning en budget en draait operationeel. Dat we in een woonomgeving meetdata kunnen verzamelen en onder realistische omstandigheden kunnen proefdraaien, is op zichzelf een wezenlijk resultaat", aldus Van der Ende. 

Of de InnovaHub uitgroeit tot een blauwdruk voor bredere toepassing, moet de komende jaren blijken. Voorlopig fungeert Havenstadt als praktijklaboratorium - midden in een gewone woonwijk, achter gewone voordeuren.